U bent hier:
Home
»
Actueel
»
Nieuws
»
Nieuwsarchief
Implementatie eHealth komt op gangPublicatiedatum: 30-december-2011eHealth begint langzaamaan voet aan de grond te krijgen. Ook de revalidatiesector experimenteert met nieuwe mogelijkheden op dat gebied.
Vaak blijft het nog wel bij gesubsidieerde projecten; van echte inbedding in de revalidatie is nauwelijks sprake. Grootste bottleneck is de onzekerheid over financiële vergoedingen voor eHealth. Aan dat probleem wordt nu gewerkt. Pim Ketelaar, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor eHealth (NVEH) en eigenaar van het adviesbureau Telecom4Care, is ervan overtuigd dat de introductie van eHealth bittere noodzaak is om ook in de toekomst goede zorg te kunnen blijven leveren. De westerse wereld kampt namelijk met een dubbele vergrijzing: het aantal ouderen neemt fors toe en hun levensverwachting stijgt, vooral dankzij betere geneeskunde. Over zo’n vijftien jaar telt Nederland volgens het CBS 3,6 miljoen inwoners die ouder zijn dan 65 jaar. Omdat ouderen vaker een beroep doen op de zorg, zou tegen die tijd een op de vijf Nederlanders in de zorg moeten werken. Ketelaar: ‘Dat is uiteraard onhaalbaar. Computertechnologie kan helpen om patiënten betrouwbare informatie te verschaffen en meer eigen regie te geven over hun ziekte en behandeling. Zo bespaar je op kosten en arbeid. eHealth is geen Haarlemmerolie, maar kan in dat proces wel veel soelaas bieden.’ ‘De introductie van eHealth is bittere noodzaak om ook in de toekomst goede zorg te kunnen blijven leveren’ Containerbegrip Ketelaar licht toe dat het vooral gaat om het virtueel samenwerken tussen professionals onderling en tussen professionals, patiënten en mantelzorgers. Hij noemt enkele voorbeelden die al met succes worden toegepast. Een daarvan is de teleconsultatie. Zo maakt de helft van de huisartsen al gebruik van teledermatologie, waarbij zij foto’s van huidafwijkingen maken en die ter beoordeling doorsturen naar de dermatoloog. Dit bespaart onnodig doorverwijzen. Een ander voorbeeld zijn de zelfhulpprogramma’s voor psychische aandoeningen en de online ggz-therapieën. Deze schieten als paddenstoelen uit de grond en vinden gretig aftrek. Ten slotte noemt de NVEH-voorzitter de digitale poli’s, die al in verschillende ziekenhuizen operationeel zijn. Patiënten kunnen via internet onder meer afspraken maken en hun eigen dossier inzien. TeleFysiek en games Fysiotherapeuten uit de eerste lijn maken daarbij videoopnamen van een patiënt met houdings- of bewegingsproblemen en leggen deze beelden via internet voor aan een deskundige in een revalidatiecentrum. ViaReva in Apeldoorn startte onlangs een speciale site voor jeugdige revalidanten in de leeftijd van vier tot twaalf jaar. Op de site vinden ze niet alleen informatie over ViaReva en de behandelingen, maar ook filmpjes en games die ze thuis kunnen doen en die behandelaars kunnen inzetten bij de therapie. Nog een voorbeeld: Heliomare in Wijk aan Zee begint in januari een pilot voor een webspreekuur voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel, zodat ze minder vaak voor controles naar de poli hoeven te reizen. Blijkt het project succesvol, dan wordt deze digitale service uitgebreid naar de overige diagnosegroepen. Afasie en dysartrie Pétri Holtus, manager revalidatie, vertelt dat patiënten daar hun vragen kunnen voorleggen aan de dokter en via een link met Mijnzorgnet van het UMC St Radboud onderling ervaringen kunnen uitwisselen en kunnen chatten met behandelaars. ‘Zo hopen we het polibezoek terug te dringen en efficiënter in te spelen op de behoefte van de patiënt.’ Een andere groep chronische patiënten voor wie het Nijmeegse revalidatiecentrum eHealth-applicaties voor diagnostiek, training en consultatie wil inzetten, zijn mensen met taal- en spraakproblemen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de afdeling revalidatie van het UMC St Radboud en de faculteit Letteren van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Spraak- en taalpatholoog Lilian Beijer legt uit dat de doelgroep bestaat uit neurologische patiënten met afasie - een taalstoornis - of met dysartrie - een spraakstoornis. Spraak- en taaltechnologie De patiënt kan inloggen en thuis de voorgeschreven bestanden beluisteren en daarna zelf inspreken. Deze spraak wordt opgenomen en doorgestuurd naar de server. Visuele feedback op het beeldscherm corrigeert de spreker en geeft aanwijzingen voor verbetering. Zo is het mogelijk onafhankelijk, op ieder moment en op elke gewenste locatie