Nieuws

'Het leven gaat door'

04 september 2014

Tijdens een potje rugby een hoge dwarslaesie oplopen: de kans dat dat gebeurt is bijzonder klein. Toch overkwam het Floris (47). Een tackle pakte verkeerd uit, met als gevolg dat hij verlamd zijn leven weer moest zien op te pakken. En dat deed hij.

De eerste diagnose was dat ik van de nek af helemaal verlamd was. Ik dacht: dan hoeft het voor mij niet meer. Ik ben toen geopereerd en twee weken in coma gehouden. Toen ik wakker werd, bleek dat ik mijn armen wel een klein beetje kon bewegen. Samen met mijn toenmalige vriendin heb ik besloten om verder te gaan, en vanaf dat moment heb ik ook niet meer teruggekeken. Je moet het accepteren: als je dat niet doet, heb je alleen maar jezelf ermee. Ik zei ook tegen mijn vrienden van de rugbyclub, die trouw iedere avond kwamen, dat ze gewoon moesten vertellen over de dingen die ze meemaakten. Dat vonden ze in het begin moeilijk, maar ik heb gezegd dat ik hun verhalen juist wilde horen. Het leven gaat door.

Voor het ongeluk werkte ik in Eritrea voor een landbouwproject. Mijn vriendin zou ook komen, maar alle westerlingen moesten geëvacueerd worden omdat oorlog met Ethiopië uitbrak. Ik was terug in Nederland en bezig met een post-hbo-opleiding toen het ongeluk gebeurde. We hadden geen idee hoe ons leven eruit zou zien, maar waren voortdurend bezig met plannen maken: hoe lossen we dit op, hoe doen we dat? Na ongeveer twee jaar zijn we getrouwd. Langzaam pakten we samen de draad weer op, maar na een paar jaar werd de relatie toch moeilijk. Mijn vriendin wilde kinderen, maar ze was ook kostwinner en de zorg zou helemaal op haar terechtkomen. Het is een belangrijke reden dat we ons huwelijk hebben beëindigd. Gelukkig is het contact heel goed gebleven.

Ik woon nu in een Fokus-woning, een bijna ideale oplossing. Wanneer ik hulp nodig heb, kan ik via de intercom bellen, 24 uur per dag. En ik

kreeg een hulphond. Hij is tien jaar bij me geweest, maar ik heb hem vorig jaar moeten laten inslapen. Dat was niet leuk. Zo’n hond doet dingen voor je - iets oprapen dat op de grond is gevallen, een tijdschrift pakken - maar houdt je vooral ook gezelschap. En toen mijn hond er niet meer was, merkte ik hoe belangrijk het is voor de structuur. Ik kwam soms hele dagen het huis niet uit. Een hond zorgt voor regelmaat, want je moet sowieso drie keer per dag naar buiten om te wandelen. Dus was ik blij toen ik na een half jaar een nieuwe hond kreeg. Dan moet je weer op elkaar ingesteld raken, maar dat is juist ook wel leuk en het gaat steeds beter.

Drie jaar geleden ben ik langdurig ziek geweest - een doorligplek en nierstenen - en het heeft lang geduurd voordat ik daar overheen was. Het is niet altijd eenvoudig met zo’n hoge dwarslaesie. Het moeilijkste blijft hulp vragen. In het begin vond ik dat heel erg. Maar je moet het wel leren, want als je geen hulp vraagt gebeuren dingen gewoon niet. Gelukkig ben ik een goede organisator. Zo organiseer ik geregeld een barbecue voor 60 tot 70 mensen van de rugbyclub. Prachtig vind ik dat. En ik geniet van mijn hobby’s: zo ben ik gek van woestijnen en verzamel ik informatie over alle ontdekkingsreizigers die daar rondgezworven hebben. Ik heb allerlei plannen: ik wil een keer parachutespringen, ik wil een keer catamaran zeilen en een ballonvaart doen en ik wil kijken of ik nog zelf auto kan rijden. Je moet het goed plannen, maar dan is er zo veel mogelijk.’
 

Bron: Revalidatie Magazine (RM) nr. 3 2014
Auteur: Annelies van Lonkhuyzen
Foto: Inge Hondebrink

Agenda

meer »