Zware hartpatiënten zijn relatief gezonder dan voorheen dankzij medische innovaties. Maar vaak hebben ze ook andere lichamelijke en psychische problemen. Dan kan intensieve hartrevalidatie helpen onder begeleiding van een medisch specialistisch team. Dit maakt fysiek en geestelijk sterker.

Ernstige hartpatiënten lagen vroeger lang in het ziekenhuis en moesten vooral rust nemen. Nu moeten ze juist zo snel mogelijk weer in actie komen. Dit is mogelijk door innovaties, zoals open hartoperaties, betere medicatie, dotteren, stents en de komst van de AED, een draagbaar apparaat dat het hartritme kan herstellen bij een hartstilstand. Hierdoor is de groep zware hartpatiënten relatief gezonder dan voorheen. Ook zijn de inzichten veranderd. Zodra het kan worden patiënten ontslagen en volgt er meteen hartrevalidatie. Juist beweging onder begeleiding zorgt dat het lichaam sneller en beter herstelt en de conditie verbetert. Maar dit is niet voor iedereen afdoende. Sommige patiënten hebben naast de hartaandoening ook andere ziekten, zoals diabetes, longkwalen, uitval van zenuwen en psychische en/of cognitieve problemen. Dan kan intensievere begeleiding door een medisch specialistisch revalidatieteam het verschil maken.

Lotgenotencontact

Verschillende revalidatiecentra in Nederland bieden dergelijke complexe revalidatiezorg aan. In deze centra staat een revalidatiearts aan het roer en worden er groeps- en individuele trainingen gegeven. Het Rijnlands Revalidatie Centrum (RRC) in Leiden en Capri Hartrevalidatie in Rotterdam doen dit al jaren. Het RRC, dat net zoals de meeste centra revalidatie voor allerlei soorten aandoeningen in zijn pakket heeft, behandelt jaarlijks ruim 900 hartpatiënten. Capri richt zich uitsluitend op hartrevalidatie en behandelt jaarlijks 2400 patiënten, met enkelvoudige en complexe hartrevalidatie. Capri-directeur Niek Baart licht toe: ‘Het oefenen in groepen is erg belangrijk. Via lotgenotencontact kunnen patiënten van elkaar leren en emoties delen. Maar bijvoorbeeld begeleiding door een maatschappelijk werker of psycholoog gebeurt op individuele basis.’

Obese patiënten

Het doel van hartrevalidatie is volgens Baart dat mensen weer kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. ‘Als ze na een hartoperatie of het plaatsen van een stent achter de geraniums gaan zitten en niets meer doen, dan hebben die medische ingrepen geen zin. Daarom proberen we mensen actief te maken. Uit onderzoek blijkt dat hartpatiënten na een hartrevalidatie gemiddeld langer leven dan zij die deze vorm van therapie niet hebben gekregen.’ Iedere behandeling is maatwerk. Naast conditietraining krijgt iemand die rookt begeleiding bij het stoppen, wordt ook een depressie behandeld om verdere therapie mogelijk te maken en is er voor obese mensen een speciaal programma ontwikkeld. Baart: ‘We zien dat een kwart van onze populatie een BMI heeft van boven de 30. Die mensen vallen tijdens de revalidatie voortijdig uit omdat ze niet met de anderen kunnen meekomen. In ons nieuwe programma laten we hen in kleine groepen samen oefenen. Daarbij krijgen ze extra ondersteuning van een diëtist en een maatschappelijk werker. Met het Erasmus MC onderzoeken we nu het effect van deze aanpak.’

ZuPER-zorgpad

Paulien Goossens, revalidatiearts en medisch directeur van RRC, vertelt dat hartpatiënten altijd eerst een uitgebreide vragenlijst moeten invullen. Zo kan haar centrum beoordelen welke zorg iemand nodig heeft. Ook de partner wordt vaak bij het programma betrokken. Goossens weet dat door die betrokkenheid patiënten zich onder meer beter aan de leefstijladviezen gaan houden. En zoals Capri een gerichte benadering heeft voor obese hartpatiënten, heeft RRC een speciaal programma ontwikkeld voor mensen die zijn gereanimeerd. Goossens spreekt over het ZuPER-zorgpad, dat staat voor Zorgtraject Postanoxische Encephalopathie na Reanimatie. ‘Ongeveer driekwart van de reanimaties gebeurt bij mensen vanwege een hartprobleem. Een verpleegkundige van ons bezoekt dan de patiënt voor een screeningstest waarbij, samen met de partner, ook wordt gekeken naar cognitieve en emotionele stoornissen.’

Werkboek

Zijn bijvoorbeeld de geheugen- en aandachtsproblemen ernstig, dan krijgt de patiënt standaard een behandeling van het cognitieve revalidatieteam, dat bestaat uit onder andere een revalidatiearts, fysiotherapeuten, een ergotherapeut, een psycholoog en een maatschappelijk werker. Dit team verzorgt de hartrevalidatie in samenwerking met een cardioloog. RRC toonde onlangs wetenschappelijk aan dat deze categorie meestal ook de ernstigste hartklachten heeft. Goossens: ‘De andere patiënten krijgen eerst een hartrevalidatieprogramma en daarna, degenen die dat nodig hebben, cognitieve revalidatie op maat. Dankzij ons zorgpad komen patiënten altijd op de goede plek terecht. Om andere centra te helpen bij het vormgeven van dit traject, hebben we een werkboek geschreven. Gelukkig zien we dat de aandacht voor deze benadering toeneemt.’