12 december 2025

Wetenschappelijke publicatie

Chirurgie aan de bovenste extremiteit(en) gericht op het verbeteren van de bimanuele vaardigheden biedt kansen voor patiënten met Cerebrale Parese (CP). Echter, de vraag hoe effectief deze ingrepen zijn blijft bestaan. Deze literatuurreview onderzoekt de impact van chirurgie en postoperatieve revalidatie op de bimanuele vaardigheden.

Auteurs
DRS. M.T. (MARTIJN) NIEVELSTEIN

Basisarts, Radboud UMC Nijmegen

DR. J. ( JOHAN) VEHOF
Plastisch Chirurg, Sint Maartenskliniek Ubbergen

J. ( JAN) WIELDERS
Ergotherapeut/Handtherapeut, Sint Maartenskliniek Ubbergen

C. (CARINE) VAN DE LAAR
Fysiotherapeut/Handtherapeut, Sint Maartenskliniek Ubbergen

DRS. J.C. ( JUDITH) VAN MUNSTER
Kinderrevalidatiearts, Sint Maartenskliniek Ubbergen

Musculaire disbalans van de bovenste extremiteit(en) door spasme en parese komt veelvuldig voor bij patiënten met Cerebrale Parese (CP). Deze disbalans leidt tot een typisch patroon van bewegen en standsafwijkingen wat aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het uitvoeren van dagelijkse activiteiten.1 Studies rapporteren dergelijke beperkingen bij maar liefst 60 tot 83% van de patiënten.1,2

Behandeling van deze disfunctie kan variëren van niet-invasieve behandelopties, zoals spalken, tot invasieve chirurgische interventies.3 Chirurgie is een optie voor het verbeteren van het gebruik van de aangedane arm(en) tijdens bimanuele activiteiten, de cosmetiek of de hygiëne. Operaties met het eerstgenoemde doel bestaan meestal uit het losmaken of verlengen van spastische spieren, verplaatsen van pezen, stabiliseren van gewrichtsdeformiteiten en soms een hyperselectieve neurectomie (HSN).4-6 Na deze ingrepen volgt, met uitzondering van een uitsluitend uitgevoerde HSN, een periode van immobilisatie, spalken en intensieve revalidatietherapie.

De huidige literatuur over chirurgie aan de bovenste extremiteit(en), met als doel het verbeteren van de bimanuele vaardigheden, bevat voornamelijk studies die de effecten hebben geëvalueerd op gewrichtsuitslag en gewrichtsstand.7 Dit is opvallend, aangezien bimanuele vaardigheden en deze uitkomstmaten niet per definitie direct met elkaar in verband staan. Een systematische review uit 2020 analyseerde de beperkt beschikbare studies en vond aanwijzingen voor significant positieve effecten op de bimanuele vaardigheden.8 De auteurs konden echter geen betrouwbare conclusies trekken over de exacte effecten door de lage kwaliteit van het bewijs. Bovendien was er een gebrek aan langetermijnuitkomsten, een gestandaardiseerde set uitkomstmaten en consensus over de postoperatieve revalidatie en de patiëntselectiecriteria.

In deze literatuurreview bouwen wij voort op deze systematische review door niet alleen de meest recente studies te analyseren, maar ook breder te kijken naar onder meer recent ontwikkelde ingrepen zoals HSN, optimale patiëntselectiecriteria en de meest effectieve postoperatieve revalidatieprotocollen.8 Hiermee streven wij naar een beter begrip van factoren die van invloed zijn op de behandeluitkomsten van chirurgie aan de bovenste extremiteit(en).

‘Chirurgie verbetert
de bimanuele
vaardigheden’

Methoden

Studieopzet

Er is een narratieve literatuurreview uitgevoerd over chirurgie aan de bovenste extremiteit(en) en postoperatieve revalidatie bij patiënten met CP.

Zoekstrategie

Met een literatuurexpert zochten wij in PubMed en Embase naar relevante artikelen gepubliceerd tussen 1994 en augustus 2024. De referenties van de geïncludeerde artikelen werden aanvullend gescreend. De complete zoekstrategie is als bijlage toegevoegd (zie bijlage A, aan het eind van dit artikel).

Studieselectie

De resultaten van de zoekstrategie werden geïmporteerd in een online reviewsysteem (Rayyan) waar ontdubbelen plaatsvond. Titel, abstract en volledige tekstscreening werden uitgevoerd door de eerste auteur aan de hand van de inclusie- en exclusiecriteria (tabel 1). Studies werden geïncludeerd als ze de effecten van chirurgie op de bimanuele vaardigheden of patiëntspecifieke doelen in dagelijkse handelingen evalueerden met geverifieerde uitkomstmaten. Exclusie vond plaats indien de studie chirurgie onderzocht die gericht was op verbetering van de hygiëne, cosmetiek en/of pijn. Dit proces werd gecontroleerd door de vijfde auteur. Verschillen in classificatie van artikelen werden besproken en opgelost in bijeenkomsten.

