Nieuws

‘Een wetenschapsagenda is van groot belang’

04 december 2014

Verder bouwen aan revalidatieonderzoek

ZonMw financiert en coördineert innovatief onderzoek in de gezondheidszorg. Waaronder, vanaf 1998, ook revalidatieonderzoek. Renata Klop, tot voor kort programmacoördinator revalidatie bij ZonMw, maakt de balans op en kijkt vooruit.

RevalidatieonderzoekWat was het doel van de eerste twee onderzoeksprogramma’s, die liepen tot 2010?
‘Het onderzoek binnen de revalidatiesector was eind vorige eeuw sterk versnipperd, en er was onvoldoende samenwerking tussen universiteiten en centra. Kwantiteit en kwaliteit waren destijds onvoldoende en er werd te weinig gepubliceerd. Dat was de aanleiding tot het Stimuleringsprogramma Revalidatieonderzoek. Dit programma richtte zich inhoudelijk op het beloop van de verschillende aandoeningen, en daarnaast op het scheppen van een samenhangende infrastructuur. Dat wil zeggen: op het bevorderen van samenwerking tussen revalidatiecentra en universitaire medische centra. En we wilden stimuleren dat UMC’s vaste formatie voor revalidatieonderzoek gingen reserveren. Daarmee werden de condities gecreëerd voor samenhangend onderzoek waarin revalidatiesector en academische sector elkaar versterkten. De opgebouwde infrastructuur gebruikten we verder bij het IIe Programma Revalidatieonderzoek, dat zich meer richtte op onderzoek naar de effectiviteit van interventies.’

Wat is er bereikt?
‘De gestelde doelen hebben we voor een groot deel bereikt. Revalidatiecentra en UMC’s trokken samen op rond aantal onderzoeksthema’s. UMC’s gingen steeds meer in het revalidatieonderzoek investeren en de vaste formatie groeide. Daarnaast is het beloop van veel aandoeningen beter in kaartgebracht, en is er onderzoek gedaan naar de effecten van therapieën. Daar profiteren de revalidanten van, soms op onverwachte manieren. Zo bleek dat NDT, een gebruikelijke therapie bij CVA, zelfs een negatief effect had, en is die therapie geleidelijk vervangen door een aanpak die wél bewezen werkt. Dat zijn belangrijke stappen. Ook van het onderzoek naar het beloop van aandoeningen profiteren patiënten. Het is goed om een beeld te hebben van wat je kunt verwachten en daar je behandeling op te kunnen afstemmen. Met de onderzoeksprogramma’s is een basis gelegd voor meer evidence-based handelen in de revalidatiesector.’

Profiteerden alle vormen van revalidatie evenveel van deze programma’s?
‘Uiteraard moesten er keuzes gemaakt worden. Die keuzes werden mede bepaald door het beleid van de fondsen, want tijdens het IIe Programma Revalidatieonderzoek ging het geld van fondsen een grotere rol spelen. Zo werd het dankzij een aantal kinderfondsen mogelijk om onderzoek te doen naar de effectiviteit van revalidatieprogramma’s bij kinderen, maar voor sommige andere thema’s werd het lastiger. Overigens heeft het Revalidatiefonds veel bijgedragen zonder de agenda te willen bepalen. Heel bijzonder is ook dat de sector als geheel veel heeft geïnvesteerd in het gezamenlijke onderzoek.’

Wat is de huidige situatie op onderzoeksgebied?
‘Het derde programma is van start gegaan, weer grotendeels gefinancierd vanuit verschillende fondsen. Revalidatiecentra investeren er zelf ook nog steeds veel in. Zij hebben los van de programmafinanciering eigen onderzoeksformatie en onderzoeksgelden, en het valt op dat ze bij de inzet daarvan hun eigen weg inslaan, zonder landelijke afstemming. Zo dreigt opnieuw versnippering te ontstaan. Ook blijkt uit een recent stageonderzoek van Carin Leijendekker dat nu telkens één revalidatiecentrum zich aan een UMC verbindt, en dat de andere centra in de regio zich daar vervolgens niet bij willen aansluiten. Centra doen eigen onderzoek en lijken ook steeds minder van elkaar te weten welk onderzoek dat is. Ik vind dat heel jammer, want zo kan het bijvoorbeeld gebeuren dat twee centra op hetzelfde terrein onderzoek doen zonder de inhoud van de onderzoeken af te stemmen en zonder elkaar op de hoogte te houden van de resultaten. De meest gehoorde verklaring is dat de centra ook elkaars concurrent zijn, en dat ze op deze manier hun eigen unique selling points proberen te creëren.’
 
