Publicaties

Revalidatie Nederland geeft diverse publicaties uit. U vindt ze in dit hoofdstuk. U kunt hier de publicaties als PDF downloaden. Voor films verwijzen we u naar ons kanaal op youtube. Revalidatie Magazine, de digitale kwartaaluitgave van de revalidatiesector, is te vinden op www.revalidatiemagazine.nl. 

Revalidatie Magazine (RM) nr. 4 2007

01 december 2007 | 'Revalidatie en de anderen'

Revalidatie Magazine (RM) nr. 4 2007: '0Onderwerpen o.a.: Zorglogistiek: kan het sneller en beter? Games maken revalideren leuker. Veranderingen in het vakmanschap. Structureel sportadvies helpt kinderen aan het sporten. Teleconsult: consulteren op afstand. Revalidatie Nederland publiceert marktonderzoek; en meer...
 
Download

In Revalidatie Magazine nr. 4 van 2007 staat in het artikel 'Vakmanschap verandert' onder meer een interview met Bernadette Wassink. Van dit interview is een onjuiste versie geplaatst, die haar mening niet goed weergaf. De juiste versie van het interview kunt u hieronder lezen.
 
 

Vakmanschap verandert


Van generalist tot specialist

Vroeger hadden revalidatiecentra vakafdelingen, waarin vakgenoten – zoals fysiotherapeuten of verpleegkundigen - samenwerkten en beleid maakten. Tegenwoordig zijn de multidisciplinaire behandelteams leidend; een revolutionaire omslag van aanbod- naar vraaggericht werken. Want de revalidant profiteert van de nauwe afstemming tussen de verschillende behandeldisciplines. Een mooi resultaat, maar waar blijft het vakmanschap in dit verhaal? Een behandelaar en een manager aan het woord. Door Inez Pelgröm

De omschakeling naar een teamstructuur betekende voor de behandelaars dat ze een richting moesten kiezen. Bernadette Wassink, psycholoog in een pijnteam en daarnaast vakcoördinator binnen Het Roessingh, vond dat lastig. ‘Aan de ene kant zorgde het dat ik nu werk met een patiëntengroep waar ik affiniteit mee heb.’ Anderzijds betekende de keuze voor pijn dat ze de neuropsychologie los moest laten. ‘Het maakt ons beslist minder flexibel’, stelt ze. ‘Je bent gewoon niet meer up-to-date op andere werkgebieden en daardoor ben je moeilijker inzetbaar. Dat is vanuit de organisatie gezien soms niet handig.’

Van alles een beetje
Het multidisciplinaire team leidt tot ontwikkeling van specialismen. ‘Dat gaat ten koste van de generalist’, zegt Wassink, ‘die komt in een revalidatiecentrum niet ver meer.’ Van alles een beetje weten, is niet meer voldoende. Deze specialisatie houdt wel in dat centra hoogwaardige zorg bieden. Het geeft de patiënt waar hij recht op heeft, namelijk de juiste behandeling van een deskundig team. Tenminste, nuanceert ze, als het management geld vrijmaakt voor innovatie. ‘De kanteling moet hand in hand gaan met kwaliteitsverbetering. Anders mis je de boot en gaat de patiënt naar een ander.’ Maar wanneer revalidatiecentra moeilijker hun begroting rond krijgen, verdwijnt kwaliteit gemakkelijk naar de achtergrond. Productie draaien is dan belangrijker; voor de vakspecialist een gruwel. ‘Dat is een keuze die speelt en waar je zeker twijfels bij kunt hebben.’
 
Blinde vlekken
Als het gaat om bijvoorbeeld het verdelen van budget, het invullen van scholing of het meedraaien in projecten ligt de beslissing tegenwoordig bij het behandelteam: dat bepaalt wíe wát gaat doen. Natuurlijk vindt daarover discussie plaats, laat Wassink weten. Soms moet de vakspecialist zich schikken naar de keuzes van het team. ‘Voor een eenling in een team is het dan moeilijk om voor zijn vakbelang op te komen.’ De psycholoog ziet daarom zeker bestaansrecht voor vakgroepen, waarin vakgenoten elkaar geregeld treffen. ‘Het geeft de mogelijkheid informatie uit te wisselen en een gezamenlijk standpunt uit te dragen.’ Ze constateert bovendien dat er gevaar is voor het ontstaan van blinde vlekken. De wil is er wel om als vakgenoten samen dingen op te pakken, maar tijd en geld staan altijd onder druk.

