'Waarom ik niet?' - Na een hersenbloeding kon ze helemaal niets, maar in korte tijd knapte ze opvallend goed op. Met een voor anderen vaak verbazingwekkende opgewektheid ging ze door haar revalidatie heen: 'Ik keek altijd naar wat ik wél kon.'
Veertig jaar was Marjolein Fraanje (1965), toen ze een hersenbloeding kreeg. Eenmaal in het ziekenhuis ging het steeds slechter met haar. Ze raakte bijna in coma en er was geen keus: een operatie moest haar redden. De oorzaak van de bloeding, een vaatafwijking, werd weggehaald en meteen ging het de goede kant op. Marjolein was links wel volledig verlamd. 'Ik kon niets, ik kon niet eens zitten. Ik voelde me tachtig jaar oud. De neurochirurg zei: "Dat been zal weer aardig goed komen, maar die arm kun je wel vergeten." Maar ik ben blijkbaar een positief ingesteld mens, want ik maakte me geen zorgen over de toekomst. Ik werd wakker en ging gewoon beginnen: leren zitten, mijn been een beetje bewegen. Zonder vooropgezet plan in het hier en nu kijken wat je kan: zo heb ik het steeds gedaan.'
Twee weken na de operatie kon ze terecht bij het revalidatiecentrum. 'Ik had daar geen voorstelling bij, maar de verpleegkundigen zeiden wel dat veel mensen er in een rolstoel binnengaan en lopend weer naar buiten komen. Dat vond ik een mooi beeld. Het was wel een grote overgang. In het ziekenhuis was mijn bed mijn veilige omgeving, maar in het revalidatiecentrum verwachtten ze dat ik 's ochtends mijn bed uitkwam en de hele dag opbleef. Dat zijn heel grote stappen op zo'n moment. Maar langzaam wordt het revalidatiecentrum je nieuwe veilige omgeving. Als je dan voor het eerst weer naar huis gaat, is dat een volgende grote stap. In het revalidatiecentrum is alles erop gericht om jou weer zelfstandig te laten functioneren. Niet alleen met de therapieën, de verpleging speelt daar ook een grote rol in. Ze helpen je om dingen weer zelf te gaan doen, van tanden poetsen tot een boterham smeren.’
Eitje bakken
Bij de fysiotherapie oefende Marjolein zitten, staan en later lopen. Bij ergotherapie leerde ze hoe ze dagelijkse handelingen kon doen met één hand, maar werd ook gewerkt aan de functie van haar verlamde arm, waarin geleidelijk wat beweging terugkwam. ‘Ergotherapie is heel praktisch, je gaat dingen leren - hoe kun je was ophangen, een eitje bakken, koffie zetten - en ondertussen train je je functies. Wat het erg lastig maakte, is dat mijn linkerarm in mijn beleving niet voorkwam, alsof hij er niet was. Ik moest echt bedenken: o ja, het kan ook met links. Het lichaam wist ook niet meer hoe de arm moet bewegen, dus moest ik dat heel bewust sturen en dat kost veel energie. Het is moeilijk uit te leggen, het is niet dat de spieren het niet kunnen en de hersenen geven de opdracht ook, maar die opdracht wordt niet uitgevoerd. Een bal wegduwen, dat haalde ik in het begin echt uit mijn tenen.'
Na tweeënhalve maand opname ging Marjolein naar huis, om poliklinisch verder te revalideren. 'Ik ging inderdaad lopend de deur uit, toen nog met een stok. Drie keer in de week ging ik naar het revalidatiecentrum. Ik kon verder weinig in die periode, lag 's middags uitgeteld op de bank. Toch vond ik al snel dat ik weer kon gaan werken. Ik ben office manager bij een klein bedrijf in de reisbranche, een leuke, zelfstandige en verantwoordelijke baan. Ik heb op het werk alle medewerking gekregen, ze hebben me zelf laten bepalen hoe ik het wilde opbouwen. Ik begon met twee ochtenden en dat was ook echt genoeg. Maar het ging steeds beter en op een gegeven moment wilde ik de prioriteit leggen bij mijn functioneren op het werk, dus zijn we gestopt met de poliklinische revalidatie.'
Na een jaar, het was inmiddels begin 2007, werkte Marjolein drie hele dagen. 'Als je er vaker bent, wordt er meer van je verwacht en loop je weer tegen andere dingen aan. Ik merkte bijvoorbeeld dat het moeite kostte om me te concentreren met meer mensen in een ruimte en om weer echt de spil te zijn tussen directie en medewerkers. De bedrijfsarts raadde me aan om een neuropsychologische test te laten doen. Omdat ik zelf ook terugwilde naar het revalidatiecentrum voor ergotherapie - ik had het idee dat mijn handfunctie nog beter kon - heb ik contact opgenomen. Uit de test bleek dat mijn cognitieve functies in orde zijn, daar zitten geen structurele problemen. Ik heb toen een aantal gesprekken gehad met de psycholoog, waarin we bespraken met welke situaties ik moeilijk kon omgaan en hoe ik dat zou kunnen ombuigen. Het was een soort coaching, dat werkte heel goed.'
Werk
'Inmiddels werk ik weer mijn normale tijd, vier dagen, en zit ik ook op mijn oude niveau. Het enige verschil is dat ik vroeger 300 aanslagen per minuut typte en dat tempo haal ik niet meer. Ik ben heel ver gekomen, ik voel me weer 43 en geen tachtig. Voor mijn hand heb ik lang ergotherapie gehad, drie jaar, maar dat is zeker de moeite waard. Nog steeds moet ik de hand wel bewust gebruiken, maar ik had nooit gedacht zoveel van mijn handfunctie terug te krijgen. Eigenlijk vind ik dat iedereen die een beroerte heeft gehad de kans zou moeten krijgen om naar het revalidatiecentrum te gaan, om begeleiding te krijgen bij het omgaan met de gevolgen ervan. Ik heb zelf heel veel aan mijn revalidatie gehad en ik denk dat andere mensen er ook veel aan kunnen hebben, ook bij lichtere letsels.’
‘Ik ben heel nuchter van karakter en heb een positieve insteek. Mensen vonden het wel eens gek dat ik niet verdrietig of opstandig was, mijn man vroeg: “Krop je het niet op, je praat er niet over.” Maar ik ben nooit bezig geweest met wat ik niet kan en altijd met wat ik wel kan. Dat heeft te maken met acceptatie, de dingen nemen zoals ze komen. Een collega-revalidant zei: “Mensen vragen altijd ‘waarom jij?’; als ik nog eens een boek ga schrijven, gaat het heten ‘waarom ik niet?’” Dat is het. Dingen gebeuren, je moet daar gewoon mee verder. Door wat ik heb meegemaakt ben ik milder geworden, ik wind me niet meer op in de file of als iemand langzaam is voor de kassa. Je moet er niet van uitgaan dat alle mensen maar gezond zijn of net zoals jij. Ik begrijp dat nu beter, in dat opzicht ben ik rijker geworden.’
Uit:
Perspectief - de toegevoegde waarde van revalidatie
Meer praktijkverhalen
Patiënten over revalidatie