Waar ergotherapeut Aafke normaal gesproken blogs schrijft over de trajecten van revalidanten, gaat ze deze keer in gesprek met een revalidant: Yvonne. Na een virale meningitis volgde Yvonne een intensief revalidatietraject binnen de poliklinische medisch specialistische revalidatie van het Maasstad Ziekenhuis. In dit interview geeft ze een inkijkje in haar revalidatieproces, waarin ze langzaam kleine stukjes van zichzelf terugvond.
Hoe kwam je in de revalidatie terecht?
‘In februari 2025 liep ik een virale meningitis op. Dit werd gediagnosticeerd door middel van een lumbaalpunctie. Helaas kreeg ik als complicatie een liquorlekkage. Om dit lek af te dichten kreeg ik bloedpatches. Ik had er uiteindelijk drie nodig, verspreid over zeven weken. In die periode had ik ernstige hoofd- en nekpijn. Ik was duizelig en misselijk, zag wazig en reageerde sterk op geluid en licht. In eerste instantie werd ik door de neuroloog verwezen naar de revalidatiearts, die eerstelijns ergotherapie adviseerde. Helaas hielp dit onvoldoende om grip te krijgen op mijn klachten. Daarna ben ik aangemeld voor medisch specialistische revalidatie in het ziekenhuis.’
Kun je vertellen hoe jouw leven eruitzag voordat dit gebeurde?
‘Ik werkte 36 uur per week in een dynamische en coördinerende functie binnen een groot ziekenhuis. Mijn werk was en is heel belangrijk voor mij. De functie was mij op het lijf geschreven: men wist mij makkelijk te vinden met vragen en ik kon vaak snel een goede oplossing realiseren. Daarnaast paste ik een dag per week op mijn twee kleinkinderen. In het weekend gingen mijn man en ik lange stukken wandelen of fietsen, of bezochten we een mooie stad. Ook gingen we regelmatig naar een restaurant, lekker naar de sauna en weekendjes weg.’
In het begin miste ik vooral mijn ‘oude ik’
Hoe gaat het nu met je?
‘In het begin miste ik vooral mijn ‘oude ik’. Ik ben altijd snel geweest in denken en handelen, vind het belangrijk om kwaliteit te leveren en kon altijd maar doorgaan. Dat was ineens heel anders. In eerste instantie was ik heel beperkt in mijn activiteiten: ik kon de hond niet uitlaten, mijn man deed bijna het hele huishouden, ik had geen energie voor sociale contacten en ik kon niet meer werken.
Inmiddels heb ik mijn ‘nieuwe andere ik’ beter leren kennen. Het gaat het stap voor stap beter: ik voer weer grotendeels de huishoudelijke taken uit, laat de hond weer uit en oefen met sociale activiteiten, bijvoorbeeld door ergens wat te drinken of eten. Omdat het privé steeds beter gaat en ik beter de balans weet te houden in mijn energieverdeling, ben ik ook aan het re-integreren in mijn functie op werk. Juist omdat ik mijn werk zo leuk vind en ik geneigd ben daar al mijn energie in te steken, blijft het een uitdaging om de balans te bewaken.
Wat ik nog wel mis, zijn de spontane dingen. Alles moet nu gepland worden en soms kunnen activiteiten niet doorgaan omdat ik te veel klachten heb. Ook mis ik het maken van lange wandelingen en dan ergens uitgebreid lunchen. En ik mis het plannen van vakanties. De laatste vakantie verliep helemaal niet goed: ik heb een groot deel van de vakantie liggend op mijn hotelkamer doorgebracht. Ik was zo overprikkeld door de zon en de prikkels van het gezin, dat ik amper kon eten en drinken. Gelukkig hebben we hier weer stappen in gemaakt: enkele weken geleden zijn we een paar dagen naar Limburg geweest en daar hebben we echt van kunnen genieten.’

Welke therapieën heb je gevolgd tijdens je revalidatietraject en wat leerde je daarvan?
‘Gedurende negen maanden heb ik multidisciplinaire revalidatie gevolgd, met diverse soorten therapieën. Twee keer per week kreeg ik ergotherapie. Daar leerde ik met een weekplanning mijn energie goed te verdelen en balans te vinden in fysieke- en mentale belasting en belastbaarheid. De ergotherapeut gaf me uitleg over de gevolgen van mijn aandoening en over welke strategieën ik kan toepassen in het dagelijks leven.
