Nieuws

Telerevalidatie: 'Mis de boot niet'

02 maart 2015

Telerevalidatie is niet meer te negeren. ‘De meerwaarde is groot en de toepassingen zijn legio,’ zeggen deskundigen. ‘Mis de boot niet.’

Telerevalidatie is een vorm van ‘eHealth’, door de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg omschreven als ‘het gebruik van nieuwe informatie-en communicatietechnologieën, en met name internettechnologie, om gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen of te verbeteren’. Telerevalidatie kan op talloze manieren worden ingezet. Revalidatiecentra hebben bijvoorbeeld Wii-games al ontdekt als voordelig en effectief trainingsmiddel. Bij teleconsultatie kunnen eerstelijns fysiotherapeuten video-opnamen maken van een patiënt met houdings-of bewegingsproblemen en die beelden voor overleg doorsturen aan een revalidatiedeskundige. Door apps kunnen patiënten thuis zien hoe een oefening ook alweer moest, en kunnen therapeuten de vorderingen volgen en op afstand coachen.

Psychologische ondersteuning
In de afgelopen jaren hebben verschillende Nederlandse revalidatiecentra proeven gedaan met telerevalidatie. Heliomare wil nu een stap verder gaan en van telerevalidatie een vast en groeiend behandelonderdeel maken. Samen met Minddistrict ontwikkelde het revalidatiecentrum behandelmodules die sinds een half jaar worden aangeboden als aanvulling op de reguliere behandeling. Op dit moment worden de modules naar grote tevredenheid in een try-out gebruikt door zeventig patiënten; er kan worden doorgegroeid naar zeshonderd patiënten.

De modules dienen nu nog vooral als online psychologische ondersteuning van revalidanten met niet-aangeboren hersenletsel, om problemen aan te pakken als chronische pijn, slecht slapen, stemmingswisselingen en piekeren. De patiënten krijgen uitleg, opdrachten, dagboekjes die ze moeten invullen, coaching door een therapeut. Gewerkt wordt aan meer modules voor mantelzorgers van patiënten, preventie en wondverzorging van decubitus bij spina bifida en dwarslaesie. Ook komt er een module over arbeidsparticipatie voor alle diagnosegroepen.

Duidelijke voordelen
Voor revalidatiearts Coen van Bennekom zijn de voordelen duidelijk. ‘Wij kunnen er zelf heel gestructureerd door werken, de patiënt wint veel tijd doordat hij niet elke keer naar ons centrum hoeft te komen en er is meer flexibiliteit. De patiënt kan thuis op een goed moment aan de module werken, de behandelaar kan via e-mail vragen van de patiënt makkelijker beantwoorden. Bij decubituszorg gaat een verpleegkundige nu nog altijd naar de mensen thuis voor controle op doorligwonden. Maar er kan goed aan preventie worden gewerkt als patiënten geregeld foto’s naar ons doorsturen.’ Er is een ‘maar’, zegt Van Bennekom. ‘Niet bij elke klacht kan telerevalidatie worden ingezet. Een patiënt moet wel in staat zijn zelf aan een opdracht te werken. Bij hersenletsel kan dat niet altijd.’ Maar telerevalidatie heeft voor hem toch de toekomst. ‘De tijd is voorbij van hier en daar een half contactuurtje met een behandelaar. Het gaat om de toegankelijkheid van kennis en de overdracht daarvan. Revalidatiecentra moeten het hebben van hun expertise. De revalidatiearts kan het overzicht houden en beslissen waar telerevalidatie nodig is, en waar persoonlijk contact en met welke behandelaar. Onze expertise is de meerwaarde én onze overlevingsstrategie. Het mag niet zo worden dat een cliënt er alleen voorstaat en bij de drogist een appje tegen depressie moet gaan kopen.’

Volgend niveau
Meer centra proberen nu telerevalidatie naar een volgend niveau te brengen, en dat geldt zeker ook voor Revalidatie Friesland. Binnen vier jaar wil het centrum tien procent van de revalidatie overgezet hebben. Samen met zeven andere revalidatiecentra wordt nu gekeken welke toepassingen ontwikkeld en ingevoerd kunnen worden voor telerevalidatie na een CVA. Daarnaast probeert Revalidatie Friesland dit jaar diverse mogelijkheden uit, zoals videobeeldverbinding tussen professionals en tussen professionals en patiënten, en telerevalidatie voor mensen met chronische pijn en oncologiepatiënten. Die laatste toepassing is ontwikkeld door Roessingh Research & Development. ‘Telerevalidatie zal revalidatie in het centrum nooit volledig kunnen vervangen, maar deels kan dat wel en verder kan het belangrijk aanvullen’, zegt projectleider Jildau Siderius van Revalidatie Friesland. ‘In een provincie als de onze gaat door de afstand veel tijd aan reizen verloren. Het is puur winst als een behandelaar de voortgang van een patiënt kan volgen die thuis inlogt. Het versterkt ook de eigen regie van patiënten, die zelf kunnen bepalen waar en wanneer ze hun oefeningen uitvoeren.’ De projectleider verwacht ook voor het behandelcentrum tijdwinst te zien.

