3 oktober 2023

‘Do you want sex?’ Een paar nieuwsgierige zwarte ogen kijken mijn collega aan. ‘No thanks’, antwoordt ze vriendelijk, maar resoluut. Meneer Touré dringt verder niet aan, en ze start met de behandeling.

Omdat het voor haar geen bedreigende situatie is, heeft mijn collega er geen melding van gemaakt. Normaliter is dit wel het protocol. Bij alle situaties die bedreigend, gevaarlijk of anderszins grensoverschrijdend zijn, maken we een VIM-melding. VIM staat voor Veilig Incidenten Melden.

Meneer Touré stelt dezelfde vraag ook aan andere collega’s. Met een achteloosheid, alsof hij vraagt om suiker of melk in zijn koffie. Aan mij heeft hij de vraag niet gesteld. Misschien zegt dit iets over mij, maar het kan ook dat het met zijn ziektebeeld te maken heeft. Laten we het op het laatste houden. Het is een ziektebeeld waarover we als behandelteam bij de start van de revalidatie verrassend weinig informatie hebben.

Het zit namelijk zo: meneer Touré is door de politie gevonden langs een spoorbaan in Utrecht. Verward en niet in staat om zich duidelijk uit te drukken. Het plaatselijke ziekenhuis heeft hem opgenomen en heeft met veel moeite enige informatie over hem gevonden.

Hij is geboren in Sierra Leone, verblijft illegaal in Nederland en woonde vermoedelijk in Amsterdam. Waarom hij langs het spoor naar Utrecht liep is niet duidelijk. Waarschijnlijk is hij rond de 60 jaar. Wellicht heeft hij ergens in Europa een partner en mogelijk ook kinderen. We weten niet of hij een eigen woning heeft, ergens een kamer huurt of op straat leeft.

Uit onderzoek bleek dat hij hersenletsel heeft. En aangezien er beperkingen waren in de zelfzorg, communicatie en zelfredzaamheid, en het onduidelijk was of hij zich zelfstandig zou kunnen redden op straat, werd hij bij ons aangemeld voor revalidatie.

Dit betekent dat hij door een aantal instellingen is geweigerd, omdat het revalidatieproces niet kostendekkend is.

Omdat hij niet legaal in Nederland woont, is hij niet verzekerd. Dit betekent dat hij door een aantal instellingen is geweigerd, omdat het revalidatieproces niet kostendekkend is. Er werd echter een terugplaatsgarantie afgegeven door het ziekenhuis, en dit maakte dat De Hoogstraat hem op wilde nemen. Noem het medemenselijkheid, humaniteit of solidariteit. Maar het is goed dat er instellingen zijn die oog houden voor de medemens, juist in deze tijden van financiële krapte.

Meneer Touré lijkt überhaupt niet te snappen wat revalideren betekent en hij heeft weinig ziekte-inzicht. Hij begrijpt niet waarom er continu mensen op zijn kamer langskomen, hem vragen stellen, met hem willen lopen of willen meekijken met zijn ochtendzorg. Ook snapt hij niet dat hij het toilet kan gebruiken om te urineren en dat dit niet in een hoekje van zijn kamer hoeft. Het is onduidelijk of het hersenletsel van Meneer Touré oud of nieuw letsel is. Hij spreekt wat woordjes Nederlands, Engels en Frans en hij spreekt zijn eigen taal. Hij begrijpt vaak niet wat je zegt – mogelijk wordt dit ook door het hersenletsel veroorzaakt-, en hij is meestal erg vriendelijk en dankbaar.

Normaliter wordt er in de diagnostische fase van de revalidatie een vast therapieprotocol gevolgd. Er zijn intakes, (combi-)behandelingen, samen-revalideren-dagen, huisbezoeken en/of thuisbehandelingen. En na vier weken een teambespreking met behandelteam, revalidant en familie.

Maar ja, hoe pak je dat aan met iemand die geen Nederlands spreekt, een afasie heeft, geen vaste woon of verblijfplaats heeft en geen betrokken systeem?

Na overleg met de revalidatiearts en teammanager besluiten we om buiten de lijntjes te kleuren: we gaan niet op huisbezoek, maar op locatiebezoek. We hebben het vermoeden dat meneer Touré zich regelmatig op een marktplein in het centrum van Amsterdam begaf, dus daar gaan we naar toe. Onze doelen: kijken of hij enige blijk van herkenning geeft, of hij zich veilig en zelfstandig in druk verkeer kan begeven en of er op dat marktplein mensen zijn die meneer Touré herkennen en meer informatie kunnen geven. Samen met Bregje, zijn logopedist, krijgen we een dagdeel de tijd om samen met meneer Touré op onderzoek uit te gaan in Amsterdam.

