Nieuws

'Bijzonder dat zóiets je zoveel goed kan doen...'

04 december 2014

Jan, zoon uit een keurig gereformeerd gezin, sloeg een avontuurlijk levenspad in. Na een periode als commando reisde hij als journalist de wereld over. En ondanks zijn 69 jaren werkt hij nog steeds. Of eigenlijk: werkt hij weer, want eerder dit jaar moest hij er even tussenuit om te revalideren.

‘Bij de commando’s krijg je een bikkelharde training en doe je extreme dingen. Parachutespringen was mijn specialiteit. Het was mooi, maar omdat ik veel interesse heb in mensen ging het toch wringen. Ik heb dat dus op een gegeven moment vaarwel gezegd en ben de journalistiek ingedoken. Voor mijn werk ben ik op alle continenten geweest. Mijn lichaam ben ik altijd blijven trainen en ik ben ook extreme dingen blijven ondernemen, zoals bergbeklimmen.

Dit voorjaar was ik bij een uitspanning bij ons in de buurt toen ik onwel werd en op de grond viel. Ik heb heel goed geleerd hoe ik moet vallen, maar nu ving ik de klap op met mijn hoofd. De volgende dag kwam ik in het ziekenhuis bij met een schedelbasisfractuur en bloedingen in de hersenvliezen. Waarschijnlijk kwam dat door de val; het is nooit duidelijk geworden waarom ik onwel ben geworden. Ik had in ieder geval een verlamming links, ik sprak moeilijker en de cognitieve functies waren ook niet allemaal in orde. Ik kon bijvoorbeeld zomaar in een nee-modus blijven hangen. Als je eerst vroeg of ik van spruitjes houd zei ik nee, want dat is ook zo. Maar vroeg je daarna of ik van mijn vrouw en kinderen houd, dan zei ik ook nee. Alles was dan nee. Dat zijn heel rare verschijnselen.

Ik wilde maar één ding, en dat was terugkomen op het oude peil. Daarom was ik ook blij met de behandeling in het revalidatiecentrum. Wat daar voor mij een openbaring was, was de activiteitentherapie. Ik heb er altijd een hekel aan gehad om te werken met mijn handen; had vroeger op school ook een hekel aan handenarbeid. Activiteitentherapie leek me dan ook helemaal niets. Maar dan ga je toch maar starten en toen begon ik het zomaar leuk te vinden. Ik dacht: wat is dit zeg!? Ik werd er helemaal rustig van. En dat zag ik ook bij mijn mederevalidanten: het bracht ze allemaal een prettig soort rust en ze gingen vrolijker en tevredener weer naar buiten. En ondertussen oefen je, bijvoorbeeld doordat je moet proberen te focussen en doordat je met die moeilijke hand toch aan de slag gaat. Het is ook heel prettig als je dan merkt dat het lukt. Want ze zijn wel zo slim om je een opdracht te geven die je tot een goed einde kunt brengen, zoals voor mij het maken van een schaakbord. Heel bijzonder dat zóiets je zoveel goed kan doen.

Het herstel ging bij mij zeer voorspoedig. Ik ging in een rolstoel het revalidatiecentrum binnen en kwam bij wijze van spreken huppelend weer naar buiten. De verlamming is over, het cognitieve is helemaal in orde en de vermoeidheid van het begin is verdwenen. Het enige dat ik er blijvend aan over heb gehouden, is dat alle geuren in mijn hersenen worden vertaald naar dezelfde zoete geur. Dat het zo snel zo goed ging, komt denk ik door verschillende factoren. Gewoon geluk, een snelle behandeling in het ziekenhuis, mijn goede conditie, een positieve levenshouding, een sterke wil en het feit dat ik als commando heb geleerd om door te zetten waar anderen stoppen. En natuurlijk ook de geweldige revalidatiebehandeling.’
 

Bron: Revalidatie Magazine (RM) nr. 4 2014
Auteur: Annelies van Lonkhuyzen
Foto: Inge Hondebrink

Agenda

meer »