lettergrootte: grootte 1 grootte 2 grootte 3
U bent hier: Home » Actueel » Nieuws » Nieuwsarchief

Nieuwkomers in de revalidatie

Publicatiedatum: 15-februari-2012  

De term revalidatie wordt van oudsher door veel zorgaanbieders gebruikt. De verschillende vormen van revalidatie - van het centrum voor medisch-specialistische revalidatie tot de fysiotherapiepraktijk om de hoek - hebben altijd goed naast elkaar kunnen bestaan.

Met het invoeren van marktwerking vervagen de grenzen en komen er nieuwe spelers op het speelveld van de medisch-specialistische revalidatie.
 
De gevestigde
‘Veel instellingen zijn de term “revalidatie” gaan gebruiken en gebruik gaan maken van de mogelijkheden om revalidatiezorg te declareren. En er zijn er in potentie nog veel meer’, stelt Rob Beuse, bestuurslid van Revalidatie Nederland en directeur van revalidatiecentrum De Hoogstraat in Utrecht.

Beuse noemt het ‘een goede ontwikkeling voor de patiënt’ dat het revalidatieaanbod gevarieerder wordt. ‘Het is een goede zaak als we samen die zorg verder ontwikkelen. Je moet als revalidatie-instelling bij het samenwerken natuurlijk wel kwaliteitseisen stellen.

Samenwerkingspartners moeten minimaal voldoen aan de richtlijnen van de wetenschappelijke verenigingen, geprotocolleerd werken en de resultaten meten. Maar de meeste nieuwkomers die ik ken, werken daar serieus aan.’

Een aantal van die nieuwkomers wil overigens graag lid worden van Revalidatie Nederland. Beuse juicht dat toe. ‘De brancheorganisatie kan dan kwaliteitseisen stellen, zoals HKZ, NIAZ of een vergelijkbaar kwaliteitssysteem.’

De directeur verwacht dat er zeker revalidatieaanbieders blijven bijkomen: ‘Dankzij ICT kan veel zorg naar de thuissituatie verplaatst worden. Dat geeft ruimte voor innoverende nieuwkomers.’

Daarbij ziet Beuse ook in de toekomst zeker nog een eigen plek voor de traditionele superspecialistische revalidatie-instellingen. ‘Deze instellingen bieden veel complexe en ook klinische revalidatie aan, voor groepen als CVA- en dwarslaesiepatiënten. Daar zie ik zo snel geen concurrentie.

En ik verwacht dat de meeste grote nieuwe revalidatieorganisaties in de toekomst lid zullen worden van Revalidatie Nederland. Al krijg je mogelijk ook een aantal free riders. Dat geeft niet, zolang het niet leidt tot
een kwaliteitsverlaging. Revalidatie Nederland moet de nieuwkomers welkom heten en daarbij blijven waken voor de kwaliteit.’

De nieuwkomer
‘De hele context van het bestaan is bepalend voor de ervaren beperkingen.

Dus ook zingeving is belangrijk binnen de revalidatie van Ciran. Met onze grote aandacht daarvoor voegen we wat toe aan het aanbod.’ Revalidatiearts Wim Wertheim, die eerder werkte bij het Militair Revalidatie Centrum Aardenburg in Doorn, werkt nu fulltime voor Ciran.

Die nieuwkomer in de revalidatiewereld biedt poliklinische revalidatie op meerdere plekken in het land, en stelt dat het gaat om volwaardige, multidisciplinaire revalidatie. ‘Denk dan bijvoorbeeld aan pijnrevalidatie, fibromyalgie of mensen met forse rugproblematiek.’

De instelling onderscheidt zich volgens Wertheim, naast de focus op zingeving, ook van de reguliere revalidatie ‘omdat hij sterk outcome-gestuurd is’. ‘We meten heel veel. Bijvoorbeeld het welbevinden aan het begin en eind van de behandeling en de ervaren beperkingen.

Meten is belangrijk voor de patiënt, voor jezelf als instelling en voor de verzekeraars.’ Als derde onderscheidend punt noemt Wertheim ‘de snelle toegang tot de zorg van Ciran’. ‘De programma’s duren bijna allemaal drieënhalve maand. Dat maakt de planning en logistiek overzichtelijk.’

Over de kwaliteit van de zorg bij Ciran zegt Wertheim: ‘Om de kwaliteit te kunnen vergelijken met die van reguliere instellingen, moet je dezelfde meetinstrumenten gebruiken. Die uitdaging zou ik graag aangaan.’

Het is goed als nieuwkomers lid worden van Revalidatie Nederland, vindt de revalidatiearts. ‘Ciran wil dat in elk geval graag. Misschien moet de brancheorganisatie volgens een ander model georganiseerd worden. Meer kijken naar de inhoud en minder naar de vorm. Zodat bijvoorbeeld ook verpleeghuizen lid kunnen worden als ze aantoonbaar goede revalidatiezorg bieden.’

