Nieuws

Behandelmodules maken revalidatiezorg transparanter

02 maart 2015

De medisch-specialistische revalidatie wordt afgerekend in uren. De revalidatiesector wil de zorg transparanter maken en overstappen naar bekostiging via behandelmodules. Na enkele jaren experimenteren met en bijschaven van deze modules moet in 2019 het declareren in behandeluren zonder herkenbare inhoud definitief tot het verleden behoren.

De revalidatiesector staat een groot avontuur te wachten. Het afgelopen jaar hebben zo’n veertig revalidatieartsen vanuit de verschillende diagnosewerkgroepen van de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA) behandelmodules ontwikkeld en beschreven. Deze moeten inzicht geven in de relatie tussen de geleverde revalidatiezorg en de prijs daarvan. Sinds 1 januari zijn alle revalidatie-instellingen bezig met de invoering van deze modules, om ze vanaf 1 juli te kunnen toepassen. Het gaat dan om een soort schaduwboekhouding naast de bestaande DBC-facturering, een grofmazig systeem dat afrekent op basis van de uren die een behandeling kost. Eerst moet het modulesysteem vanaf de tekentafel naar de praktijk worden gebracht voor verdere ontwikkeling en bijstelling, om hiermee in 2019 uiteindelijk te kunnen afrekenen.

Unieke positie
Enkele jaren geleden kwam de Nederlandse Zorgautoriteit met het verzoek ook de revalidatiezorg transparanter te maken. De VRA en Revalidatie Nederland namen de uitdaging aan om een alternatief te ontwikkelen voor de op uren gebaseerde DBC’s. Jeroen Schols, programmacoördinator Behandelmodules en Bekostiging bij Revalidatie Nederland, legt uit dat de sector ook zelf graag toe wilde naar meer transparantie bij het afrekenen van geleverde zorg. ‘We moeten aantoonbaar maken wat we doen. Dat probeerden we ook al enigszins te doen, door te werken met voorspellingen. Het was de bedoeling dat revalidatieartsen op grond van patiëntenkenmerken - de zorgvraagindex genoemd - zouden voorspellen hoeveel uren zorg in een individueel geval nodig zouden zijn en in welke DBC een patiënt dus zou vallen. Maar dat systeem was te complex doordat allerlei regels een rol speelden. Daarom wilden we naar een ander afrekensysteem, dat ook iets zou zeggen over de inhoud van de behandeling. Dat werden de modules. We willen hiermee de meerwaarde van de medisch-specialistische revalidatie duidelijker op de kaart zetten en onze unieke positie laten zien ten opzichte van bijvoorbeeld de geriatrische revalidatie en de revalidatie in de eerste lijn. Ook moet voor patiënten duidelijk worden wat er aan behandeling geboden is voor de gemaakte kosten. Dit is van toenemend belang, omdat revalidatiezorg onder het eigen risico van de patiënt valt, waarvan de hoogte jaarlijks toeneemt.’

Raamwerk
In een ijltempo maar zeer grondig hebben VRA-leden het afgelopen jaar de basis gelegd voor de nieuwe financieringssystematiek. Een van hen was Michael Bergen, revalidatiearts en bestuurder van Rijndam Revalidatie. Hij is lid van de projectgroep en hield zich onder meer bezig met de ontwikkeling van het raamwerk voor de modules. Hij vertelt dat dit raamwerk aangeeft hoe een totale revalidatiebehandeling is opgebouwd. ‘We onderscheiden daarin verschillende fasen, waarbij we telkens passende modules kunnen inzetten. In de eerste fase gaat het om het assessment, waarbij we de problematiek van de patiënt onderzoeken. Dit diagnosticeren kan beperkt blijven tot de revalidatiearts, maar bij complexere problematiek worden ook andere professionals uit het behandelteam ingeschakeld voor aanvullende diagnostiek, zoals neu-ropsychologisch onderzoek of een gangbeeldanalyse. Als er vervolgens een indicatie is voor behandeling, bepaalt de revalidatiearts de inhoud van de behandeling en zet behandelmodules in. Dat kunnen meerdere modules zijn, afhankelijk van wat je samen met de patiënt wilt bereiken. Na het afsluiten van de behandelfase volgt tenslotte de monitoringsfase. Hierbij kijk je na enige tijd of de patiënt nieuwe problemen heeft en of de resultaten van de behandeling beklijven. Indien nodig volgt een nieuw assessment en een gerichte behandeling.’

