9 juni 2026

Werk heeft voor mij een grote sociale functie in mijn leven. Vanwege de vele prikkels ga ik liever niet naar de kroeg of de club. Het theater, waar ik graag kom, is nou niet een plek waar je veel andere jongeren vindt. Met vrienden spreek ik het liefst in kleine groepjes af. In mijn werk als dagvoorzitter sta ik regelmatig voor grote groepen, waarbij het feit dat ik precies weet wat er gaat gebeuren maakt dat ik dat goed aankan. Tijdens de borrel na afloop van een congres hebben mensen mij al leren kennen, waardoor het contact makkelijk gelegd wordt. Daardoor voel ik me bevoorrecht met het werk dat ik heb.

Als je een lichte vorm van cerebrale parese hebt, val je precies tussen wal en schip. Ik hoef jullie denk ik niet uit te leggen hoe fnuikend dat kan zijn. Je voelt je niet helemaal thuis in de wereld van mensen met een handicap, maar je staat als je niet uitkijkt telkens op je tenen om maar zo veel mogelijk bij de wereld van mensen zonder een handicap te horen. Dat geldt niet in de laatste plaats voor werk.

Als ik me wil redden in de wereld, moet ik meedraaien alsof ik geen handicap heb.

Ik vergeet nooit meer dat een medewerker van UWV me tijdens de jaarlijkse dag van CP Nederland uitlegde dat ik geen kans op een uitkering maakte. Op zich maf dat ze dat in een workshop direct wist te zeggen. Ik bedoel: had ze daar niet meer tijd en aandacht voor moeten nemen? Niet dat ik überhaupt ooit een uitkering heb gewild. Het lijkt me verschrikkelijk om afhankelijk te zijn van de grillige politiek. Maar op dat moment werd mij duidelijk: als ik me wil redden in de wereld, moet ik meedraaien alsof ik geen handicap heb.

Tijdens mijn studie heb ik lang de overtuiging gehad dat ik in loondienst moest, een baan moest vinden. En het liefst fulltime, want hoe kun je anders als jongere je dromen verwezenlijken in deze wereld? Tegelijkertijd wist ik al wel dat ik dat niet zou kunnen. Niet alleen omdat ik niet het beste tot mijn recht kom onder een baas, maar ook omdat ik een 40-urige werkweek niet volhoud. Zodoende werd ik steeds gespannener. Totdat ik mijn tante vergezelde naar een partijworkshop. Deze werd gegeven door iemand die dagvoorzitter bleek te zijn.

Het is tóch mogelijk om met presenteren mijn geld te verdienen!

Aan het einde van mijn middelbareschooltijd had ik mijn droom om cabaretier te worden overboord gegooid. Veel te vermoeiend, een heel programma schrijven, en veel te saai, een programma ik-weet-niet-hoe-vaak opvoeren. Het alternatief wat ik altijd al het allerleukste vond om te doen, namelijk presenteren, leek me voorbehouden aan BN’ers. Tijdens de partijworkshop vielen de schellen van mijn ogen: het is tóch mogelijk om met presenteren mijn geld te verdienen! Ik regelde mijn eerste optredens, en besloot er een cursus in te volgen.

Bijkomend voordeel is dat je het dagvoorzitterschap alleen als zzp’er kan doen. Tenminste, voordeel, het is ook omgeven met onzekerheid, die bij mij ook zo zijn fysieke weerslag heeft. Maar nu kan ik wel mijn eigen tijd indelen. Sterker nog: ik hoef niet fulltime te werken om meer dan prima te verdienen. Hoe is het mogelijk! Daarmee viel een last van mijn schouder.

En wat er dan gebeurt, is een raar proces. Want enerzijds heb ik nu de vrijheid die ik altijd al in mijn werk heb gewild. Maar anderzijds is er een stemmetje in mij dat zegt: jij wil toch zo graag bij de wereld van mensen zonder een handicap horen? Volgens dat stemmetje is het bizar om op een doordeweekse dag lekker op de bank te netflixen terwijl ‘de hele wereld’ werkt. Hoe een mens zichzelf toch gek kan maken. Leuk detail: terwijl ik dit schrijf, rond ik een revalidatietraject af waarin dit stemmetje compassievol de hoek in is gestuurd. Hoe ik daar terechtkwam, is een thema voor een ander blog.

Daarom zou ik het andere mensen met een handicap of chronische ziekte gunnen dat ondernemerschap ter sprake komt als het een revalidatietraject gaat over het thema werk.

Ik vraag me weleens af of het ondernemerschap niet voor meer mensen met een handicap of chronische ziekte een uitkomst is. Tuurlijk, het moet wel in je dna zitten, en je moet tegen die onzekerheid kunnen. Alleen met een ongekende drive of passie kom je door de dooie momenten heen die er ontegenzeggelijk zijn. Maar je kunt (tot op zekere hoogte) wel bepalen wanneer je wat doet. In plaats van mee proberen te spelen aan een spel waarbij je niet kunt voldoen aan alle spelregels, creëer je je eigen spelregels. En dat wordt nog geaccepteerd ook!

Daarom zou ik het andere mensen met een handicap of chronische ziekte gunnen dat ondernemerschap ter sprake komt als het een revalidatietraject gaat over het thema werk. Zelf rolde ik erin door een samenloop van omstandigheden. Maar er zijn genoeg beroepen waarin zowel loondienst als ondernemerschap mogelijk zijn, en je niet zomaar aan die tweede optie denkt. Als we op een iets flexibelere manier gaan nadenken over werk en onze spelregels creëren, is er meer mogelijk dan we denken.

Auteur

Thijs de Lange

Thijs de Lange (1997) is dagvoorzitter, moderator, tekstschrijver, adviseur en ervaringsdeskundige met een lichte vorm van Cerebrale Parese.

Gerelateerde blogs