Data-extractie

Data-extractie van de geïncludeerde artikelen richtte zich op:

Resultaten

Na ontdubbelen zijn er 523 artikelen beoordeeld waarvan er 16 zijn geïncludeerd (figuur 1). Vergeleken met de systematische review van Louwers et al8 werden in onze studie acht andere studies geïncludeerd.

Een tabel met de belangrijkste resultaten van de geïncludeerde studies is toegevoegd als bijlage (zie bijlage B, aan het eind van dit artikel).

Uitkomsten bimanuele vaardigheden

Het effect van chirurgie op de bimanuele vaardigheden werd beoordeeld met een variëteit aan uitkomstmaten (tabel 2). De resultaten variëren maar laten meestal een positieve uitkomst zien.

Pontén et al9 en Louwers et al10 zagen een significante verbetering in de gemiddelde AHA-scores postoperatief van 8,0 en 6,7. Daarentegen vonden van Heest et al11 en Combey et al12 geen significant verbeterde AHA-scores. Bovendien vond een vervolgstudie van Pontén en collega’s na negen jaar follow-up dat de AHA-scores weer gelijk waren aan de preoperatieve waarden.13

Van Heest et al14 zagen significante verbeteringen van de SHUEE dynamische positionele analyse (DPA) in elleboog-, onderarm-, pols- en vingerpositie. Smitherman et al15 vonden een significante toename van de DPA en de spontane functionele analyse (SFA), maar vonden geen significante verbetering in de grijp- en loslaat-analyse (GRA). In een deels gerandomiseerde studie vergeleken Van Heest en collega’s chirurgie, botulinetoxine-injecties en ergotherapie. Chirurgie resulteerde, vergeleken met de andere interventies, in significant grotere verbetering in de DPA, terwijl er geen significante groepsverschillen werden gevonden in de SFA.11

Vijf studies rapporteerden significante verbeteringen in de HFC-scores postoperatief.4,16-19 Pontén et al9 rapporteerden daarentegen geen significant HFC-scoreverschil postoperatief. Twee studies onderzochten de combinatie van spierverlengingsprocedures met HSN. De eerste studie vond verbetering van de HFC-score postoperatief, terwijl de ander geen significante verbetering rapporteerde.5,6

Slechts één studie gebruikte de MACS. Gerami et al20 zagen postoperatief een toename van het aantal patiënten in MACS-klasse I–II, wat wijst op verbetering van de bimanuele vaardigheden ten opzichte van de preoperatieve situatie.

Uitkomsten patiëntspecifieke doelen in dagelijkse handelingen

Vier studies evalueerden de effecten van chirurgie op patiëntgerichte doelen in dagelijks handelen. Louwers et al10 vonden significante verbeteringen in de ervaren functionele prestaties en patiënttevredenheid gemeten met de COPM, terwijl van Heest et al11 alleen een significante toename vonden in patiënttevredenheid. Pontén et al9 rapporteerden vergelijkbare resultaten in patiënttevredenheid op basis van een eigen scoringsysteem gebaseerd op de COPM. Cristella et al21 rapporteerden op basis van de GAS dat de meeste patiënten hun preoperatieve doelen behaalden. Bij patiënten met een beperkte preoperatieve vaardigheid in objectmanipulatie vielen de resultaten echter minder positief uit.

‘Nog geen duidelijkheid
over optimale selectie
en revalidatie’

Postoperatieve revalidatie

De geïncludeerde studies tonen een aanzienlijke variëteit wat betreft de postoperatieve revalidatieprotocollen.

Spalken was vrijwel altijd onderdeel van de postoperatieve behandeling, waarbij het merendeel van de studies een periode tussen vier en zes weken hanteerden.5,6,9-11,13,17,20

In de meeste studies volgde ergotherapie of fysiotherapie na het spalken, waarbij de intensiteit en duur varieerden.6,9-13,15,17,18,20,21 In geen enkele studie werd het behandelprotocol van de ergotherapie of fysiotherapie gedetailleerd beschreven.

De invloed van het revalidatieprotocol (inhoud, duur en intensiteit) op de bimanuele vaardigheden is in geen van de geïncludeerde studies onderzocht.