Generiek en diagnosespecifiek
Op basis van dit raamwerk hebben revalidatieartsen vanuit de verschillende VRA-diagnosewerkgroepen de behandelmodules beschreven. Daarbij maakten ze onderscheid in generieke en diagnosespecifieke modules. Bij de ontwikkeling van eerstgenoemde was Bergen nauw betrokken. Hij licht toe dat generieke modules niets te maken hebben met een bepaalde diagnose. Als voorbeelden noemt hij de generieke modules voor acceptatie en verwerking en voor wondbehandeling. In principe kan iedereen die te maken krijgt met medisch-specialistische revalidatie voor dergelijke therapieën in aanmerking komen. De diagnosespecifieke modules zijn daarentegen wél gericht op diagnosegroepen. Een voorbeeld daarvan is de module voor een gestoorde arm-handfunctie voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel.

Bergen benadrukt dat een module nu nog niet tot in detail aangeeft hoe de behandeling wordt vormgegeven. ‘Het gaat vooralsnog vooral om de indicatiecriteria, en om de vraag voor wie die module van toepassing is en met welk doel. Het wordt aan de instellingen overgelaten om de behandeling, mede op basis van de VRA-behandelkaders en nationale en internationale richtlijnen, inhoudelijk te beschrijven. De combinatie van modules die voor een patiënt wordt ingezet, bepaalt het totaalproduct.’ Het gaat bij de modules om grote en duidelijke behandelonderdelen. ‘Zorgonderdelen die niet verklarend zijn voor een verschil in behandelkosten, worden niet in modules omschreven omdat we er dan veel te veel zouden krijgen. Je kunt hierbij denken aan onderdelen die bij vrijwel iedere patiënt worden ingezet, zoals voorlichting over de aandoening en over een gezonde leefstijl. Hiervan wordt de tijd geregistreerd en betrokken bij de uiteindelijke tariefstelling.’

Uitdaging
Op de vraag of deze eerste stap naar behandelmodules op weerstand is gestuit binnen de sector, antwoordt Luikje van der Dussen volmondig nee. Zij is revalidatiearts bij Merem Behandelcentra, bestuurslid van de VRA en voorzitter van de stuurgroep Behandelmodules en Bekostiging. ‘We hebben het afgelopen jaar hierin veel tijd gestoken om iedereen uit te leggen waarom we dit doen. Ik merk dat revalidatieartsen erg positief zijn, omdat de modules als basis van een nieuwe financieringsstructuur vanuit de inhoud zijn beschreven. Dat juichen ze toe. Ze zien het als een uitdaging om aan te tonen waarom een behandeltraject in het ene geval heel uitgebreid is en in het andere niet.’ Of de komende jaren ook probleemloos zullen verlopen, kan Van der Dussen niet voorspellen. Wel weet ze dat iedereen binnen de instellingen de nieuwe benadering zal merken. Want het invullen van de modules zal vragen om een andere manier van plannen. ‘Iemand met een beroerte krijgt volgens het huidige systeem bijvoorbeeld wekelijks driemaal fysiotherapie en ergotherapie en vier keer logopedie. Per discipline plannen we een bepaalde frequentie in. Bij de modules moeten we als instellingen op een andere, meer geclusterde manier de behandelingen gaan plannen. Dit kan leiden tot een heel andere indeling van de zorg. Het omschrijven van de inhoud van de modules en het daarnaar inrichten van de zorg wordt nog een hele klus.’

Proefgedraaid
Van september tot december vorig jaar hebben Reade, Merem Behandelcentra, Radboudumc en UMCG - Centrum voor Revalidatie Beatrixoord als pilotorganisaties proefgedraaid met enkele behandelmodules voor niet-aangeboren hersenletsel. Van der Dussen: ‘Deze behandelmodules waren op dat moment het verst ontwikkeld. We wilden weten waar je in de praktijk tegenaan loopt als je ze gaat gebruiken. We merkten bijvoorbeeld dat de terminologie die de vier instellingen toepasten, uiteenliep.