te oefenen, terwijl de therapeut wel de progressie kan volgen om het individuele oefenprogramma daarop aan te passen. Beijer onderzoekt de effecten van deze training-op-afstand bij CVA- en Parkinsonpatiënten met dysartrie. Daarop hoopt ze volgend jaar te promoveren. Daarnaast willen de onderzoekers van de St Maartenskliniek samen met de partners van het ziekenhuis en de universiteit de ingesproken teksten van de patiënten gebruiken voor de ontwikkeling van een spraakherkenningssysteem specifiek voor pathologische spraak. Beijer: ‘Dat systeem zou je bijvoorbeeld kunnen gebruiken voor het aansturen van een rolstoel of kunnen integreren in domotica. Tevens zijn we van plan om de patiënten in virtuele omgevingen te laten trainen, waarbij ze bijvoorbeeld boodschappen moeten doen of een maaltijd in een restaurant moeten bestellen, waarop een virtuele winkelier of ober telkens reageert. Spraakherkenning is dan een must.’ CLEAR Het centrum in Enschede richt zich daarbij op long-, rug- en whiplashrevalidatie. Er loopt nu een proef waarbij patiënten een laptop mee naar huis krijgen met een draadloze internetverbinding. In overleg met de therapeut kunnen ze online een trainingsprogramma volgen aan de hand van films die uitgebreid uitleg geven. Ook is er wekelijks een skypesessie met de fysiotherapeut om de vorderingen De ziektekostenverzekering is betrokken bij het project. Wever, die het Roessingh-deel van CLEAR coördineert, hoopt dat deze telerevalidatie kwalitatief minstens even goed blijkt te zijn als de gangbare revalidatie en dat de kosten lager uitvallen. Volgend jaar weet hij hier meer over. MyoTel MyoTel bestaat uit een bandage met elektrodes die de spierspanning in nek en schouders meten. De meetgegevens gaan draadloos naar het laboratorium van Het Roessingh. Als blijkt dat de spieren oververmoeid zijn, krijgt de patiënt een piep te horen met als opdracht te ontspannen. Inmiddels gebeurt dit volledig automatisch. Wever: ’Het werkt voortreffelijk. We hopen dat er internationaal meer belangstelling voor komt, zodat we dit systeem in de praktijk kunnen brengen. Zonder grotere afzetmarkt is het namelijk veel te duur.’ Mentaliteitsverandering Ook zijn zorgverzekeraars lang niet altijd bereid eHealth te vergoeden. Pétri Holtus van de St Maartenskliniek: ‘De overheid moet meer afdwingen. De regelgeving loopt erg achter. En natuurlijk moet er ook een mentaliteitsverandering komen bij zorgverleners en zorgnemers om met dit soort nieuwe ontwikkelingen te kunnen omgaan.’ Veldcoalitie Ook Neelie Kroes, Europees Commissaris voor de Digitale Agenda, pleit voor een snellere introductie van eHealth. Ketelaar benadrukt dat eHealth alleen een kans van slagen heeft als er een structurele financiering voor komt, zodat toepassingen definitief geïmplementeerd kunnen worden. ‘De KNMG, de NPCF, eHealthNu, Zorgverzekeraars Nederland en de NVEH werken nu als één veldcoalitie aan een nationale implementatie van eHealth. Voor volgend jaar worden er tarieven vastgesteld voor eHealth-toepassingen bij diabetes en hartfalen. Daarna komen andere eHealth-toepassingen aan bod. eHealth wordt straks een vast en gewoon onderdeel van de gezondheidszorg.’
Thuis revalideren met laptop
‘Aan die pilot deden zowel astma- als COpD-patiënten mee. Regelmatig moest ik naar Het Roessingh voor een uitgebreid oefenprogramma en voor geestelijke ondersteuning. Daarnaast kreeg ik een laptop mee om thuis te trainen. Via een internetverbinding kon ik de filmpjes ophalen die speciaal voor mij waren uitgezocht. Daarin werden allerlei oefeningen heel eenvoudig uitgelegd en in beeld gebracht, zodat ik ze makkelijk kon uitvoeren. De resultaten daarvan nam ik op met de webcam en stuurde ik door naar Het Roessingh. Ook had ik eenmaal per week een rechtstreekse verbinding met een therapeut met wie ik dan mijn vorderingen besprak. Zo nodig paste hij het oefenprogramma aan. Ik vond dit een erg prettige manier van revalideren. Het mooie is dat je minder vaak naar het centrum hoeft te reizen en toch persoonlijk contact onderhoudt. Deze aanpak stimuleerde mij om de oefeningen vaker te doen, wat uiteraard beter is voor het herstel. Het gaat nu een stuk beter met me, hoewel ik mijn werk als chefkok helaas niet meer kan uitoefenen.’ |



In 2009 kreeg Edwin te maken met een forse verheviging van zijn astma. De longarts stuurde hem door naar Het Roessingh, dat net een onderzoek was gestart naar de meerwaarde van het CLEAR-longrevalidatieprogramma. Daarbij wordt de zorg deels op afstand geleverd. 



