Heb ik wel recht op dit revalidatietraject? Die vraag heb ik me de afgelopen tijd gesteld, zelfs toen ik al in revalidatie was.
Het was niet mijn eerste keus om een heel traject aan te gaan; ik wilde vooral mijn spraak nog wat meer verbeteren. Daar had ik een goeie logopediste voor op het oog, met wie ik jaren geleden een open podium had gedeeld. Er was alleen één probleem: ze werkt in een ziekenhuis, en verzekeringstechnisch was het geen optie om alleen bij haar onder behandeling te komen.
Ik verfoeide het systeem en vroeg haar meermaals of er geen geitenpaadje bestaat. Het antwoord bleef resoluut ‘nee’, en dus kreeg ik een paar tips voor andere logopedisten. In een verzorgingstehuis, of niet-vergoed. Tja, dat zag ik ook niet zitten. Het was me verdorie om haar te doen. “Maar”, vroeg ze me, “heb je niet ook andere klachten?” Nou ja, ik ben af en toe wel moe, en ik ervaar ook lichamelijke klachten. “Nou”, zei ze, “ik zie genoeg aanknopingspunten voor een revalidatietraject.” Wablief?
Tot mijn stomme verbazing ging die direct mee in mijn verzoek een verwijzing te sturen, alsof ‘ie al klaarlag.
Na wat wikken en wegen besloot ik me toch te melden bij de huisarts. Tot mijn stomme verbazing ging die direct mee in mijn verzoek een verwijzing te sturen, alsof ‘ie al klaarlag. Achteraf niet gek. In de krap twee jaar dat ik in Alkmaar woonde heb ik de huisarts best vaak bezocht, voor mentale en fysieke klachten. Kennelijk vond zij het ook een goed idee om dat alles eens bij elkaar te pakken.
En toen begon het intakegesprek – of intaketraject, zo je wilt. Want er zijn meerdere gesprekken nodig geweest om goed en wel van start te gaan. Nu eens vond ik vooral logopedie belangrijk, en dan weer leek dat me zinloos, en was het me ineens om de fysiotherapie te doen. Telkens bleef die ene vraag rondzingen: is het niet overdreven, zo’n revalidatietraject? Ik bedoel: ik heb een lichte vorm van cerebrale parese, ik functioneer onder de streep gewoon prima, toch?
Uiteindelijk besloot ik te beginnen met logopedie, fysiotherapie en ergotherapie. Want ik besefte ook wel dat ik mijn weekplanning gebalanceerder kon indelen. En ik had de behoefte om met kickboksen te beginnen. Gewoon, wat meer kracht en power in mijn zijn. Zowaar: er bleek een fysiotherapeut te zijn die daarin kon voorzien!
Gaandeweg raakte ik steeds meer overtuigd van de waarde van het traject, de gemoedelijke sfeer in het ziekenhuis, en de toewijding waarmee de behandelaars te werk gaan. “Ik ben niet jullie zwaarste patiënt”, zei ik nog tegen de ergotherapeut. “Nee”, zei de ergotherapeut. “Maar we helpen je graag om het leven nog net iets makkelijker te maken.” Ik besloot de kans met beide handen aan te grijpen en met een psycholoog af te rekenen met een aantal patronen waar ik al jaren last van had.
Nu ik dit schrijf, loopt het revalidatietraject op z’n eind. Deze heeft al met al zo’n vijf maanden geduurd. Inmiddels weet ik dat het overkoepelende thema ‘ontspanning’ was. Zonder dat de behandelaars het met elkaar hadden afgesproken kwam dat in elke behandeling terug. Of het nou gaat om de spieren in mijn gezicht of schouders minder aanspannen, mezelf toestaan een middagje op de bank te netflixen, mijn hoofd met meditatie en denktechnieken rustig te krijgen, of mijn spieren juist wel aan te spannen, maar dan gecoördineerd, zoals met boksen: het heeft mijn leven inderdaad net iets makkelijker gemaakt.
Het lijkt elke keer weer dat als je een handicap of chronische ziekte hebt, je dubbel zo assertief moet zijn om te krijgen waar je recht op hebt.
Dus dan moet ik toch concluderen dat ik een revalidatietraject waard ben. Sterker nog: ik heb met mezelf afgesproken dat ik best mag terugdenken aan deze conclusie als ik weer tegen iets aanloop. De constatering blijft dat ik uiteindelijk zélf de radars in gang moest zetten. Want wat nou als ik geen sprekend beroep had, en ik geen heil zag in nog meer logopedie? Wat nou als die ene logopedist me niet op het spoor had gezet een revalidatietraject aan te gaan? Zelfs de huisarts heeft het nooit uit zichzelf geopperd.
Het lijkt elke keer weer dat als je een handicap of chronische ziekte hebt, je dubbel zo assertief moet zijn om te krijgen waar je recht op hebt. Dat vraagt nogal wat, zeker als je door je handicap al minder assertief bent. En al ben je, zoals ik, geboren uit twee families die niet op hun mondje gevallen zijn, dan nog ben je er niet. Want revalidatie, daar ben ik toch veel te goed voor?
Auteur