‘Nieuwe versnippering van het onderzoek dreigt’

Hoe moet het verder met het onderzoek in de revalidatiesector?
‘Het is van groot belang dat er landelijk een goede wetenschapsagenda komt. Dat is nodig om relevante onderzoekterreinen af te bakenen, en om dus versnippering tegen te gaan. Bij veel medische specialismen ligt het initiatief voor het opstellen van zo’n agenda bij de specialistenvereniging. Ik kan me voorstellen dat dat ook binnen de revalidatiezorg zo gaat, en dat dus de vereniging van revalidatieartsen VRA het voortouw neemt. Als dat gebeurt, is het cruciaal dat de organisatie het proces goed afstemt met cliëntenorganisaties en met andere relevante partijen, zoals Revalidatie Nederland en collega-beroepsorganisaties. En de ontwikkeling van zo’n agenda moet op een transparante manier gebeuren. Verder kan ik me voorstellen dat de leidende rol voor bepaalde onderdelen bij andere partijen ligt. Zo zou onderzoek rond de effectiviteit van fysiotherapeutische behandelingen door de betreffende beroepsorganisatie aangestuurd kunnen worden. Door op deze manier een wetenschapsagenda te formuleren en te prioriteren, hoop je met beperkt budget het geld goed te besteden en de implementatie te bevorderen, omdat de vraag uit het veld komt. Daar hebben revalidanten baat bij, maar ook de centra zelf. Door een geconcentreerde, gezamenlijke inspanning krijg je meer kwaliteit, en dus een krachtiger sector.’
 
  • Het Stimuleringsprogramma Revalidatieonderzoek werd gefinancierd door de ministeries van VWS en OC&W, Revalidatie Nederland, NWO, het Revalidatiefonds en ZonMw.
  • Het IIe Programma Revalidatieonderzoek werd gefinancierd door Fonds NutsOhra, VSBfonds, Revalidatie Nederland, Revalidatiefonds, Prinses Beatrix Spierfonds, het Johanna KinderFonds, Stichting Rotterdams Kinderrevalidatiefonds Adriaanstichting, ZonMw en de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen.
  • Het IIIe Programma Revalidatieonderzoek wordt gefinancierd door Revalidatie Nederland, Fonds NutsOhra, Revalidatiefonds, Johanna KinderFonds (JKF) / Stichting Rotterdams Kinderrevalidatie Fonds Adriaanstichting (KFA), de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen en ZonMw.

Kijk voor informatie over het stageonderzoek van Carin Leijendekker op www.revalidatiemagazine.nl, ‘Links’.
 

Drie onderzoeksprogramma’s

Het eerste revalidatieprogramma van ZonMw liep van 1998 tot 2005. Dit Stimuleringsprogramma Revalidatieonderzoek, gericht op kennis over het beloop van ziektebeelden en op het creëren van een infrastructuur, was veruit het grootste van de drie en werd ook gesteund door de overheid. Het IIe Programma Revalidatieonderzoek, van 2006 tot 2010, richtte zich op de effectiviteit van interventies. Fondsen ondersteunden de revalidatiesector bij de financiering. Het IIIe Programma Revalidatieonderzoek, dat begon in 2013, bouwt voort op het tweede. Daarnaast liep er van 2009 tot 2012 een programma gericht op de implementatie van de opgebouwde kennis.

 

Bron: Revalidatie Magazine (RM) nr. 4 2014
Auteur: Adri Bolt
Illustratie: Roel Seidell
 

Agenda

meer »