Terugveren
Het mooie van de teamstructuur is dat elke discipline zijn eigen kleur - expertise - toevoegt. Het moet alleen geen grijze massa worden, vindt Wassink. Dat gebeurt als teamleden de neiging hebben teveel over elkaars vakgebied te willen zeggen. Maar juist die uitgesproken kleuren geven het team een eigen identiteit. ‘We moeten daarom als vakgroepen ruimte krijgen ons te ontwikkelen, zodat we beter gebruik kunnen maken van elkaars expertise.’ Een duidelijke positionering is noodzakelijk. Management en vakgroepen botsen daarbij soms. Ze moeten elkaar weten te vinden in de afstemming tussen de koers van de organisatie en de behoefte van de vakgroep. Uiteindelijk komt dat wel goed, denkt ze, want bij reorganisatieprocessen is het vaak zo dat eerst wordt doorgeschoten om daarna weer wat terug te veren. De vakgroep is belangrijk voor het op peil houden van vakmanschap. ‘Daarvan kan het team alleen maar profiteren.’

In 2005 maakte het Rijnlands Revalidatiecentrum de overgang van vakafdelingen naar multidisciplinaire teams. Frank Boogmans, sectormanager in het RRC: ‘Het grote voordeel van de teamstructuur is de ontwikkeling van specialismen.’ De medewerkers krijgen niet meer met een veelheid aan diagnoses te maken, waardoor expertisegebieden ontstaan. Het centrum creëert daarmee een meerwaarde ten opzichte van andere aanbieders. Dat is nodig, meent hij, want steeds meer soorten organisaties gaan revalidatiezorg bieden. De bundeling van professionals in gespecialiseerde teams dient dus een belangrijk doel: ‘Je geeft de patiënt een reden waarom hij bij jou moet zijn.’
 
Voelspriet
Het teambelang staat nu centraal, vakgenoten zijn minder belangrijk geworden. Een goede ontwikkeling, meent Boogmans, want het team bepaalt de kwaliteit. ‘Met elkaar staat het team voor een bepaalde standaard. Daar maak je samen afspraken over.’ Hij erkent wel dat het soms te lang duurt voordat vakgenoten de kans krijgen elkaar te spreken. ‘Niet alles kan, dan is het kwestie van beslissen wat je het belangrijkst vindt.’ Het teambelang blijft dan voorop staan. Toch ziet hij zeker een rol weggelegd voor de vakgroep; het is de voelspriet naar buiten toe. ‘De vakspecialisten halen externe ontwikkelingen op hun vakgebied in huis. Daarover moeten ze gezamenlijk een standpunt in kunnen nemen.‘ Met deze rol voor de vakgroep hoeft de kwaliteit van het vak volgens hem niet onder de teamstructuur te lijden.

Spanningsveld
Een garantie voor het behoud van vakmanschap is het vaste budget voor scholing. ‘Door de teamstructuur is scholing gemakkelijker in te vullen’, geeft Boogmans aan. ‘We kunnen veel gerichter keuzes maken.’ Vakgroepen geven daarbij hun wensen aan; de revalidatiearts en de sectormanager beslissen. Als bepaalde patiëntengroepen flink groeien, houden ze daar rekening mee. Zodoende houdt het centrum verbinding met de markt. Ook telt noodzaak zwaar mee. Elke medewerker dient regelmatig geschoold te worden. Op deze manier creëert het RRC dus enerzijds verdere specialistische ontwikkeling, anderzijds behoud van een basiskwaliteit. Dat laatste is zeker belangrijk, benadrukt hij, want er is een spanningsveld tussen de kwaliteit van zorg en het bedrijfsbelang. Specialisatie werkt starheid van het organisatorisch proces in de hand; een uitgevallen behandelaar vervangen, is dan moeilijk. ‘Bij ons moet daarom iedereen inzetbaar zijn op andere gebieden.’

Eén behandelaar
De revalidant profiteert van de teamgerichte werkwijze, bijvoorbeeld doordat hij nu één behandelaar heeft, zowel in de klinische als de poliklinische fase. In de toekomst zal de specialisatie alleen maar toenemen. ‘Op het gebied van specialistische zorg zijn we al heel ver’, zegt Boogmans daarover. ‘Mensen weten waarvoor ze bij ons terecht kunnen en ze weten dat we up-to-date zijn.’ Maar de ontwikkelingen in de vakgebieden gaan enorm snel: ‘Vakmanschap blijft een continu ontwikkelingsproces.’ 

Agenda

meer »