Vijf vragen aan Renee Nijbroek

Renee Nijbroek werkt als preverbaal logopedist bij Heliomare Kind en Jeugd Revalidatie. Ze begeleidt kinderen van 0 tot 4 jaar in het team vroegbehandeling. In deze editie van ‘Vijf vragen aan’ vertelt ze hoe taal vast kan zitten in een kind en hoe mooi het is om samen communicatie mogelijk te maken. ‘Communicatie is eigenlijk alles.’

Wat trok jou aan in de medisch specialistische revalidatie (MSR)?

‘Ik was tijdens mijn stage al verliefd op de kinderrevalidatie, en dan vooral in de Medisch Specialistische Revalidatie. Omdat we hier als team om een kind heen staan: een logopedist, fysiotherapeut, ergotherapeut, pedagogisch behandelaren, maatschappelijk werk, revalidatiearts en ouders en verzorgers. In de eerstelijn werkte ik solistischer. Hier dragen we de doelen samen. Je kijkt niet alleen naar één therapievraag, maar naar het hele functioneren van een kind én het gezin.’

Hoe doe je dat: samen doelen dragen?

‘Eigenlijk zit therapie hier verweven in alles wat een kind doet. Tijdens een ochtend op de therapeutische peutergroep stimuleren we communicatieve vormen en vaardigheden in alledaagse situaties zoals spelen, eten, verschonen of handen wassen. Zo werk ik, terwijl ik met een kind aan het spelen ben, aan de communicatieve doelen, en let ik ondertussen ook op de houding, handfunctie of de spelontwikkeling. Dat geïntegreerde werken vind je bijna nergens anders op deze manier. En ouders zijn daarin net zo belangrijk als wij. Zij zien hun kind uiteindelijk het meest, ze zijn ook onderdeel van het team.’

Wat is het belangrijkste onderdeel van jouw werk?

‘Communicatie is altijd en overal, communicatie is eigenlijk alles. Ik zie vaak kinderen die in gesproken taal niet duidelijk kunnen maken wat ze voelen of nodig hebben, terwijl ze wel taal in hun hoofd hebben. Eén jongen zal ik nooit vergeten. Hij had een ernstige motorische beperking, kon niet spreken en had nauwelijks handfunctie. Je zag gewoon dat er zoveel emoties en gedachten in hem zaten, maar hij kon ze niet verstaanbaar overbrengen. Samen met de ouders gingen we op zoek naar manieren waarop hij zich beter kon uiten. Uiteindelijk zijn we gaan oefenen met een spraakcomputer met oogbediening. Op een gegeven moment zei hij via de spraakcomputer tegen zijn moeder: Ik hou van jou. Ja… dan houd ik het zelf ook bijna niet droog.’

Maak je vaak zo’n bijzonder moment mee?

‘Ja, elk contact met een cliënt en ouders vind ik bijzonder. Natuurlijk springen er soms dingen uit, maar het bijzondere zit voor mij ook in de kleine stappen: samen met ouders ontdekken wat hun kind laat zien aan communicatie en dat samen stimuleren. Een kind dat tijdens het eetmoment eindelijk aan kan geven dat het smeerkaas op zijn broodje wil, in plaats van jam die hij vaak krijgt. Een vader die nooit gesproken taal terugkrijgt van zijn kind en bij ons ontdekt: oh, maar mijn kindje communiceert wél, hij trekt zijn wenkbrauw op als hij ja wil zeggen. Ik vind het elke dag mooi dat ik als logopedist kan helpen om deze communicatie mogelijk te maken.’

Wat heeft de MSR volgens jou nodig om in de toekomst sterk en relevant te blijven?

‘Ik denk dat we als sector nog meer vanuit gezamenlijke doelen mogen werken. Niet iedereen op zijn eigen eilandje, maar echt interdisciplinair. Soms betekent dat ook dat je anders naar behandeling kijkt. Ik geloof bijvoorbeeld heel erg in geïntegreerde trajecten. Voor mij kan een huisbezoek van een uur waardevoller zijn dan meerdere losse behandelingen op locatie, omdat je dan werkt in de echte omgeving van het kind, met de ouders en de situaties die er daadwerkelijk toe doen. Als we samen blijven kijken wat het beste werkt voor een kind en gezin, dan wordt de sector nog sterker.’

In de serie ‘Vijf vragen aan’ spreekt Revalidatie Magazine professionals in de Medisch Specialistische Revalidatie (MSR). We gaan in gesprek over hun weg naar de sector, de dagelijkse praktijk van hun werk en wat de MSR uniek maakt ten opzichte van andere medische zorg.

Auteur

Evelyn Fransen

Gerelateerde artikelen Revalidatie Magazine

‘Elke stap die een kind maakt is een feestje’

Vijf vragen aan Peter van Grinsven Volgens ergotherapeut Peter van Grinsven draait kinderrevalidatie om een sterke samenwerking tussen kind, ouders…

Vijf vragen aan Tessa Hogt

Revalidatiearts en medisch manager bij Klimmendaal In de serie “Vijf vragen aan” spreekt Revalidatie Magazine professionals in de Medisch Specialistische…

Ad Melkert: ‘Het is indrukwekkend hoe mensen weer levensperspectief krijgen’

Als voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) wijst Ad Melkert beleidsmakers op de uitdaging voor de zorg om…

Gerelateerde artikelen Nederlands Tijdschrift voor Revalidatiegeneeskunde

Welbevinden en ondersteuningsbehoeften vragen (meer) aandacht; een vergelijking van ouders van kinderen met en zonder beperking!

Wetenschappelijke publicatie Vanuit de kinderrevalidatie is er steeds meer aandacht voor ouders. Het hebben van een kind met een beperking…

NAH bij ons thuis: Zó ben ik, en Zó is het voor mij

NAH bij ons thuis: Zó ben ik Auteurs: Martine Kapitein, Rose van Thiel en Roeli WierengaUitgeverij: BreindokRelease: september 2024Pagina’s: 88…

Inzet van korset bij kinderen met spinale spieratrofie (SMA)?

Casuïstiek Sinds de introductie van medicamenteuze behandelopties voor SMA is er een afname in mortaliteit en een verbeterde functionele prognose…