Bijvoorbeeld de termen behandelmodules, assessment, generiek en specifiek werden nogal verschillend geïnterpreteerd. Er moet dus een duidelijk begrippenkader komen.’ Jeroen Schols van Revalidatie Nederland vult aan dat de pilot heeft geresulteerd in een implementatiehandreiking, die alle leden van Revalidatie Nederland inmiddels hebben ontvangen. ‘Met dit hulpmiddel kunnen alle instellingen nu aan de slag. Een van de adviezen in die handreiking is dat iedere revalidatie-instelling zo snel mogelijk een projectteam met een projectleider moet aanstellen. Verder gaan we een landelijk platform inrichten waar die projectleiders ervaringen kunnen uitwisselen en van elkaar kunnen leren. Voor vragen is er het Meldpunt Modules van Revalidatie Nederland en de VRA, te vinden via modules@revalidatie.nl. Je moet het zien als een groeimodel, instellingen kunnen eerst eens ervaring opdoen en feeling krijgen met het nieuwe systeem.’

Gecalculeerd risico
Vanaf 1 juli, wanneer ook alle behandelmodules voor reumatische en gewrichtsaandoeningen, diabetesrevalidatie en kinderrevalidatie gereed zijn, moet iedere instelling volgens het nieuwe modulesysteem gaan registreren. Medio 2017 volgt de landelijke analyse van al die gegevens, om vervolgens te kijken of er aan combinaties van modules tarieven kunnen worden verbonden. Op termijn zal ook de invulling van de behandelmodules door verschillende instellingen worden vergeleken, en zal worden nagegaan of die invulling landelijk meer op één lijn gebracht kan worden. Revalidatiearts en bestuurder Michael Bergen is benieuwd of de hooggespannen verwachtingen uitkomen. ‘Deze ontwikkeling zal in ieder geval een bijdrage leveren aan de standaardisatie van onze zorg, waardoor die ook beter meetbaar wordt. We zullen zeker nog modules moeten aanpassen, samenvoegen, bijmaken of weglaten. Het is een avontuur met een gecalculeerd risico. Heel belangrijk is dat de ICT, waaraan hard wordt gewerkt, goed aansluit en niet overmatig veel extra werk bezorgt. Als het allemaal lukt, dan weten patiënten en zorgverzekeraars in de toekomst precies welke zorg wij hebben geleverd en wat de resultaten zijn van onze interventies. Het gaat om complexe medisch-specialistische zorg. Die moeten we transparant maken. Daarop willen we worden beoordeeld en afgerekend.’

Animatie

 

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) stelt onder andere prestaties en tarieven vast voor medische handelingen. De afgelopen jaren heeft deze organisatie nauw samengewerkt met Revalidatie Nederland (RN) en de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA) om te komen tot een transparantere revalidatiezorg. Doel is dat registratie, declaratie en inkoop van deze zorg voortaan beter aansluit bij de medische behandeling en doelmatigheid stimuleert.

Britt Huijbregts, beleidsmedewerker bij de NZa en projectleider op het dossier RevalidatieBritt Huijbregts, beleidsmedewerker bij de NZa en projectleider op het dossier Revalidatie, was nauw bij dit proces betrokken. ‘We hebben gezamenlijk geconcludeerd dat de modulaire systematiek, die nu alleen nog in de longrevalidatie wordt toegepast, de beste optie is omdat die goed aansluit bij de medische besluitvorming voor revalidatie. We zijn tevreden over de samenwerking en bereidheid van RN, VRA en hun leden om te komen tot een verbetering van het bekostigings-systeem. Hun deskundigheid was van groot belang omdat zij als geen ander weten wat de medisch-specialistische revalidatiezorg inhoudt en hoe de processen binnen instellingen voor revalidatiezorg verlopen. Ik verwacht dat wanneer de revalidatiesector de behandelmodules in 2019 definitief heeft ingevoerd, er een medisch herkenbare en kostenhomogene productstructuur is, met onderbouwde behandelmodules voor specifieke patiëntengroepen. Op basis van die behandelmodules kunnen de behandelingen goed geregistreerd en gedeclareerd worden en krijgt de patiënt een duidelijke zorgnota.’
 
Bron: Revalidatie Magazine (RM) nr. 1 2015
Auteur: John Ekkelboom
Foto: Inge Hondebrink

Agenda

meer »