Patiëntselectiecriteria

De patiëntselectiecriteria voor chirurgie verschillen sterk per studie. Het meest beschreven selectiecriterium was een positief advies voor chirurgie van een multidisciplinair team, bestaand uit een handchirurg, revalidatiearts, ergotherapeut en soms een neuroloog.6,10,12 Deze studies benadrukken ook het belang van gezamenlijke besluitvorming met patiënt. Echter, in geen van deze studies werd duidelijk beschreven welke specifieke criteria het team hanteerde bij het bepalen van de geschiktheid voor chirurgie. Een ander veelvoorkomend selectiecriterium was het falen van niet-chirurgische behandelingen.4,6,19

Gong et al17 onderzochten of de preoperatieve bimanuele vaardigheid, op basis van de MACS, kan bijdragen aan het selecteren van geschikte patiënten voor chirurgie. Zij vonden dat patiënten met een betere uitgangswaarde (MACS I-II) meer verbetering lieten zien dan patiënten met een lagere uitgangswaarde (MACS III-IV).

Enkele studies beschreven ook exclusiecriteria, waaronder onvoldoende patiëntmotivatie, onrealistische verwachtingen of verwachte lage effectiviteit van chirurgie, bijvoorbeeld bij a-functionele handen of dyskinesie.5,10,11

Naast studies met nauwkeurig beschreven selectiecriteria waren er ook veel studies waar de criteria niet of nauwelijks werden beschreven.9,12-15,18,20,21

Discussie

De resultaten van onze literatuurreview laten zien dat chirurgie aan de bovenste extremiteit(en) bij patiënten met CP in de meeste studies leidt tot significante verbeteringen in de bimanuele vaardigheden. Door de analyse van acht aanvullende studies en de opname van nieuwe typen ingrepen, zoals HSN, wordt de eerdere conclusie van de systematische review van Louwers et al8 verder onderbouwd. Daarnaast hebben wij specifiek gekeken naar optimale patiëntselectiecriteria en postoperatieve revalidatieprotocollen, waarvoor op dit moment echter nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs beschikbaar is.

Ondanks dat er aanwijzingen zijn voor positieve effecten, rapporteren sommige studies ook wisselende of geen significante resultaten.6,9,11-13,15,19 Deze verschillen in uitkomsten zouden deels kunnen worden verklaard door de variatie in de gemiddelde leeftijd van de onderzoekspopulaties, al is de invloed hiervan in de literatuur niet onderzocht. Daarnaast kan de variatie ook worden toegeschreven aan verschillen in gehanteerde uitkomstmaten. Hierdoor zijn de resultaten onderling lastig vergelijkbaar, wat het belang benadrukt van een standaard set uitkomstmaten. Onze aanbeveling is om in de klinische praktijk en toekomstige studies de AHA en SHUEE te gebruiken. De AHA evalueert namelijk kwantitatief en kwalitatief de bimanuele vaardigheden en is bewezen valide en betrouwbaar.22 De SHUEE vormt een waardevolle aanvulling aangezien het naast het onderdeel activiteit, de bimanuele vaardigheden, ook het onderdeel functie en anatomische eigenschappen van het International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) analyseert.23

De variatie in uitkomsten kan tevens verband houden met verschillen in selectiecriteria voor chirurgie en de daarmee samenhangende patiëntkarakteristieken van de studiepopulaties. De patiëntselectiecriteria verschilden sterk per studie en werden vaak niet duidelijk beschreven. Hoewel meerdere studies het belang van zorgvuldige selectie benadrukken, onderzocht slechts één studie de invloed op de uitkomsten. Gong et al17 vonden dat patiënten met betere preoperatieve bimanuele vaardigheden grotere verbeteringen postoperatief vertoonden. Deze bevinding suggereert dat dit een belangrijk selectiecriterium kan zijn. Ondanks het gebrek aan bewijs bevelen wij zorgvuldige selectie via multidisciplinaire beoordeling aan, met aandacht voor de preoperatieve bimanuele vaardigheden. Voor consensus over het optimale selectieproces zijn verdere studies nodig die de effecten van verschillende selectiecriteria analyseren op de uitkomsten van chirurgie.

Chirurgie bleek naast effect op de bimanuele vaardigheden ook positief effect te hebben op het behalen van patiëntspecifieke doelen in dagelijks handelen.9-11,21 De COPM en GAS geven daarmee belangrijke inzichten in hoe patiënten de resultaten ervaren. Wij bevelen aan om deze patiëntgerichte uitkomstmaten standaard mee te nemen in zowel de klinische praktijk als toekomstige studies.

De beschreven postoperatieve revalidatieprotocollen varieerden sterk in duur, intensiteit en inhoud. Bovendien waren er geen studies beschikbaar die de invloed van revalidatie op de uitkomsten evalueerden. Hierdoor kunnen wij geen onderbouwde aanbevelingen doen voor de klinische praktijk. Studies die verschillende postoperatieve revalidatieprotocollen vergelijken, op basis van uitkomsten direct postoperatief en postrevalidatie, zijn nodig om het optimale protocol te bepalen.

