Nieuws

Met de C-BiLLT beter inzicht in taalbegrip

16 januari 2017

Hoe toets je de taalbegripsontwikkeling van kinderen die niet of nauwelijks kunnen spreken en zich niet zelfstandig kunnen bewegen? Joke ontwikkelde een online test: C-BiLLT.
Joke: ‘Weten wat een kind wel of niet begrijpt, is zó belangrijk’
Lees erover in Revalidatie Magazine

Hoe toets je de taalbegripsontwikkeling van kinderen die niet of nauwelijks kunnen spreken en zich niet zelfstandig kunnen bewegen? Joke Geytenbeek, logopedist en logopediewetenschapper aan het VUmc, ontwikkelde met haar onderzoeksteam een test die dit mogelijk maakt: de C-BiLLT. Het meetinstrument wordt al aanbevolen in de meest recente behandelrichtlijn voor kinderen met een spastische cerebrale parese.
 
Cerebrale parese (CP) is een houdings- en bewegingsstoornis die ontstaat door een aanlegstoornis of hersenbeschadiging voor het eerste levensjaar, en die onder meer invloed heeft op het bewegen. Zeventig tot tachtig procent van de kinderen met CP is spastisch en een kleiner percentage heeft een dyskinetische CP, waarbij het kind ongecontroleerde bewegingen maakt. Afhankelijk van de ernst van de hersenbeschadiging zijn kinderen meer of minder motorisch beperkt. Eén op de vier kinderen kan door de ernstige motorische beperking niet praten. Dit maakt communiceren op het niveau dat aansluit bij het kind heel moeilijk. Zonder betrouwbare testen is immers niet met zekerheid vast te stellen wat deze kinderen wel of niet begrijpen van gesproken taal. De C-BiLLT - wat staat voor Computer-Based instrument for Low motor Language Testing - maakt dit wel mogelijk.
 
Waar is de auto?
De C-BiLLT is een taaltest op de computer, die online wordt afgenomen. Het kind ziet op het computerscherm foto’s waarover vragen worden gesteld. De foto´s stellen voorwerpen, situaties of personen voor. Een eenvoudige vraag is bijvoorbeeld: Waar is de auto? Op het scherm ziet het kind een auto en een ander voorwerp. De vragen bouwen op van heel eenvoudig tot complex, overeenkomend met de ontwikkeling van het taalbegrip van het zich normaal ontwikkelende kind.

De C-BiLLT is genormeerd voor kinderen in de leeftijd van anderhalf tot zeven jaar: de periode waarin de taal zich ontwikkelt van losse woordjes tot de juiste bouw van eenvoudige tot samengestelde zinnen. Na het zevende jaar blijft de taal zich ontwikkelen, maar is dan meer een verrijking van de woordenschat.
 
Besturingsmogelijkheden
‘Ik heb letterlijk naast de programmeur gezeten, om de C-BiLLT precies zo te krijgen als ik wilde,’ zegt Joke Geytenbeek, die ruim 25 jaar ervaring heeft in haar werkveld. ‘Het resultaat is een instrument met verschillende besturingsmogelijkheden, uitgaande van de bewegingen, hoe gering ook, die een kind wél kan maken. Zo kan een kind met de ogen, of met een infraroodcamera middels oogbesturing, naar het scherm kijken en de afbeeldingen selecteren. Het kind kan ook navigeren door een links/rechtsbeweging te maken met het hoofd tegen de hoofdsteun van de rolstoel. Of door het touchscreen aan te raken. En dan hebben we ook nog een knop, die we daar kunnen plaatsen waar het kind hem kan bedienen. Bijvoorbeeld met een voet, vinger, kin, knie, noem maar op. Er is dus altijd een manier waarop het kind zelf de vragen van de test kan beantwoorden, hoe lichamelijk beperkt het ook is.’
 
