Nieuws

Gewoon een potje jam openmaken

04 december 2014

Ieder jaar verliezen ongeveer vijftig Nederlanders hun onderarm of een deel van de onderarm door een ongeval. En jaarlijks worden vijftig kinderen geboren met een ‘groter handdefect’. De prothesen die hen ter beschikking staan worden steeds beter.

Onderzoek naar verbetering van armprothesen is in ons land lang achtergebleven. Ongetwijfeld een kostenfactor, denkt hoogleraar revalidatiegeneeskunde Corry van der Sluis, want relatief gaat het niet om een grote groep patiënten: vijf- tot tienduizend in totaal, schat ze. Maar nu is er - ook internationaal - een grote inhaalslag. De eerste prothesen worden uitgeprobeerd die met gebruik van geïmplanteerde elektrodes gevoel vanuit de kunstvingers kunnen overbrengen. ‘Daar zijn nog obstakels te overwinnen, maar de ontwikkelingen zijn erg interessant’, zegt de hoogleraar. ‘Hopelijk komt dit binnen het bereik van alle patiënten.’ Er zijn nu al kunsthanden beschikbaar voor het publiek waarbij alle vingers kunnen bewegen. Nog wel heel duur, kosten zo’n 35.000 euro.

Hand in de kast
Ook om financiële redenen wordt nu vaker gekozen voor de myo-elektrische armprothese, met een prothesehand die opent en sluit, aangestuurd via spieren in de stomp. Maar uit onderzoek is gebleken dat dertig procent van de gebruikers uit ontevredenheid met het resultaat door de beperkte bewegingsmogelijkheden die hand in de kast legt.

Het Universitair Medisch Centrum Groningen, waaraan Corry van der Sluis verbonden is, heeft onderzocht of een armprothese-simulator kan helpen om het gebruik van de myo-elektrische armprothese te bevorderen. De therapie met de simulator is gebaseerd op het fenomeen ‘bimanuele transfer’, waarbij niet de aangedane arm moet oefenen maar de gezonde. De simulator wordt met een manchet aan de gezonde arm bevestigd, waarna de patiënt deze op dezelfde wijze kan bedienen als bij een echte armprothese. Corry van der Sluis zegt dat wetenschappelijk onderzoek heeft bewezen dat het oefenen van motorische vaardigheden van één arm een gunstig effect heeft op beide armen. ‘Wij hebben nu aangetoond dat dit effect ook optreedt met deze simulator. Door de gezonde arm te trainen, wordt ook de geamputeerde arm vaardiger. Zo kun je mensen al meteen na de amputatie laten oefenen. Het trainen van een geamputeerde arm is in de herstelfase niet mogelijk, omdat de wonden nog niet zijn genezen. Door de simulator is dus tijd te winnen.’

Overbelasting
Ook is winst te halen door beter advies aan cliënten over het vermijden van te veel compensatiebeweging. Van der Sluis: ‘We hebben onderzoek gedaan naar overbelasting en daaruit blijkt dat mensen na een armamputatie twee keer zo vaak klachten krijgen in nek en schouders. Daaraan moeten wij in revalidatie veel meer preventieve aandacht besteden.’

Tevreden is de hoogleraar over de recente implementatie van een protocol waaraan zij meewerkte en dat nu door tien revalidatieteams in het hele land wordt gebruikt bij het gestructureerd aanmeten van een armprothese. ‘Je moet namelijk veel keuzes maken om tot het juiste hulpmiddel te komen. Proefprothesen kunnen helpen om de patiënt een idee te geven van wat een prothese voor hem of haar kan betekenen. Bij De Hoogstraat is een pasprothese in ontwikkeling, een soort koppelstuk waarmee je verschillende prothesen kunt uitproberen. Het maken van een individuele proefprothese is tegenwoordig ook mogelijk. Met de zorgverzekeraars hebben we afgesproken in welke gevallen we dat mogen doen.’ Belangrijk is ook, benadrukt Van der Sluis, dat er oog is voor het leren gebruiken van een prothese. ‘Op dit moment wordt gekeken hoe digitale games kunnen helpen bij het trainen. Natuurlijk is alle voortschrijdende techniek en kennis enorm belangrijk. Maar we mogen daarbij vooral de dagelijkse werkelijkheid niet uit het oog verliezen. Want een patiënt heeft toepasbaarheid nodig in de dagelijkse praktijk. Hij wil gewoon een potje jam open kunnen maken.’
 

Machine-operator Bert verloor zijn linker - dominante - hand tijdens een bedrijfsongeval in 2006. Hij koos voor het dragen van een handprothese. Het werd de myo-elektrische prothese, die een grijpbeweging kan maken. ‘Maar ook na flink oefenen was ik daar niet tevreden over, het voegde voor mij te weinig toe. Het was niet mogelijk om kleine dingen te pakken. Ik deed altijd veel met mijn handen, zoals houtbewerken en sleutelen aan mijn motor. Veel kon ik nu niet meer doen, of het ging een stuk langzamer.’

Op internet kwam hij de i-Limb tegen: een geavanceerde myo-elektrische prothese waarvan je de vingers kunt buigen en de duim kunt laten kantelen. ‘Overtuigd van de voordelen probeerde ik deze prothese te krijgen. Van allerlei kanten werd me verteld dat dit moeilijk zou worden, omdat zorgverzekeraars niet staan te springen om zulke dure voorzieningen te vergoeden. Mijn zorgverzekeraar vertelde me inderdaad dat de prothese niet vergoed zou worden. Want er waren toch goedkopere voorzieningen die voldeden? Mijn myo-elektrische prothese kostte 17.000 euro; mijn i-Limb kostte 34.000 euro. Ik heb als eerste Nederlander toch die i-Limb gekregen, met een vergoeding vanuit de letselschade. Met de nieuwe prothese kun je bijvoorbeeld kiezen uit greepposi- ties, zoals de pincetgreep en gebruik van wijsvinger. Ik kan hierdoor heel veel meer. Nu kan ik wél een beker vasthouden en van alles tweehandig doen, zoals stofzuigen of typen. Zorgverzekeraars zouden voor die meerwaarde oog moeten hebben. Ontwikkelingskosten voor dit soort voorzieningen zijn torenhoog, maar als er meer worden verkocht kan de prijs zakken. Als je verder moet met één hand, kan een prothese met meer functies heel veel verschil maken.’
 

Bron: Revalidatie Magazine (RM) nr. 4 2014
Auteur: Alice Broeksma
Foto: Inge Hondebrink
 

Agenda

meer »