Een aftelkalender die elke ochtend samen met meneer wordt afgekruist tot de rood omkaderde dag, een tekening van een auto, AMSTERDAM in hoofdletters en de foto van Bregje en mij. We hopen dat dit voldoende is om meneer Touré te laten begrijpen dat we op de desbetreffende dag samen met hem met de auto naar het marktplein in Amsterdam gaan.

Op D-day staat hij netjes gekleed te wachten bij de receptie. Ik laat hem naast mij op de passagiersstoel plaatsnemen en logopediste Bregje gaat op de achterbank zitten. Zo kunnen we hem beiden observeren tijdens de rit. Geeft hij enige blijk van herkenning? Begrijpt hij überhaupt wat we gaan doen? Meneer Touré vindt het allemaal prima. Op stap met twee aardige dames, hij oogt tevreden en humt en knikt af en toe vriendelijk naar ons terwijl hij naar het voorbijglijdende landschap kijkt.

Als we Amsterdam binnenrijden zie ik zijn ogen oplichten. Hij begint te wijzen, noemt de naam van het treinstation waar we langsrijden, en roept ‘Yes, yes!’ als ik hem vraag of hij de omgeving herkent. Ik parkeer de auto in de garage onder het marktplein en meneer Touré kan niet wachten om naar buiten te lopen. Het is een vrije observatie, er is geen opdracht en er zijn geen afspraken met hem gemaakt, behalve dat we einde middag weer terug in Utrecht moeten zijn.

Bregje en ik hebben de taken verdeeld: zij loopt naast meneer Touré langs de diverse stalletjes om de communicatie te observeren en zo nodig in goede banen te leiden. En ik loop erachter om te observeren wat er gebeurt, of hij een plan heeft, hoe hij handelt, of hij veilig is in het drukke Amsterdamse verkeer, et cetera.

Als een geoliede machine verkennen we het plein en vanuit mijn ooghoeken zie ik een eerste marktkoopman al vertwijfeld kijken als we langswandelen. Een blik van herkenning. Het duurt niet lang voor ik vervolgens een andere marktkoopman hard ‘Mo!, Mootje!’ hoor roepen. Meneer Touré kijkt verrast op en loopt rechtstreeks in de open armen van één van de marktlui.

Er wordt geknuffeld, op schouders geslagen, gebrabbeld in het Frans, Nederlands en een voor ons onbekende taal. Het is duidelijk dat meneer Touré hier bekend en vertrouwd is en dat men hem graag ziet. Als meneer Touré en Bregje doorlopen naar de volgende bekende, pak ik het moment om de marktman kort uit te leggen wat we komen doen, en ik stel een paar vragen. ‘Komt hij hier inderdaad regelmatig? Heeft hij woonruimte? Heeft hij familie of goede bekenden die we kunnen benaderen? Weten jullie iets over zijn vroegere gezondheidstoestand?’

Er wordt door meerdere marktkoopmannen verwezen naar twee specifieke personen die hem goed zouden kennen. Eén van de twee blijkt op vakantie te zijn, de ander is onvindbaar. Meneer Touré is zichtbaar teleurgesteld.

Met glimmende ogen kijkt hij ons aan en zegt: ‘God bless you’.

De haringverkoper kent hem ook, en ze kletsen provisorisch bij. Tijdens dit gesprek zie ik dat meneer Touré incontinent van urine is. In zijn nette broek zit een grote vlek. En aan het lopen is duidelijk te zien dat hij vermoeid begint te raken, hij slingert en heeft geen oog meer voor het drukke verkeer als hij oversteekt. Tijd om terug naar Utrecht te gaan.

Een schat aan informatie rijker en een intens gelukkige meneer Touré in de auto. Met glimmende ogen kijkt hij ons aan en zegt: ‘God bless you’.

Uiteindelijk blijkt de ziekenhuis-terugplaatsgarantie een wassen neus, en wordt meneer Touré, na flinke inspanningen van onze maatschappelijk werkster overgeplaatst naar een opvangplek voor ongedocumenteerden. Hier kan hij wonen met ondersteuning binnen handbereik; een fantastische plek met liefdevolle begeleiding. Zelfstandig wonen blijkt met zijn beperkingen niet haalbaar te zijn.

Eind goed al goed dus? Ja en nee.

Ja, omdat ik heb ervaren dat er altijd en overal mensen zijn met het hart op de goede plek. Mensen die oog hebben voor de medemens in de marge. En nee, omdat het pijnlijk was om te zien hoe een kwetsbaar persoon als een ‘hete aardappel’ wordt doorgegeven. Dat er wordt gekeken naar rendabiliteit in plaats van naar wat iemand nodig heeft. Financieel rendabel of niet.

Auteur

Yvette Mers

Yvette Mers is ergotherapeut bij De Hoogstraat Revalidatie.

Gerelateerde blogs