De zorgverzekeraar
‘We krijgen de afgelopen jaren van steeds meer instellingen aanvragen voor vergoeding van medisch-specialistische revalidatiezorg’, vertelt Richard van Calcar. Als relatiemanager bij de divisie Zorg en Gezondheid van Achmea onderhoudt hij contacten met zorgaanbieders en maakt hij budgetafspraken met revalidatie-instellingen.

Daarbij noemt hij het ‘vreselijk lastig’ om revalidatie-instellingen te beoordelen op de kwaliteit van hun werk. ‘Daar zijn nog geen heldere indicatoren voor. Die zouden we heel graag willen hebben. Het zou goed zijn als de vereniging van revalidatieartsen VRA zich daarover zou uitspreken. De ziekenhuiszorg bewijst dat je prima dergelijke indicatoren kunt opstellen.

Overigens denken we als verzekeraars zelf ook na over indicatoren.’ Maar voor dit moment kan Van Calcar nog niets zeggen over het kwaliteitsverschil tussen de zorg van de nieuwkomers en die van de gevestigde instellingen. ‘In de praktijk kijken we vooral of instellingen de richtlijnen van de VRA volgen.’

Ook van Revalidatie Nederland verwacht Van Calcar het een en ander. ‘Het is belangrijk dat de aanbieders samen nadenken over een goede organisatie van de revalidatie en over een goede afbakening van het werkterrein. Wat is wel en niet specialistische revalidatiezorg?’

Met name binnen de arbeidsrevalidatie ziet hij in de toekomst mogelijk twee soorten instellingen ontstaan: instellingen die medisch geďndiceerde revalidatie verzorgen en instellingen die het accent leggen op toeleiding naar de arbeidsmarkt.

‘De afbakening tussen die twee is erg lastig, maar hopelijk lukt dat in de toekomst beter.’ Overigens zou hij graag zien dat ‘alle soorten revalidatie-instellingen in één overkoepelende organisatie samenwerken en hun zorg daar op elkaar afstemmen’.


Op dit moment zijn 22 revalidatiecentra en zeven ziekenhuizen lid van brancheorganisatie Revalidatie Nederland. Om lid te worden moet een organisatie voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen en, naast andere disciplines, revalidatieartsen in dienst hebben.

Voor het eerst is er nu sprake van nieuwe organisaties die dit medisch specialisme in huis hebben. Bijvoorbeeld Winnock en Ciran, die zich richten op arbeidsgerelateerde revalidatie. Een tot nu toe niet revalidatiegeneeskundige variant is de geriatrische revalidatie, die doorgaans wordt geboden door verpleeghuizen, met de specialist ouderengeneeskunde als medisch verantwoordelijke.

In 2013 gaat de geriatrische revalidatie over van de AWBZ naar de zorgverzekering. Omdat revalidatiecentra en verpleeghuizen dan worden betaald uit één geldstroom, wordt het eenvoudiger voor verpleeghuizen om zich ook op de specialisatie revalidatie te richten en revalidatie-DBC’s te declareren. Zij kunnen daarmee een concurrent worden van de medisch-specialistische revalidatiecentra. Enkele verpleeghuizen treffen hiervoor al voorbereidingen. Om tot een goede afstemming te komen, ontstaan momenteel allerlei samenwerkingsverbanden tussen revalidatie-instellingen en verpleeghuizen.

Behalve revalidatieartsen kunnen ook andere medisch specialisten bepaalde revalidatiebehandelingen voorschrijven. In Rotterdam bestaat al sinds vijftien jaar het Spine & Joint Centre, dat in samenwerking met een in pijn gespecialiseerde anesthesioloog pijnrevalidatie aanbiedt. Deze zorg valt ook onder de medisch-specialistische revalidatiezorg. Het is te verwachten dat meer zorgaanbieders medisch specialisten, zoals cardiologen en longartsen, zullen inzetten om revalidatie-DBC’s te declareren.

Van oudsher zijn er daarnaast aanbieders van revalidatie die niet medisch-specialistisch is. Meestal gaat het dan om poliklinische, niet-complexe revalidatiezorg. Aanbieders presenteren zich bijvoorbeeld als revalidatiehotel voor mensen die na een ziekenhuisopname nog niet naar huis kunnen, of revalidatiecentrum voor hoogwaardige fysiotherapie na bijvoorbeeld een sport- of handblessure. Vaak werken gespecialiseerde fysiotherapeuten hierbij samen met andere disciplines of met ziekenhuizen. Het zijn allemaal voorbeelden van revalidatie zonder medisch-specialistische regie, waarbij een goede afbakening – welke zorg is passend voor welke hulpvraag – van groot belang is.


Bron: Revalidatie Magazine (RM)

 
Link naar revalidatie Nederland
Zoek een revalidatie instelling

Link naar de 'links' pagina
Link naar revalidatie magazine