Ruimte voor twijfel
Dit maakt de C-BiLLT anders dan andere taalbegripstesten. ‘De uitkomsten van andere testen lieten ruimte voor twijfel,’ vertelt Geytenbeek, ‘omdat het onduidelijk bleef of het kind niet antwoordde vanwege de motorische beperking of omdat het de vraag niet begreep. Veel taaltesten vragen namelijk een motorische handeling van het kind. Bijvoorbeeld: “zet de pop op de stoel”. De testleider moet dan als alternatief voor de handeling bijvoorbeeld de kijkrichting of oogbeweging van het kind volgen en zo het antwoord interpreteren. Maar heeft de behandelaar het kind wel goed begrepen? Keek het echt naar de pop of toch alleen naar de stoel? Kan het kind de – kleine – testmaterialen wel goed zien?’

Een onduidelijke uitkomst van een taalbegripstest kan leiden tot onderschatting of overschatting van een kind, wat verstrekkende gevolgen kan hebben. Niet alleen de manier waarop met het kind wordt gesproken kan te moeilijk of juist te makkelijk zijn, het werkt ook door in de keuzes rondom het revalidatietraject, passend onderwijs of de invulling van de dagbesteding.
 
Niet alleen voor CP
Het meetinstrument is ook geschikt voor oudere kinderen of jongvolwassenen bij wie een verstandelijke beperking wordt vermoed. In dat geval worden de testresultaten uitgedrukt in leeftijdsequivalenten. Joke Geytenbeek: ‘De test is in veel situaties inzetbaar. Denk aan meisjes met het Rett Syndroom, die vaak alleen met hun ogen communiceren. Kinderen met het Syndroom van Down reageren eveneens heel goed op de test. En onlangs heb ik een jongen van negen jaar getest met een locked-in-syndroom. Hij zat als het ware opgesloten in zijn lichaam; communiceren met de mensen om hem heen was niet mogelijk. Alleen zijn rechtervoet kon hij naar voren of achteren schuiven. Ik heb de knop bij zijn voet gezet, en merkte dat hij de vragen las die optioneel bovenin het scherm staan. Daarna maakte hij de hele test in zijn eentje en had alle vragen goed. Weten wat een kind wel of niet begrijpt, is zó belangrijk. Niet alleen voor de ouders, ook voor iedereen om het kind heen. Voer bijvoorbeeld geen slechtnieuwsgesprek over het hoofd van een kind dat jou heel goed kan volgen.’
 
46 locaties
De C-BiLLT wordt al op 46 locaties in Nederland succesvol gebruikt: bij 25 revalidatiecentra, 14 mytylscholen en 7 zorginstellingen. Joke verwacht dat deze aantallen nog verder zullen stijgen. ‘We hebben al 75 logopedisten en 2 psychologisch medewerkers opgeleid voor het afnemen en beoordelen van de test. Inmiddels zijn we aan de vijfde volgeboekte cursusgroep toe. We krijgen nu ook al aanmeldingen uit België en is er een internationale aanvraag ingediend in samenwerking met Canada, Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Australië voor een Engelse versie van de C-BiLLT.’
 
Follow up-onderzoek
In haar promotieonderzoek richtte Joke Geytenbeek zich op een cohort van 90 patiënten met ernstige CP (GMFCS IV en V). Dit leidde tot de bouw van het meetinstrument C-BiLLT. Nu ligt er een voorstel voor een follow-up-onderzoek, waarin ook kinderen met minder ernstige vormen van CP worden geïncludeerd (GMFCS I tot en met III). Geytenbeek en de overige leden van het onderzoeksteam willen deze grotere groep kinderen vier jaar volgen, waarbij het taalbegrip elk jaar wordt getest met de C-BiLLT. Doel is om te onderzoeken hoe de taalbegripsontwikkeling en communicatie verloopt bij kinderen met CP. Ook moet duidelijk worden welke rol medische aspecten (zoals het type hersenbeschadiging), persoonlijke factoren (zoals de leeftijd) en omgevingsfactoren (zoals het opleidingsniveau van de ouders) hierin hebben. Uiteindelijk kan dit onderzoek richting geven aan cognitieve en logopedische interventies om de communicatie te optimaliseren.
 
Auteur: Carine Harting
Bron: Revalidatie Magazine (RM) nr. 4 2016