Bestuurder over de financiële knelpunten én kansen voor toekomstbestendige revalidatiezorg
De huidige bekostiging van de Medisch Specialistische Revalidatie (MSR) sluit niet goed aan bij de dagelijkse praktijk. Hoe gaan revalidatie-instellingen om met schommelende instroom, strakke omzetplafonds en beperkte investeringsruimte? En wat is er nodig om de zorg ook in de toekomst toegankelijk te houden? Revalidatie Magazine ging erover in gesprek met Wideke Nijdam, voorzitter raad van bestuur bij Libra Revalidatie & Audiologie.
Wat maakt revalidatiezorg complexer om te bekostigen dan bijvoorbeeld ziekenhuiszorg?
‘Revalidatiezorg is per definitie multidisciplinair en draait vaak om langdurige relaties met de cliënt. Anders dan in ziekenhuizen, werken we in de revalidatie met trajecten waarin we samen met de cliënt kijken naar wat zíj willen bereiken. Cliënten met dezelfde aandoening kunnen heel andere doelen hebben, afhankelijk van zijn of haar leven. Dat vraagt om maatwerk.
Tegelijkertijd zijn we bij Libra ook bezig om een betere balans te vinden tussen maatwerk en de financiële opbrengsten of, breder geformuleerd: de bedrijfsvoering. Zo hebben we voor alle revalidatietrajecten zorgpaden ontwikkeld.
Wideke Nijdam

Die helpen ons om behandeltrajecten efficiënter te plannen en beter af te stemmen op onze personele capaciteit. We kijken daarbij ook steeds naar wat een behandeling mag kosten in verhouding tot de vergoeding, wat een cliënt nodig heeft én wat haalbaar is voor de organisatie.’
De instroom in de revalidatiezorg is lastig te voorspellen. Hoe komt dat en wat betekent dat voor jullie?
‘We zijn grotendeels afhankelijk van verwijzingen van ziekenhuizen. Het lastige is: soms stokt het ineens zonder duidelijke reden. Een andere keer liggen we in de kliniek met de benen buiten. Die schommelingen zie je landelijk en het lukt niet om de vinger te leggen op de oorzaak. Omdat we een organisatie zijn met beperkte capaciteit, voelen we elke schommeling meteen. We moeten dus flexibel zijn. Wij kunnen gelukkig extra bedden inzetten als het nodig is en we proberen behandelaren breder in te zetten over indicaties heen. Daarnaast kijken we kritisch naar onze planning, productiviteit en capaciteitsbenutting. Dat is best wel een verschuiving in onze cultuur: van “alles voor de cliënt” naar óók bedrijfsmatig denken. Het vinden van een goede balans tussen die twee is de uitdaging waar we voor staan.
Maar soms moeten we ook zeggen: dit is wat er nu haalbaar is.
Een voorbeeld is de manier waarop we dokters en behandelaren plannen. Voorheen werd er vaak versnipperd ingepland, waarbij veel rekening werd gehouden met individuele voorkeuren van cliënten én zorgverleners. Dat is vriendelijk, maar ook inefficiënt. We zijn daarom begonnen met vaste blokken voor cliëntenzorg, waarin bijvoorbeeld artsen geen vergaderingen mogen plannen. Dat maakt het plannen van afspraken gemakkelijker en helpt ons de productiviteit beter te volgen en bespreekbaar te maken. Niet om te controleren, maar om samen te kijken: halen we eruit wat erin zit?
We zijn in de specialistische revalidatie van nature dienstverlenend en denken altijd in oplossingen voor de cliënt en voor collega’s. Maar soms moeten we ook zeggen: dit is wat er nu haalbaar is. Makkelijk is het niet altijd, maar mijn ervaring is: als je het uitlegt en mensen meeneemt in het grotere plaatje – waarom dit nodig is om goede zorg te kunnen blijven bieden – dan is er veel begrip.
Veel verzekeraars werken met omzetplafonds. Hoe pakt dat in de praktijk voor jullie uit?
‘Bij Libra hebben we het geluk dat we naast revalidatie ook audiologie bieden. Daarvoor maken we aparte afspraken en bij sommige verzekeraars mogen we schuiven tussen die twee (substitutie). Dat heeft als voordeel dat we meer als één groter geheel kunnen functioneren. Maar het blijft lastig. Het grootste knelpunt is dat je vooraf een vast budget afspreekt, terwijl de instroom van cliënten sterk kan schommelen. Neem je net te veel cliënten op, dan krijg je die extra zorg niet of niet volledig vergoed. Blijf je onder het plafond, dan mis je inkomsten terwijl onze kosten gewoon doorlopen. Zo’n 80 tot 85 procent van onze kosten zit in personeel; grotendeels vaste kosten. Daardoor hebben we weinig ruimte om klappen op te vangen. Dat maakt ons kwetsbaar en het remt innovatie en investeringen. We hebben weinig buffer en de onderhandelingsruimte over tarieven is zeer beperkt, zeker in vergelijking met andere zorginstellingen. Dat geeft nóg minder speelruimte.’