Een tekortkoming van onze literatuurreview, net als de systematische review van Louwers et al8, is de lage kwaliteit van de geïncludeerde studies door het ontbreken van controlegroepen, het onduidelijke selectieproces en/of het gebrek aan blindering van onderzoekers. Dit maakt het trekken van betrouwbare conclusies over de effectiviteit van chirurgie lastig. Kwalitatief goede, prospectieve studies met controles zijn daarom nodig.

Een andere tekortkoming is de beperkte beschikbaarheid van langetermijnuitkomsten. Alleen Pontén et al13 rapporteerden een follow-up van negen jaar, waarbij de AHA-scores terugkeerden naar de preoperatieve waarden. Echter, door het gebrek aan controlepatiënten in deze studie is het effect van natuurlijk achteruitgang van de bimanuele vaardigheden onduidelijk. Verdere studies met langetermijnuitkomsten zijn daarom noodzakelijk.

Conclusie

Chirurgie van de bovenste extremiteit(en), gevolgd door postoperatieve revalidatie, bij patiënten met CP is geassocieerd met verbeteringen in de bimanuele vaardigheden. Echter, het ontbreken van studies met gestandaardiseerde uitkomstmaten, langetermijnuitkomsten en consensus over de postoperatieve revalidatie en patiëntselectiecriteria benadrukt de noodzaak voor verder onderzoek.

Abstract

Background: Significant impairment in bimanual skills is a common issue for patients with Cerebral Palsy (CP). Surgery, followed by rehabilitation, is an important part of the multidisciplinary treatment. However, evidence regarding its effectiveness is limited. Furthermore, there is a lack of consensus about the optimal patient selection criteria and rehabilitation protocol. This literature review aims to assess the current evidence of the effects of upper extremity surgery on bimanual skills and patient relevant goals, with a particular emphasis on finding the optimal patient selection criteria and rehabilitation protocol.
Methods: A narrative literature review was conducted. Pubmed and Embase were searched for relevant studies published between 1994 and 2024. Studies were included if they evaluated the effects of upper extremity surgery on bimanual skills. Data extraction focused on validated outcome measurements for bimanual skills and patient relevant goals, patient selection criteria for surgery and postoperative rehabilitation protocols.
Results: 16 studies were included. Most studies reported significant improvements in bimanual skills. Four studies measured positive results in achieving patient-relevant goals. There was considerable variability in the applied patient selection criteria and rehabilitation protocols.
Conclusion: Upper extremity surgery in patients with CP is associated with improvement in bimanual skills. However, there remains a lack of standardized outcome measurements, long term results and consensus regarding the optimal patient selection criteria and postoperative rehabilitation.

Keywords: Cerebral Palsy, upper extremity surgery, postoperative rehabilitation, patient selection criteria, bimanual skills

