Op 20 april 2026 heeft het Zorginstituut Nederland (ZiN) zijn standpunt over de vergoeding van interdisciplinaire medische specialistische revalidatie (iMSR) bij chronische pijn herzien. Met het nieuwe standpunt houdt een deel van de patiënten met chronische pijn recht op vergoeding van een revalidatiebehandeling, terwijl een ander deel hierop niet langer meer aanspraak kan maken. Revalidatie Nederland (RN) is blij dat deze gespecialiseerde revalidatiebehandeling toegankelijk blijft. Tegelijk maakt RN zich zorgen over de gevolgen van het nieuwe stepped-care-proces.
Op dit moment leven drie miljoen Nederlanders met chronische pijn. Bij een klein deel van hen -nog niet één procent van het totaal- is de impact op het dagelijks leven zo groot dat zij baat hebben bij een behandeling door een revalidatiearts met behandelteam. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen die niet meer werken, of niet meer naar school kunnen vanwege hun aanhoudende pijn. Het ZiN vindt dat er onvoldoende bewijs is dat een revalidatiebehandeling deze mensen weer op weg helpt. Daarom dreigde de vergoeding voor deze behandeling uit het basispakket te verdwijnen. Voor meer dan 20.000 patiënten zou de revalidatiebehandeling dan niet meer vergoed worden.
Compromis
Met succes hebben artsen, patiënten, ziekenhuizen en revalidatiecentra laten zien dat deze specialistische zorg onmisbaar is voor een kleine groep patiënten met chronische pijn. Na jaren onderhandelen hebben zij met het ZiN en de zorgverzekeraars een compromis bereikt. De komende jaren blijft een revalidatiebehandeling voor volwassen patiënten met chronische pijn beschikbaar, zolang die kunnen laten zien dat zij hebben geprobeerd hun problemen op te lossen met een psycholoog en met een fysio- of ergotherapeut. Nieuw wetenschappelijk onderzoek moet de komende jaren aantonen dat een interdisciplinaire medisch specialistische revalidatiebehandeling meerwaarde heeft voor deze groep patiënten.
Reactie Revalidatie Nederland
RN is tevreden dat deze gespecialiseerde revalidatiezorg voor een deel van de patiënten voorlopig in het basispakket van de zorgverzekering blijft. Bovendien verwacht RN dat het aangekondigde onderzoek ertoe leidt dat de kwaliteit en de effectiviteit van de revalidatiebehandelingen definitief worden aangetoond.
Tegelijkertijd maakt RN zich zorgen over de impact van de nieuwe maatregelen. Patiënten die geen aanvullende zorgverzekering hebben, zullen moeite hebben met de eerste verplichte stap van het stepped-care-model. Dit vermindert de toegankelijkheid van de zorg. Bovendien blijven we scherp monitoren of de eisen van het stepped-care-traject er in de praktijk niet toe leiden dat de juiste zorg niet op de juiste plek wordt geboden. Daarbij kijken we ook naar aantallen, omdat we ons niet kunnen vinden in de inschatting van het ZiN dat met de herziening nog maar de helft van de huidige patiëntpopulatie geïndiceerd zal worden, en wel tegen een gemiddeld bedrag van € 3.509. De komende periode zal RN met de leden de uitwerking van dit herziene standpunt van het ZiN nauwgezet volgen en evalueren, om ervoor te zorgen dat alle patiënten met chronische pijn passende zorg krijgen.
Veelgestelde vragen
Afgelopen jaren nam het aantal patiënten met chronische pijn dat een iMSR-behandeling ontvangt stelselmatig af. Gemiddeld ging het jaarlijks om ongeveer 30.000 mensen die werden doorverwezen. Een deel werd verder doorverwezen of kreeg een advies/consult. Maximaal 20.000 mensen volgden een interdisciplinair MSR-behandeltraject.
Het gaat om mensen met uiteenlopende langdurige pijnklachten van het bewegingsapparaat, in bijvoorbeeld de nek, rug, armen of benen. De pijnklachten duren langer dan 3 maanden en er zijn geen nieuwe operaties of behandeling met medicijnen mogelijk. Patiënten hebben vaak al behandeling gehad in de eerste lijn, zonder voldoende resultaat. De pijnklachten vormen een grote belemmering in het dagelijks leven van de patiënt. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen die niet meer werken, of niet meer naar school kunnen vanwege hun aanhoudende pijn.
Elke behandeling wordt op maat gemaakt, passend bij de specifieke pijnklachten en behandeldoelen van de revalidant. In algemene zin gaat het om een behandeling door een revalidatiearts, samen met een team van specialisten, zoals een fysiotherapeut, ergotherapeut en psycholoog. IMSR bij chronische pijn richt zich op het verminderen van de gevolgen van chronische pijn voor het functioneren in het dagelijks leven. Patiënten krijg voorlichting over pijnsignalen en klachten en met een combinatie van therapieën, incl. poliklinisch (of heel soms klinische) zorg, leert men beter met de pijn om te gaan, zodat men bijvoorbeeld weer aan het werk kan, voor kinderen zorgen en/of beter voor zichzelf zorgen in het dagelijks leven.
Het Zorginstituut heeft nieuwe regels opgesteld. Belangrijk is dat patiënten eerst proberen of hun klachten met een fysio- of ergotherapeut en een psycholoog uit de eerste lijn kunnen worden opgelost. Pas als dat niet lukt, komen zij mogelijk in aanmerking voor een behandeling door de revalidatiearts. In het kort komen de nieuwe regels hierop neer: een interdisciplinaire revalidatiebehandeling is alleen mogelijk als de patiënt in de 24 maanden voorafgaand aan de indicatiestelling een van de volgende twee trajecten heeft gevolgd:
- Gedurende minimaal 12 weken minimaal 6 behandelingen bij een eerstelijns fysio-, ergo- of oefentherapeut EN een behandeling bij een POH-GGZ (praktijkondersteuner bij de huisarts) of een psycholoog (minimaal 12 weken of minimaal 6 behandelingen).
- Gedurende minimaal 12 weken minimaal 6 behandelingen bij een eerstelijns psychosomatisch fysio- of ergotherapeut.
Als huisartsen of andere medisch specialisten naar de revalidatiearts doorverwijzen, moeten zij informatie opnemen over zowel de inhoud en het resultaat van de eerdere behandelingen als over het aantal behandelingen.
Voor deze patiënten heeft het nieuwe standpunt geen gevolgen, zolang de behandeling voor 1 november 2026 wordt afgerond.
Patiënten die voor 20 april zijn verwezen en door de revalidatiearts de juiste indicatie hebben ontvangen, mogen nog starten met de behandeling, mits deze voor 1 november 2026 is afgerond. Patiënten die niet voor 20 april zijn geïndiceerd vallen onder de nieuwe regeling. Zij moeten kunnen aantonen dat de behandeling in de eerste lijn onvoldoende resultaat heeft opgeleverd (zie hierboven).
Deze patiënten vallen onder de nieuwe regels (zie hierboven).
De nieuwe regels gaan alleen over een iMSR-behandeling. Een consult valt hier niet onder. Dat betekent dat een patiënt nog steeds kan worden doorverwezen naar de revalidatiearts voor een gericht advies.
Nee, het herziene standpunt is van toepassing op volwassen patiënten.