Veel revalidatie-instellingen staan voor een lastige opgave. De gebouwen waarin zij werken sluiten niet meer aan op de veranderende zorgvraag. Tegelijkertijd is er nauwelijks financiële ruimte om te investeren in noodzakelijke vernieuwingen.
In een eerder artikel lichtte Joris Prevo (Revalidatie Nederland) al toe hoe structureel krap de financiële kaders zijn. In dit vervolg zoomen we in op een urgent thema: hoe realiseer je als revalidatiecentrum toekomstbestendige huisvesting? We spreken met twee financials die deze opgave van binnenuit kennen: Maarten Clemens (Reade) en Aad Boonstra (Rijndam).
Compacter en duurzamer
Bij Reade is het vastgoed verouderd. ‘We lopen in de huidige gebouwen tegen beperkingen aan,’ vertelt Maarten Clemens, manager Finance & Control. ‘De gebouwen komen uit een tijd waarin revalidatietrajecten langer duurden. Ze zijn groot en verbruiken veel energie. We moeten toe naar een compacter en duurzaam gebouw dat beter aansluit bij de huidige en toekomstige zorgbehoeften.’
Financiële basis versterken
Al sinds 2010 zoekt Reade naar een nieuwe, centrale locatie. Toch zit het project nog in de beginfase. ‘We hebben veel locaties verkend, maar het is niet makkelijk om een geschikte plek te vinden én aan te kopen,’ zegt Clemens. Daarnaast was de financiële basis kwetsbaar. ‘Leningen zijn inmiddels grotendeels afgelost en panden afgeschreven. Maar de bouwkosten zijn de afgelopen jaren enorm gestegen, en de ruimte om te sparen blijft beperkt. Daardoor ontstaat een gat tussen wat je als instelling kunt opbrengen en wat er nodig is voor nieuwbouw of innovatie.’
Om die basis te versterken, was een reorganisatie nodig en werd de formatie aangepast aan het aantal cliënten, met een passende omvang van ondersteunende functies. Die reorganisatie is inmiddels achter de rug en Reade is financieel stabiel. ‘De weg is weer vrij om vooruit te kijken.’ En dat doet Reade dan ook: op dit moment onderzoeken ze de mogelijkheden om samen met het OLVG nieuwbouw te realiseren.

Grote stap voor Rijndam
Bij Rijndam lukte het recent om een grote stap te zetten. In mei 2025 opende de instelling samen met partners het nieuwe gebouw ROeR: Rotterdams Onderwijs en Revalidatiecentrum. Een locatie voor kinderrevalidatie en speciaal onderwijs (mytylschool en tyltylschool). Het gehele traject, van de eerste plannen tot de oplevering, nam meerdere jaren in beslag. ‘Een gebouw delen met andere partijen vraagt om zorgvuldige afstemming,’ vertelt Aad Boonstra, manager Finance & Control ‘Onderwijsinstellingen zijn bijvoorbeeld veertig weken per jaar open, wij leveren het hele jaar zorg. Dat vraagt om duidelijke afspraken rondom gebruik, inrichting en planning.’ De realisatie was bovendien alleen mogelijk dankzij stevige financiële voorbereidingen. ‘We hebben vastgoed verkocht, kosten verlaagd en onze tarieven verbeterd. Die combinatie gaf ons de financiële slagkracht om te kunnen investeren.’
Voorwaarden voor succesvolle nieuwbouw
Beide financials benadrukken dat een goed onderbouwde businesscase cruciaal is. Boonstra: ‘Gebruik benchmarkdata, betrek tijdig adviseurs – van bouwkundigen tot financiële experts – en zorg dat zorgverzekeraars vroeg aan tafel zitten. Je hebt hun langjarige commitment nodig om een investering rendabel te maken.’
Ook is een doordachte visie op zorg cruciaal, vult Clemens aan: ‘We weten vaak goed waar we nu staan, maar de vraag is: waar gaan we naartoe? Hoe ontwikkelt de behoefte aan revalidatiezorg zich? En welke rol kun je als instelling spelen in die toekomstige zorg? Die vragen zijn bepalend voor de keuzes die je maakt over huisvesting.’
We zoeken elkaar als financials regelmatig op. Iedereen loopt tegen soortgelijke dilemma’s aan. Samen kun je meer leren, bereiken en mogelijk maken.
Zorgvernieuwing
Dat visie op zorg een essentieel onderdeel is van nieuwbouw, zie je duidelijk terug in het ROeR. Het gebouw biedt onder meer ruime klaslokalen, gespecialiseerde behandelkamers en moderne therapieruimtes. Boonstra: ‘We hebben bewust ingezet op meer digitale toepassingen voor hybride zorg en ruimtes die flexibel inzetbaar zijn. Zo sluit de huisvesting beter aan op de manier waarop we zorg willen bieden.’
De zorgvisie wordt ook leidend voor de volgende stap: een toekomstig gebouw naast het Franciscus Gasthuis. Waar Rijndam mogelijk ook intensief samen gaat werken met de geriatrische revalidatiezorg. ‘We kijken goed hoe het gebouw vernieuwende zorg kan ondersteunen. Denk aan een setting waarin revalidanten ook buiten therapietijden zelfstandig kunnen revalideren, bijvoorbeeld door in de avond oefeningen te doen met familie of vrienden. Zo ontstaat ruimte voor herstel in eigen tempo.’
Kennis delen is essentieel
Nieuwbouw in de revalidatiezorg vraagt om een investering in visie, samenwerking en financiële wendbaarheid. Wat helpt, is kennisdeling binnen de sector, benadrukt Clemens. ‘We zoeken elkaar als financials regelmatig op. Iedereen loopt tegen soortgelijke dilemma’s aan. Samen kun je meer leren, bereiken en mogelijk maken.’ Boonstra is het daarmee eens en vult aan: ‘Nieuwbouw is uitdagend, maar bovenal een kans die je moet grijpen. Het is niet alleen een antwoord op verouderde panden, maar ook een katalysator voor nieuwe ontwikkelingen en verbeteringen in de zorg.’
Auteur
Evelyn Fransen
Gerelateerde artikelen Revalidatie Magazine
Nieuwbouw in de revalidatiezorg: noodzakelijk, complex én kansrijk
‘De revalidatiesector is een voorbeeld voor de zorg van de toekomst’
30 jaar Revalidatie Magazine: toen en nu
Gerelateerde artikelen Nederlands Tijdschrift voor Revalidatiegeneeskunde
Het Revalidatieregister: kwaliteitsinstrument met mooie kansen voor de toekomst
Organisatie van zorg van grote invloed op ligduur van patiënten met een dwarslaesie