Referenties

  1. Makki D, Duodu J, Nixon M. Prevalence and pattern of upper limb involvement in cerebral palsy. J Child Orthop 2014;8(3):215-9.
  2. Arner M, Eliasson AC, Nicklasson S, Sommerstein K, Hagglund G. Hand function in cerebral palsy. Report of 367 children in a population-based longitudinal health care program. J Hand Surg Am 2008;33(8):1337-47.
  3. Boyd RN, Morris ME, Graham HK. Management of upper limb dysfunction in children with cerebral palsy: a systematic review. Eur J Neurol. 2001;8 Suppl 5:150-66.
  4. Van Heest AE, House JH, Cariello C. Upper extremity surgical treatment of cerebral palsy. J Hand Surg Am 1999;24(2):323-30.
  5. Gras M, Leclercq C. Spasticity and hyperselective neurectomy in the upper limb. Hand Surg Rehabil 2017;36(6):391-401.
  6. De Lepeleere B, Fitoussi F. Elbow Flexor Release Combined With Selective Neurectomy of Musculocutaneous Nerve for Spastic Elbow Flexion Deformity in Children and Adolescents. J Pediatr Orthop 2024;44(8):e738-e43.
  7. Smeulders M, Coester A, Kreulen M. Surgical treatment for the thumb-in-palm deformity in patients with cerebral palsy. Cochrane Database Syst Rev 2005;2005(4):CD004093.
  8. Louwers A, Warnink-Kavelaars J, Daams J, Beelen A. Effects of upper extremity surgery on activities and participation of children with cerebral palsy: a systematic review. Dev Med Child Neurol 2020;62(1):21-7.
  9. Ponten E, Ekholm CL, Eliasson AC. Bimanuality is improved by hand surgery in children with brain lesions: preliminary results in 18 children. J Pediatr Orthop B 2011;20(6):359-65.
  10. Louwers A, Warnink-Kavelaars J, Obdeijn M, Kreulen M, Nollet F, Beelen A. Effects of Upper-Extremity Surgery on Manual Performance of Children and Adolescents with Cerebral Palsy: A Multidisciplinary Approach Using Shared Decision-Making. J Bone Joint Surg Am 2018;100(16):1416-22.
  11. Van Heest AE, Bagley A, Molitor F, James MA. Tendon transfer surgery in upper-extremity cerebral palsy is more effective than botulinum toxin injections or regular, ongoing therapy. J Bone Joint Surg Am 2015;97(7):529-36.
  12. Combey A, Bard-Pondarre R, Erhard L, Chaleat-Valayer E. Retrospective study of functional benefits and satisfaction in multisite upper-limb surgery in children with unilateral cerebral palsy. Hand Surg Rehabil 2024;43(1):101623.
  13. Ponten E, von Walden F, Lenke-Ekholm C, Zethraeus BM, Eliasson AC. Outcome of hand surgery in children with spasticity – a 9-year follow-up study. J Pediatr Orthop B 2019;28(4):301-8.
  14. Van Heest AE, Ramachandran V, Stout J, Wervey R, Garcia L. Quantitative and qualitative functional evaluation of upper extremity tendon transfers in spastic hemiplegia caused by cerebral palsy. J Pediatr Orthop 2008;28(6):679-83.
  15. Smitherman JA, Davids JR, Tanner S, Hardin JW, Wagner LV, Peace LC, et al. Functional outcomes following single-event multilevel surgery of the upper extremity for children with hemiplegic cerebral palsy. J Bone Joint Surg Am 2011;93(7):655-61.
  16. Matsuo T, Matsuo A, Hajime T, Fukumoto S, Chen W, Iwamoto Y. Release of flexors and intrinsic muscles for finger spasticity in cerebral palsy. Clin Orthop Relat Res 2001(384):162-8.
  17. Gong HS, Chung CY, Park MS, Shin HI, Chung MS, Baek GH. Functional outcomes after upper extremity surgery for cerebral palsy: comparison of high and low manual ability classification system levels. J Hand Surg Am 2010;35(2):277-83 e1-3.
  18. Libberecht K, Sabapathy SR, Bhardwaj P. The relation of patient satisfaction and functional and cosmetic outcome after correction of the wrist flexion deformity in cerebral palsy. Journal of Hand Surgery (European Volume) 2011;36(2):141-6.
  19. Carlson MG, Hearns KA, Inkellis E, Leach ME. Early results of surgical intervention for elbow deformity in cerebral palsy based on degree of contracture. J Hand Surg Am 2012;37(8):1665-71.
  20. Gerami H, Shahcheraghi GH, Javid M. Tendon transfer in spastic cerebral palsy upper limb. J Pediatr Orthop B 2024;33(5):507-14.
  21. Cristella G, Filippi MC, Mori M, Alboresi S, Ferrari A. Evaluation of hand function in patients with unilateral cerebral palsy who underwent multilevel functional surgery: a retrospective observational study. Eur J Phys Rehabil Med 2019;55(1):123-30.
  22. Krumlinde-Sundholm L, Holmefur M, Kottorp A, Eliasson AC. The Assisting Hand Assessment: current evidence of validity, reliability, and responsiveness to change. Dev Med Child Neurol 2007;49(4):259-64.
  23. Davids JR, Peace LC, Wagner LV, Gidewall MA, Blackhurst DW, Roberson WM. Validation of the Shriners Hospital for Children Upper Extremity Evaluation (SHUEE) for children with hemiplegic cerebral palsy. J Bone Joint Surg Am 2006;88(2):326-33.

Trefwoorden: Cerebrale Parese | bovenste extremiteit(en) chirurgie | postoperatieve revalidatie | patiëntselectiecriteria | bimanuele vaardigheden

Bijlage B. Resultatentabel van studiekarakteristieken en belangrijkste uitkomsten van de geïncludeerde studies.