Welke contractvormen zouden wel ruimte bieden voor investeringen en wendbaarheid in de revalidatiezorg?
‘Langjarige contracten zoals in sommige ziekenhuizen zouden helpen. Dat biedt zekerheid en ruimte voor investeringen en het borgen van de toegankelijkheid. Ook denk ik aan een vorm van beschikbaarheidsbijdragen, zoals bij de spoedeisende hulp. Want ook als er tijdelijk minder cliënten zijn, moeten we in de revalidatie een volledig behandelteam kunnen inzetten zodra de instroom weer aantrekt.
Nu ontbreekt daar vaak een passende vergoeding voor. Terwijl dit juist de zorg toekomstbestendiger kan maken.
Ook zouden we graag structurele financiering zien voor vormen van zorg die buiten traditionele behandeltrajecten vallen, maar wel waardevol zijn. Vanuit onze expertise kunnen wij heel goed ondersteuning aanbieden aan een huisarts of andere medisch specialist, bijvoorbeeld met advies, deeltaken of tijdelijke begeleiding. Zonder dat mensen hoeven worden opgenomen in een regulier revalidatietraject. Dat kan mensen helpen om langer zelfstandig te blijven en voorkomt onnodige opnames. Dit soort vernieuwingen vragen om tijd en scholing. Nu ontbreekt daar vaak een passende vergoeding voor. Terwijl dit juist de zorg toekomstbestendiger kan maken.’
En dan is er nog de maatschappelijke waarde van revalidatie. Als iemand dankzij een revalidatietraject weer (gedeeltelijk) kan werken of zelfstandig kan wonen, scheelt dat enorm in maatschappelijke kosten. Toch wordt er in de bekostiging nauwelijks gekeken naar de maatschappelijke opbrengsten van revalidatie. Met initiatieven binnen Revalidatie Nederland, zoals Revalidatie Impact en Revalidatieregister, maken we behandelresultaten als sector concreet en inzichtelijk. Dat is ontzettend waardevol en dat wordt ook zo gezien door onze partners. Maar de vertaling naar financiering is nog toekomstmuziek.’
Revalidatiezorg vraagt dus om andere afspraken én een andere kijk op zorg. Welke plek zou revalidatie volgens jou moeten innemen in het zorglandschap?
‘We staan tussen cure en care in. Tussen ziekenhuis en VVT dan wel eerste lijn, maar ook tussen medische behandeling en het dagelijks leven van de cliënt. Revalidatie is eigenlijk het Integraal Zorgakkoord (IZA) ten voeten uit: wij helpen mensen zo zelfstandig mogelijk te functioneren, met zo min mogelijk ondersteuning en dat doen we multidisciplinair. Die meerwaarde mogen we sterker uitdragen, door meer te laten zien wat we doen, wat we bijdragen en waar we voor staan.
Zo hebben we bij Libra onlangs onze strategie voor de komende jaren vastgesteld. Die gebruiken we als inhoudelijke basis in gesprekken met onze partners. We gaan actief langs bij onze adherente ziekenhuizen en andere stakeholders in onze regio om de samenwerking te bespreken en op zoek te gaan naar wat we nog meer voor elkaar kunnen betekenen. Die gesprekken leveren mooie inzichten op en zorgen voor extra zichtbaarheid.’
Tot slot: welke boodschap wil je meegeven aan zorgverzekeraars?
‘Revalidatiezorg heeft een kleine omvang maar een grote impact. Laat de bekostiging meebewegen met de werkelijkheid van de ontwikkelingen binnen de revalidatiezorg, zie de meerwaarde van revalidatie voor de beperking van (latere) maatschappelijke kosten, houd rekening met schommelingen in de instroom en geef ruimte voor innovatie. Alleen zo kunnen we deze waardevolle zorg ook in de toekomst bestendig en toegankelijk houden.’
Auteur
Evelyn Fransen
Gerelateerde artikelen Revalidatie Magazine
Wideke Nijdam: ‘Revalidatie is eigenlijk het IZA ten voeten uit’
Nieuwbouw in de revalidatiezorg: noodzakelijk, complex én kansrijk
‘De revalidatiesector is een voorbeeld voor de zorg van de toekomst’
Gerelateerde artikelen Nederlands Tijdschrift voor Revalidatiegeneeskunde
Het Revalidatieregister: kwaliteitsinstrument met mooie kansen voor de toekomst
Organisatie van zorg van grote invloed op ligduur van patiënten met een dwarslaesie