Twintig procent tijdwinst
Stephanie Jansen-Kosterink gaat ervan uit dat deze verwachting zal uitkomen. De onderzoeker, verbonden aan de Universiteit van Twente en aan Roessingh Research & Development, promoveerde onlangs op de meerwaarde van telerevalidatie. Ze zag dat het inzetten van de huidige digitale mogelijkheden behandelcentra twintig procent tijdwinst oplevert. ‘Want de consulten kunnen korter zijn, maar zeker niet minder van kwaliteit omdat alle medische gegevens duidelijk in beeld zijn en de cliënt persoonlijk kan worden gevolgd.’

Newscenter Philips bevestigt dit met een recente conclusie dat de zorg voor hartpatiënten sterk kan worden verbeterd en 26 procent op de zorg-kosten kan worden bespaard ‘als het zorgproces wordt geoptimaliseerd en wordt ondersteund door digitale thuismeetoplossingen’. Een niet geringe winst die bleek door onderzoek naar de gezondheidstoestand van 175 hartpatiënten, uitgevoerd door zes ziekenhuizen, CZ, VGZ en Philips. Door de patiënt dagelijks te volgen was de helft minder ziekenhuisopname nodig, omdat medische complicaties tijdiger werden ondervangen. Patiënten voelden zich ook veiliger door het constant monitoren. Hoewel het gaat om een andere hoek van zorg is het principe voor revalidatie ook van toepassing, bevestigt Jansen-Kosterink. ‘Ook hier is tijdsen kwaliteitswinst te behalen.’

‘Pas het toe’
Aan de technologie zal het niet liggen, benadrukt de onderzoeker. ‘Het is voor revalidatiecentra belangrijk zich te realiseren dat ze op dat terrein het wiel niet opnieuw hoeven uit te vinden, dat is zonde van tijd en geld. Ik adviseer: er ís al ontzettend veel aan technologie, dus pas dat toe. De taak van de revalidatiecentra is te ontdekken hóe ze die technologie precies kunnen inzetten.’ Jansen-Kosterink ziet nu nog geregeld argwaan. ‘Er is angst dat je een patiënt thuis aan allerlei ingewikkelde elektroden moet koppelen. Dat is helemaal niet zo. Denk maar aan wat een smartphone al allemaal kan. Die let op je gewicht en je hartslag, en thuis bloeddruk opmeten is ook al heel gewoon.’ Ook hoort ze nog telkens het argument dat internetverkeer onveilig kan zijn voor privacy. ‘Maar dat werd een aantal jaar geleden ook gezegd over telebankieren en dat is nu ingeburgerd. Er is helemaal geen reden om bang te zijn voor privacy als er goede producten worden gebruikt.’ Tegen hulpverleners zegt de onderzoeker: mis de boot niet, ga aan de slag, kijk hoe collega’s die voorop lopen de nieuwe telemogelijkheden al naar hun hand zetten. En ook opleidingen moeten mee. ‘Daar is nog geen standaardruimte voor telerevalidatie, en die moet er natuurlijk wel komen.’
 

Evelien is hier bezig met de ‘piekermodule’ van Heliomare: ‘Ik heb naast mijn beperkingen met lopen veel last van stress en piekeren. Hierdoor val ik vaak laat in slaap en ga ik doemdenken. Gelukkig ben ik over het algemeen positief ingesteld, maar soms, als alles samenkomt, is positief zijn best moeilijk. Middels deze module leer ik om te gaan met stressvolle situaties en piekeren. Ik vind het handig dat ik dit gewoon vanuit huis kan doen, op een moment dat het mij uitkomt. Wat wel lastig is, is dat ik me door mijn medicijnen niet lang kan concentreren op het beeldscherm. Gelukkig kun je ook luisteren naar de modules, waardoor ik alleen voor het maken van opdrachten naar het scherm hoef te kijken. Een prettige en zinvolle aanvulling op de behandelingen in het revalidatiecentrum.’
 
Bron: Revalidatie Magazine (RM) nr. 1 2015
Auteur: Alice Broeksma
Foto: Inge Hondebrink

Agenda

meer »