StudieStudie opzetStudie populatieGem. leeftijd studie populatieGem. follow-up periodeUitkomstmaat voor bimanuele vaardighedenUitkomstmaat voor patiënt specifieke doelenResultatenPerioperatieve revalidatie of interventies *Patiënt selectiecriteria
Van Heest et al. 1999Retrospectief134 patiënten14 jaar (4 – 37 jaar)NBHFC: Verschil in gemiddelde score pre- en postoperatiefNBHFC: 2,7 (p <0,05)NBInclusie: Falen van niet-chirurgische therapie voor behandeling van deformiteitFunctionele gevolgen die hersteld kunnen worden met chirurgie
Matsuo et al. 2001Retrospectief26 patiënten13 jaar (9 – 35 jaar)4,5 jaar (2 -10 jaar)HFC: Verschil in gemiddelde score pre- en postoperatiefNBHFC: 1,6 (p<0,001)  NBPrecieze selectiecriteria niet vermeld. Afwijkingen van sensibiliteit, proprioceptie, stereogenese of zichtstoornissen, gedragsstoornissen, emotionele instabiliteit en intelligentiequotiënt lager dan 70 waren geen exclusiecriteria.
Van Heest et al. 2008Retrospectief13 patiënten10,8 jaar (7 – 24 jaar)3,6 jaar (1 -10 jaar)SHUEE-DPA: Verschil in score pre- en postoperatiefNBSHUEE-DPA: Significant verschil in elleboog, onderarm, pols en vingerpositie, geen significant verschil in duim positieNBNB
Gong et al. 2010Retrospectief27 patiënten22 jaar (6 – 54 jaar)29 maanden (13 – 51 maanden)HFC: Verschil in gemiddelde score pre- en postoperatief per groep: MACS I-II groep vs. MACS III-IV groepNBHFC: 2,3 vs. 1,2 (p = 0,09)Spalken postoperatief: Bovenarm spalkGedurende 3-4 weken na peesverplaatsing Gedurende 6 weken na osteotomie of arthrodese Postoperatieve oefentherapie: FysiotherapieGedurende 1 weekInhoud en intensiteit onduidelijkSelectieproces van patiënten niet vermeld. Uitkomsten studie suggereren dat de preoperatieve bimanuele vaardigheid als selectiecriterium kan dienen.
Libberecht et al. 2011Retrospectief15 patiënten13,9 jaar (4 – 30 jaar)23 maanden (4 – 84 maanden)HFC: Mediane score pre- vs. postoperatiefNBHFC: 2.0 vs. 5.0 (p = 0,002)Spalken postoperatief: In totaal gedurende 4 maanden, waarvan;4 weken rondom onderarm gips6 weken thermoplastische spalk gedurende hele dag6 weken alleen s ’nachts Postoperatieve oefentherapie: FysiotherapieInhoud, duur en intensiteit onduidelijkNB
Smitherman et al. 2011Retrospectieve case-control66 patiënten: Interventie groep: 40 patiëntenControle- groep: 26 patiënten  Interventie groep: 13 jaar (6,3 – 17,7 jaar) Controle- groep: 12 jaar (5,7 – 19,1 jaar)14 maanden (7 – 24 maanden)SHUEE: Verschil in gemiddelde score pre- en postoperatief per groep: interventie- vs. controlegroepNBSHUEE-SFA: 4,0 vs. 0,2 (p = 0,01) SHUEE-DPA: 17,6 vs. 0,7 (p < 0.0001) SHUEE-GRA: 0,1 vs. 0,3 (p = 0,56)Spalken postoperatief: Gedurende 3-6 maanden Postoperatieve oefentherapie: ErgotherapieStart 4-6 weken postoperatief5 dagen durende opname voor therapie2x per dag behandelingPrecieze inhoud onduidelijkInclusie: Chirurg selecteert op basis van preoperatieve SHUEE-score, echter geen precieze criteria beschreven.
Pontén et al. 2011NB18 patiënten: 14 patiënten met CP11 jaar (6 – 16 jaar)7 maanden (5 – 14 maanden)AHA en HFC: Gemiddelde score pre- vs. postoperatiefDoel score (gebaseerd op COPM): Gemiddelde score pre- vs. postoperatief  AHA: 44,5 vs. 52,5 (p = 0,004) HFC: Geen verschil Doel score: 2,6 vs. 6,4Spalken postoperatief: Bovenarm spalkGedurende 6 weken Postoperatieve oefentherapie: ErgotherapieGedurende 6 maandenInhoud en intensiteit onduidelijkNB
Carlson et al. 2012Retrospectief71 patiënten: 57 patiënten partiële pees verlenging (groep 1)14 patiënten volledige pees loslating (groep 2)  Groep 1: 10 jaar (3 – 20 jaar) Groep 2: 14 jaar (5 – 20 jaar)Groep 1: 22 maanden (7 – 144 maanden) Groep 2: 18 maanden (6 – 51 maanden)HFC: Verschil in gemiddelde score pre- en postoperatiefNBHFC (groep 1): 2.0 (p < 0,01) HFC (groep 2): 2.0 (geen significant verschil)NBInclusie: Dynamische elleboogflexie deformiteitOnvoldoende effect niet-chirurgische behandeling
Van Heest et al. 2015Prospectief gerandomiseerd en cohort met patiënt voorkeur  39 patiënten: 29 patiënten in randomisatie10 patiënten in cohort  Gem. NB (4 – 17 jaar)12 maandenSHUEE en AHA: Verschil in gemiddelde score pre- en postoperatief per interventie: chirurgie vs. botulinetoxine injectie vs. standaard ergotherapieCOPM: Verschil in gemiddelde score pre- en postoperatief per interventie: chirurgie vs. botulinetoxine injectie vs. standaard ergotherapieSHUEE-DPA: 21,6% vs. 5,3% vs. 1,0% (p < 0,001) SHUEE-SFA en AHA: Geen significante verschillen COPM-P: Geen significant verschil COPM-S: 4,4 vs. 2,0 vs. 0,9 (p = 0,002)Spalken postoperatief: Bovenarm spalkGedurende 1 maand Postoperatieve oefentherapie: Ergotherapie; 8 sessies na spalk verwijderingInhoud onduidelijkKrachttraining; Vanaf 12 weken postoperatiefInhoud, duur en intensiteit onduidelijkInclusie: Pronatie deformiteitFCU primaire oorzaak deformiteit: pols extensie deficiëntie en polsflexie deformiteit met adequate vinger controleDuim adductie stand met flexie in MCP-gewricht, waardoor geen vuist gemaakt kan worden met duim erbuiten Exclusie: Preoperatieve HFC 0
