Debat over stellingen met opleider Judith Vloothuis en aios Alyssa Toorop
In dit debat-artikel gaan opleider Judith Vloothuis en tweedejaars aios Alyssa Toorop met elkaar in gesprek over hun eerste ervaringen met het nieuwe Landelijk Opleidingsplan (LOP) ‘Samen Duurzaam in Beweging’, dat in de zomer van 2025 in werking trad. Met name de nieuwe eindtermen voor ‘professionele ontwikkeling’ zijn onderwerpen die aan bod komen.
Auteur
F. (FERRIE) HARBERTS
Revalidatiearts en opleider Basalt Revalidatie, Den Haag, lid Concilium VRA

Judith Vloothuis
Dr. J.D.M. (Judith) Vloothuis is revalidatiearts en opleider bij Reade, centrum voor revalidatie en reumatologie in Amsterdam. Sinds 2010 werkt ze bij Reade, gestart na het afronden van haar opleiding. In 2019 werd Judith benoemd tot plaatsvervangend opleider bij Reade en in 2024 werd ze opleider. Judith is binnen de VRA lid van het Concilium en voorzitter van de Scholingscommissie.

Alyssa Toorop
Dr. A.A. (Alyssa) Toorop is aios revalidatiegeneeskunde bij het Amsterdam UMC in Amsterdam. In juli 2024 is Alyssa gestart met haar opleiding tot revalidatiearts in OOR NoordWest Nederland (OOR NWN) en ze is nu halverwege haar tweede jaar.
Op 1 juli 2025 trad het nieuwe Landelijk Opleidingsplan (LOP) ‘Samen Duurzaam in Beweging’ in werking, waarmee ‘professionele ontwikkeling’ een formele plaats kreeg binnen de opleiding. Hieronder vallen bijvoorbeeld persoonlijke ontwikkeling, werk-privébalans en actuele maatschappelijke thema’s zoals vitaliteit, leefstijl en preventie en innovatie/technologie. We werken nu een klein jaar met dit nieuwe LOP; een goede aanleiding om een opleider en een aios te bevragen over de eerste ervaringen.
STELLING 1
De aios anno 2026 wordt goed voorbereid op een carrière als revalidatiearts
Alyssa: ‘Eens. Ik zit nu op de helft van het tweede jaar van de opleiding en ik zie dat er veel veranderingen in de opleiding zijn om te zorgen dat aiossen goed voorbereid worden op een toekomst als revalidatiearts. Onderdelen hiervan zijn bewustwording van kosten van de zorg en meer aandacht voor bedrijfsvoering van een revalidatiecentrum en ziekenhuis. Uiteindelijk weet je pas als jonge klare of deze voorbereiding voldoende is geweest, maar we hebben op dit vlak vertrouwen in de opleiding.’
Judith: ‘Ook eens. Aansluitend op Alyssa: het is juist met de nieuwe eindtermen voor professionele ontwikkeling mogelijk om breder aandacht te hebben voor zaken naast de directe medisch-inhoudelijke kennis, vaardigheden en communicatie. Dit gaat dan over onderwerpen als bedrijfsvoering, maar ook over regie pakken in je werk en in je opleiding. Ik wil nog wel noemen dat de aiossen die nu net klaar zijn op deze onderdelen, denk ik, nog niet een gedegen voorbereiding hebben gehad. De overgang van aios naar jonge klare is nog steeds heel groot, er komen opeens allemaal taken bij die nog niet in de opleiding zo naar voren kwamen. Met het nieuwe Landelijk Opleidingplan (LOP) hebben we daarom een hele mooie stap gemaakt om de opleiding zover te krijgen dat de aiossen ook op deze vlakken goed voorbereid worden. Ik ben dan ook benieuwd hoe over twee jaar de stap naar jonge klare voor jou zal zijn, Alyssa. Dit zouden we eigenlijk moeten gaan meten.’
Alyssa: ‘Je zult als revalidatiearts meer taken naast elkaar doen dan als aios. Een nieuwe taak is dat je ook supervisie gaat geven. Het leren geven van supervisie is op dit moment geen vast onderdeel van de opleiding. Het zou goed zijn om, ook als je geen verdiepingsstage doet waarbij supervisie leren geven aan bod komt, tijdens de opleiding al te leren hoe je dit doet.’
Judith: ‘Supervisie geven is nog geen eindterm in het onderdeel professionele ontwikkeling. We hopen wel dat we met de huidige opzet aiossen stimuleren vroegtijdig na te gaan denken over die overgang naar jong klare en tijdig het leerproces eventueel bij te sturen. Het leren geven van supervisie kan hier een onderdeel van zijn.’

