Cochrane Corner
Velen veronderstellen dat de bewijskracht voor revalidatiegeneeskundige interventies in vergelijking met andere medische vakgebieden laag is.
Auteur
PROF. DR. A.C.H. (SANDER) GEURTS
Revalidatiearts en hoogleraar, Radboudumc en Sint Maartenskliniek, Nijmegen
Waarom dit onderzoek?
De vraag is of bovengenoemde veronderstelling berust op vooroordelen of kan worden onderbouwd met cijfers.
Wat is de onderzoeksvraag?
De systematische review en meta-analyse van Howick en 11 coauteurs onderzocht de proportie geneeskundige interventies waarvoor op basis van Cochrane reviews een hoge bewijskracht bestaat.
Hoe werd dit onderzocht?
De auteurs trokken een random sample van 2.428 (35%) van alle Cochrane reviews, gestratificeerd voor Cochrane reviewgroep en gepubliceerd tussen 1-1-2008 en 5-3-2021. Men selecteerde alle in deze reviews onderzochte interventies die waren vergeleken met ‘placebo’, ‘geen interventie’ of ‘gebruikelijke zorg’. Tevens moest de kwaliteit zijn beoordeeld middels de GRADE systematiek, die ook door het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten wordt gebruikt voor de richtlijnen. Men beoordeelde of er sprake was van een hoge bewijskracht op basis van een HIGH GRADE voor ten minste één primaire uitkomstmaat en, behalve statistisch significante resultaten, tevens een goede beoordeling van klinische effectiviteit.
Belangrijkste resultaten
Er werden 1.567 interventies geselecteerd uit 1.076 onafhankelijke reviews. De interventies omvatten alle 53 Cochrane reviewgroepen. Van alle interventies was 52,3% farmacologisch, 15,8% psychologisch/gedragsmatig, 6,4% chirurgisch, 4% dieetmatig, 3,6% oefentherapeutisch, en 17,9% overig. Over alle type interventies en Cochrane reviewgroepen waren er slechts 87 (5,6%) met een HIGH GRADE voor de eerstgenoemde primaire uitkomstmaat; dit cijfer was 118 (7,5%) indien ook overige (primaire) uitkomsten werden meegenomen. Van de interventies zonder hoge bewijskracht was de GRADE in 30,1% MODERATE, 34% LOW, en 23,8% VERY LOW. Opvallend was dat de reviewgroepen Musculoskeletal (reumatologie en pijn van het bewegingsapparaat) en Bone, Joint and Muscle trauma met, respectievelijk, 20,0% (10/50 interventies) en 14,3% (3/21 studies) HIGH GRADE beoordelingen tot de hoogst scorende deelgebieden behoorden.
Van de 1.567 interventies rapporteerden 577 (36,8%) over nadelige effecten. In bijna een kwart van deze studies (22%) ging het om een statistisch significante kans op schade.
De slotconclusie was dat ruim 90% van de onderzochte geneeskundige interventies niet wordt ondersteund door hoge bewijskracht. Voor ruim 60% bestaat zelfs geen matige bewijskracht.
Wat betreft mogelijke nadelige effecten is er sprake van (ernstige) onderrapportage.
Consequenties voor de praktijk
Op basis van hun resultaten vragen Howick et al. zich af of de GRADE systematiek wellicht te veeleisend is om beslissingen in de dagelijkse klinische praktijk te toetsen. Voor de revalidatiegeneeskunde, hoewel in deze studie geen aparte reviewgroep, betekenen hun resultaten dat ons vakgebied waarschijnlijk niet onderdoet voor andere medische vakgebieden. De reviewgroepen Musculoskeletal en Bone, Joint and Muscle trauma scoorden zelfs relatief goed. Helaas zijn veel van alle (revalidatie-)geneeskundige interventies nog altijd ‘niet bewezen effectief’ (hetgeen beslist niet hetzelfde is als ‘bewezen niet-effectief’!). We moeten daarom blijven streven naar de best mogelijke manier van wetenschappelijke onderbouwing.
Literatuur
Howick J et al.Most healthcare interventions tested in Cochrane Reviews are not effective according to high quality evidence: a systematic review and meta-analysis. J Clin Epidemiol 2022;148:160-169.
Gerelateerde artikelen NTR
Een relativerende kijk op effectiviteit van onze geneeskunde
‘Kiezen iets niet te doen’
Passende zorg: Kansen voor de revalidatiegeneeskunde!
‘Voor veel patiënten zijn revalidatiespecialisten de belangrijkste’
Gerelateerde artikelen Revalidatie Magazine
Post-COVID-patiënt lijkt op te knappen van rustige revalidatie
Nieuwe ‘onderzoeks-to-do-list’ onderstreept de meerwaarde van revalidatiegeneeskunde
‘Niet langer het kleine broertje’