Gras et al. 2017Prospectief35 patiënten: 23 kinderen waarvan 18 patiënten met CP12 volwassenen waarvan 3 patiënten met CPKinderen: 15 jaar Volwassen: 39,6 jaar12 maandenHFC: Gemiddelde score preoperatief vs. 4 – 7 maanden postoperatief vs. 12 maanden postoperatief per ingreepNBHFC (HSN elleboogflexor): 1,7 vs. 3,9 vs. 3,1 HFC (HSN polsflexor): 3 vs. 5.1 vs. 5.1 HFC (HSN pronator teres): 3 vs. 5,1 vs. 5,8Preoperatief: Botulinetoxine injectie voor evaluatie potentieel effect Spalken postoperatief: Enkel indien combinatie HSN met spierverlenging procedureGedurende 4 weken Postoperatieve oefentherapie: NBInclusie: Geïsoleerde spasticiteitPreoperatief goed effect op botulinetoxine injectie Exclusie: Dyskinesie  
Louwers et al. 2018Cohortstudie66 patiënten: 39 patiënten chirurgische ingreep14,9 jaar (SD ± 2.1)9 maanden (6 – 11 maanden)AHA: Verschil in gemiddelde score pre- en postoperatiefCOPM: Verschil gemiddelde score pre- en postoperatiefAHA: 6,7 (p < 0,001) COPM-P: 3,1 (p < 0,001) COPM-S: 3,3 (p < 0,001)Spalken postoperatief: Gedurende 5-6 weken Gecombineerd met immobilisatieNadien in rust dag/nacht orthese Postoperatieve oefentherapie: HandtherapieInhoud, duur en intensiteit onduidelijkInclusie: Geschikt bevonden voor chirurgie na multidisciplinaire beoordeling door handchirurg, kinder-revalidatiearts en ergotherapeutVia gezamenlijke besluitvorming keuze voor chirurgie Exclusie: DyskinesieOnvoldoende patiënt motivatieDoelen patiënt niet haalbaarGroot verschil tussen functie en inzet van de aangedane hand
Cristella et al. 2019Retrospectief11 patiënten17 jaar (10 – 21 jaar)NBAHA: Gemiddelde score pre- vs. postoperatiefGAS: Totale score 3 en 12 maanden postoperatief per preoperatieve functionaliteit van de handAHA: Onvoldoende data beschikbaar GAS (Synergic hand): 56,74 en 57,74 GAS (Imprisoned hand): 55,83 en 51,71 GAS (Excluded hand): 53,87 en 55,37  Spalken postoperatief: Duur afhankelijk van preoperatieve functionaliteit, spasticiteit, zwakte en chirurgische techniek Postoperatieve oefentherapie: FysiotherapieInhoud afhankelijk van preoperatieve functionaliteit, spasticiteit, zwakte en chirurgische techniekFase 1: starre spalk en rek manoeuvresFase 2: doelgerichte functionele behandelingDuur en intensiteit onduidelijkNB
Pontén et al. 2019Retrospectieve casestudie15 patiënten: 12 patiënten met CP11,3 jaar (7 – 17 jaar)9 jaarAHA: Gemiddelde score pre- vs. direct postoperatief vs. 9 jaar postoperatiefNBAHA: 50 vs. 52 vs. 49Spalken postoperatief: Bovenarm spalkGedurende 6 weken Postoperatieve oefentherapie: ErgotherapieGedurende 6 maandenInhoud en intensiteit onduidelijkNB
Combey et al. 2024Retrospectief23 patiënten13 jaar (6 – 17 jaar)NBAHA: Verschil gemiddelde score pre- en postoperatiefNBAHA: 0,8 (p = 0,69)Spalken postoperatief: Overdag functionele spalkS’ nachts starre spalkOnduidelijke duur Postoperatieve oefentherapie: Revalidatie in behandelcentrum en thuisInhoud, duur en intensiteit onduidelijkInclusie: Geschikt bevonden voor chirurgie na multidisciplinaire beoordeling
Gerami et al. 2024Retrospectief42 patiënten  19,8 jaar (10 – 34 jaar)5,5 jaar (2 – 14 jaar)MACS: Pre- en postoperatief aantal patiënten per scoreNBPreoperatieve MACS: 19 I-II, 12 III, 10 IV en 1 V. Postoperatieve MACS: 25 I-II, 10 III en 7 IVSpalken postoperatief: Gedurende 4-5 weken Postoperatieve oefentherapie: Fysiotherapie en/of ergotherapie na spalkenInhoud, duur en intensiteit onduidelijkNB
De Lepeleere et al. 2024Retrospectief14 patiënten: 7 patiënten met CP15,4 jaar (8,5 – 20 jaar)52,6 maanden (12 – 113 maanden)HFC: Gemiddelde score pre- vs. postoperatiefNBHFC: 0,71 vs. 1,29 (p = 0.180)Spalken postoperatief: Gedurende 6 weken Postoperatieve oefentherapie: Fysiotherapie gericht op behouden van mobiliteit en versterken van elleboogflexoren en -extensoren.Duur en intensiteit onduidelijkInclusie: Onvoldoende resultaat met niet-chirurgische behandelopties voor elleboogflexie deformiteitGeschikt bevonden voor chirurgie na multidisciplinaire beoordeling door chirurg, revalidatiearts, neuroloog en ergotherapeut
Tabel B: studiekarakteristieken en belangrijkste uitkomsten van de geïncludeerde studies
 