STELLING 2
We zijn doorgeschoten in het aandacht hebben voor werk-privébalans: een hoge werkdruk hoort nu eenmaal bij het leven van een medisch specialist
Judith: ‘Oneens: Het is juist heel goed dat we meer aandacht hebben voor een gezonde werk-privébalans. Ook voor onze eigen vitaliteit als medisch specialist. Het moet over de balans blijven gaan, tijdens de opleiding en daarna als revalidatiearts.’
Alyssa: ‘Oneens. Dit onderwerp heeft veel onderdelen. Er komt uit onderzoek bijvoorbeeld naar voren dat een werkweek van vier dagen productiever maakt. Een belangrijk onderdeel van werkdruk is daarnaast autonomie. Er kan nog winst gemaakt worden met betrekking tot verwachtingen van fysiek aanwezig zijn en mogelijkheden benutten om waar dat kan vanuit huis te kunnen werken. Een hoge werkdruk hoort er wel bij, maar om een goede balans te vinden is het nodig hierover in gesprek te gaan.’
Judith: ‘Er zijn randvoorwaarden nodig om gedeeltelijk vanuit huis werken mogelijk te maken. Dit onderwerp speelt breder: een aios moet ook leren om het eigen werk in te delen. Soms werkt een volle poli met daarna een blok tijd om uit te werken, een ander kan beter werken met ‘admin-tijd’ tussendoor. Wat mij betreft dient de stageplek de individuele aios hierin te faciliteren, afhankelijk van wat het beste werkt voor de aios. Tegelijkertijd is er een spanningsveld om gezamenlijk uiteindelijk al het werk te doen, dat kan een reden zijn om toch fysiek aanwezig te zijn om bijvoorbeeld een noodsein te dragen. Professionele ontwikkeling gaat over al die aanvullende dingen die nodig zijn voor je werk: samenwerking, tijdmanagement, dat is voor alle artsen relevant. Hier hoort ook bij het gesprek aangaan over werktijden en het uitspreken van verwachtingen naar elkaar.’
Alyssa: ‘Mee eens. aiossen moeten hier regie in krijgen, anders leer je het ook niet.’
STELLING 3
Leren productie draaien is een belangrijk onderdeel van de opleiding voor de aios
Alyssa: ‘Oneens. Tijdens de opleiding, moet je alle kwaliteiten leren die je in staat zullen stellen om productie te draaien. Als een te vol rooster maakt dat de aios niet genoeg ruimte heeft om te verdiepen, wordt het leerrendement juist lager. Het helpt op dit vlak om de mogelijkheid te hebben langer stil te staan bij een patiënt. Je moet wel kijken naar de kwaliteiten die nodig zijn om bijvoorbeeld een volle poli te hebben: prioriteren, tijdmanagement in de spreekkamer, dagindeling.’
Judith: ‘Eens. Ik bekijk dit met nuance van de andere kant. Het leren productie draaien is een onderdeel van de opleiding. Dit onderwerp gaat over vlieguren maken, veel doen en zien. Productie draaien is wellicht een verkeerde term hier. Een aios hoeft geen geld op te leveren voor de organisatie, maar wel veel exposure krijgen. Als opleider en supervisor moet je kunnen beoordelen of de aios een vol spreekuur zou kunnen draaien. Dat is uiteindelijk wel wat de revalidatiearts gaat doen.’
Alyssa: ‘Het zou goed zijn als de aios worden meegenomen in verwachtingen die gelden voor revalidatieartsen zoals normen rondom patiëntcontact.’
‘Het zou goed zijn als de aiossen worden meegenomen
in verwachtingen die gelden voor revalidatieartsen,
zoals normen rondom patiëntcontact’
STELLING 4
De aios zou meer moeten leren over nieuwe technische ontwikkelingen zoals AI, om bij te blijven
Alyssa: ‘Eens. De zorg loopt in het algemeen achter met technische ontwikkelingen en daar kunnen we veel meer gebruik van maken. Voorbeelden zijn inzet van software om brieven te maken en spraakherkenning voor het maken van notulen en samenvattingen tijdens een consult. Dit zou geïntegreerd kunnen worden in ons dagelijks werk. Het is belangrijk dat de toepassing van dergelijke technologie mogelijk is op de werkplek, dat ontbreekt nu nog vaak.’
Judith: ‘Oneens: Dit geldt wel voor de aiossen maar gaat veel breder, dit is relevant voor ons allemaal. Aiossen lopen nu vaak voor op technische ontwikkelingen. Op veel plekken is er een overdaad beschikbaar aan informatie zoals op congressen.’
STELLING 5
De aios zou er baat bij hebben minimaal één neventaak te hebben, zodat hij/zij aan deze verantwoordelijkheden gewend raakt
Judith: ‘Eens. De revalidatiearts heeft in het algemeen veel neventaken. Dit onderdeel zit in het LOP verwerkt in de nieuwe eindtermen van professionele ontwikkeling. Het is belangrijk om te leren dat er veel meer relevant is voor het werk.’
Alyssa: ‘Eens. Neventaken kunnen zijn het voorzitten van opleidingsvergaderingen, deelname aan de junior VRA, of taken oppakken binnen de instelling of aios-groep. Je kan er niet aan ontkomen, en dat is ook goed. Een tip zou zijn om iets op te pakken dat je affiniteit heeft qua onderwerp en setting, zoals bijvoorbeeld werkprocessen op de kliniek of een verbeterproject op een medisch onderwerp dat je leuk vindt.’
Judith: ‘Ik zie dit als een taak voor opleiders: faciliteren om de aios te helpen iets te vinden wat bij hem of haar past.’
STELLING 6
De aios krijgt vanuit de opleiding voldoende inzicht in financiële structuren van de zorg
Alyssa: ‘Oneens. Het komt op de werkplek wel wisselend aan bod, maar er is geen structureel onderwijs over financiële zaken. Als het je interesse niet heeft, komt er weinig aan bod tijdens opleiding.’
Judith: ‘Oneens. De huidige aiossen en jonge klaren krijgen hier nog onvoldoende van mee. Het hangt af van wat je toevallig op de werkplek meekrijgt op het vlak van kosten van zorg en DBC-financiering. De verwachting is dat met de nieuwe eindtermen binnen professionele ontwikkeling van het LOP, met het onderdeel Bedrijfsvoering, aiossen beter voorbereid zijn. We zijn ook blij met het Factsheet van de junior VRA over financiering in revalidatiezorg (Download deze op revalidatie.nl/commissies/junior-vra/, red.). Die geeft al meer inzicht en heeft een link met de eerstejaars en vierdejaars cursus Communicatie.’