Daarnaast hebben we samen een stappenplan gemaakt om verschillende activiteiten op te pakken, waaronder naar een horecagelegenheid gaan en wandelen met de hond. Ook hebben we een werkhervattingsplan opgesteld om de terugkeer naar mijn werk mogelijk te maken. Deze begeleiding en ondersteuning heeft voor mij echt het verschil gemaakt in hoe ik om kan gaan met mijn ziektebeeld. Door samen te bespreken waar ik door de dag heen tegenaan loop, kreeg ik tips en adviezen om de praktische vertaalslag te kunnen maken naar mijn dagelijkse leven. Ik heb veel inzichten opgedaan en stappen vooruit gemaakt.
Ook kreeg ik twee keer per week fysiotherapie. Door het ziektebeeld werkte mijn lijf niet meer zoals voorheen. Ik liep minder snel en slingerde. Mijn algemene conditie en de kracht in mijn armen en benen was sterk afgenomen. Samen met de fysiotherapeut heb ik gewerkt aan mijn fysieke herstel, opbouw van conditie en een betere energieverdeling.
Een kortere periode volgde ik ook wekelijks psychomotorische therapie. Hier leerde ik door speloefeningen en activiteiten te ervaren wat lichaamshouding, spanningen en emoties met je doen en deze uiteindelijk te herkennen. Hierdoor kwamen mijn hoofd en lijf beter in balans en leerde ik beter mijn grenzen aan te geven.
Gesprekken met de neuropsycholoog gaven mij inzicht in mijn ziektebeeld en hoe ik er mee om kan gaan: enerzijds door te relativeren, anderzijds door de gevoelens van frustratie en rouw toe te staan.
Tot slot heb ik acht weken, elke week ontspanningstherapie in groepsverband gevolgd. Hier leerde ik diverse ademhalingsoefeningen en ontspanningstechnieken die ik kan toepassen om beter om te gaan met de diverse klachten. Het helpt me om weer te voelen dat hoofd en lichaam twee aparte lichaamsdelen zijn, die heel mooi samen kunnen werken.’
De medewerkers in de revalidatiesector kijken en luisteren heel goed naar de revalidanten.
Wat viel jou op tijdens je traject in de medisch specialistische revalidatie?
‘Dat mijn therapeuten allemaal heel verschillend zijn qua persoonlijkheid, maar samen écht een goed team vormen. Ik heb ook gemerkt dat het heel belangrijk is om een klik te voelen met de therapeuten en dat had ik met ze, stuk voor stuk. Doordat ze mij goed hebben leren kennen, konden ze ook goed inschatten hoe ze mij moeten benaderen en in hoeverre ze mij kunnen prikkelen, zodat ik vooruitga zonder mezelf te overbelasten. Dat is een heel fragiel evenwicht en dat hebben ze mooi weten te bewaken.
De medewerkers in de revalidatiesector kijken en luisteren heel goed naar de revalidanten. Door een open en nieuwsgierige houding krijgen ze helder wat het ziektebeeld voor het dagelijks leven van de revalidant betekent. Vervolgens wordt er gekeken waar de revalidant bij geholpen is, rekening houdend met persoonlijke- en omgevingsfactoren. Hierbij heb ik altijd het gevoel gehouden dat mijn eigen regie over mijn leven werd gerespecteerd.’
Wat wil je meegeven aan de professionals die in de zorg werken?
‘Leef je in, in degene die voor je zit. Vraag door, wees open en nieuwsgierig, zodat je écht begrijpt wat er aan de hand is. Geef uitleg over wat er aan de hand is, stel samen duidelijke doelen op, bespreek het behandelplan en evalueer de doelen samen.
Ik hoop ook dat andere specialisten in andere takken van zorg de meerwaarde van de medisch specialistische revalidatie gaan zien. Revalidatie helpt patiënten een zinvolle invulling van hun leven te vinden. Dat ziet er vaak anders uit dan vóór de ziekte, weet ik uit ervaring. Dankzij de revalidatie heb ik mijn leven een andere, betekenisvolle wending kunnen geven. Dat gun ik alle patiënten.’
Auteur