* Perioperatieve revalidatie of interventies: gedefinieerd als alle revalidatie of interventies vanaf de besluitvorming voor een operatie tot aan het volledig herstel postoperatief. AHA = Assisting Hand assessment, COPM = Canadian Occupational Outcome Measure, COPM-P = performance, COPM-S = satisfaction, CP = Cerebrale Parese, FCU = flexor carpi ulnaris, GAS = Goal attainment scale, Gem. = gemiddelde, HFC = House functional classification, HSN = hyperselectieve neurectomie, MACS = Manual Ability Classification System, MCP-gewricht = metacarpofalangeale gewricht, NB = niet beschreven, SD = standaarddeviatie, SHUEE = Shrines Hospital Upper Extremity Evaluation, SHUEE-DPA = dynamic positional analysis, SHUEE-GRA = grasp release analysis, SHUEE-SFA = spontaneous functional analysis, vs. = versus.

Gerelateerde artikelen NTR

De effecten van chirurgie aan de bovenste extremiteit(en) en postoperatieve revalidatie op de bimanuele vaardigheden bij patiënten met CP – literatuurreview

Wetenschappelijke publicatie Chirurgie aan de bovenste extremiteit(en) gericht op het verbeteren van de bimanuele vaardigheden biedt kansen voor patiënten met…

Welbevinden en ondersteuningsbehoeften vragen (meer) aandacht; een vergelijking van ouders van kinderen met en zonder beperking!

Wetenschappelijke publicatie Vanuit de kinderrevalidatie is er steeds meer aandacht voor ouders. Het hebben van een kind met een beperking…

Cannabis: een kans voor de revalidatie?

Cochrane Corner Spasticiteit en pijn komen veel voor binnen de revalidatie. In de spreekkamer komt soms de vraag of cannabis…

De GAIT.SCRIPT interpretatietool

Winnend project revalidatie jaarprijs voor innovatieve patiëntenzorg 2022 Innovatie Een web-based applicatie als hulpmiddel voor de systematische interpretatie van klinische…

Gerelateerde artikelen Revalidatie Magazine

Een jaar op de Mytylschool maakte van Désiree een sterker mens

In de verhalenserie ‘Zo veel jaren later…’ gaat Revalidatie Magazine op zoek naar mensen die tientallen jaren geleden hebben gerevalideerd….

Ook baby Igmar heeft baat bij intensieve revalidatie

Baby’s kunnen bij (of tijdens) de geboorte een hersen- en of zenuwbeschadiging oplopen. Eén van de gevolgen hiervan kan zijn…

Sam Raven zit in een Kinderadviesraad: ‘Laten we naar elkaar luisteren!’

De vrolijke en spraakzame Sam Raven (19) wil dat andere kinderen en jongeren het zo fijn mogelijk hebben tijdens het…

‘Meer aandacht voor emoties’

Ouders en jongeren missen voldoende aandacht voor psychosociale aspecten in de kinderrevalidatie. Daarom werken ze samen met zorgverleners en wetenschappers…