Interview met Vincent de Groot, revalidatiearts en afdelingshoofd Amsterdam UMC, voorheen voorzitter Concilium VRA
In het nieuwe Landelijk Opleidingsplan (LOP) ‘Samen Duurzaam in Beweging’ is meer ruimte gemaakt voor de professionele ontwikkeling van de aiossen. Janne Bolt, aios revalidatiegeneeskunde in het Amsterdam UMC en NTR-redactielid, gaat in gesprek met Vincent de Groot, revalidatiearts & afdelingshoofd van het Amsterdam UMC en voormalig voorzitter van het Concilium, over wat dit betekent voor de aiossen anno 2026.
Auteur
DR. J.W. ( JANNE) BOLT
Aios revalidatiegeneeskunde Amsterdam UMC (OOR NoordWest Nederland)
Fotograaf
PETER VALCKX
Vincents ervaringen geven meer inzicht in wat professionele ontwikkeling de revalidatiearts in spe kan brengen. Daarnaast spreekt Vincent over zijn eigen professionele ontwikkeling en wat dit hem heeft gebracht gedurende zijn loopbaan. Dat brengt een prikkelend perspectief op het thema professionele ontwikkeling.

Wat leuk dat je samen met mij wil terugblikken op onze, maar ook je eigen professionele ontwikkeling! Als aios ben ik benieuwd welke persoonlijke eigenschappen het begin van je carrière hebben gevormd, en of daar nog iets van te leren is, kun je daar wat over vertellen?
‘Sport en bewegen hadden altijd al mijn interesse. Na een aantal daarop gerichte keuzeonderdelen tijdens mijn studie wist ik zeker dat ik revalidatiearts wilde worden. Tijdens het keuzecoschap revalidatiegeneeskunde werd ik door de revalidatiearts die ook mijn wetenschappelijke stage begeleidde (Jules Becher), gewezen op een opleidingsplek in combinatie met een promotietraject. Eerlijk gezegd had ik er niet eerder over nagedacht om te gaan promoveren. Toch besloot ik snel te solliciteren. In eerste instantie zag ik het vooral als een kans om een opleidingsplek te verkrijgen. Het wetenschappelijk onderzoek zag ik als een inhoudelijke verdieping en een mogelijkheid om aanvullende kennis en vaardigheden te ontwikkelen. Voor mij bleek dat een schot in de roos, want ik was echt op mijn plek in de wetenschap.
‘Professionele ontwikkeling
vraagt soms om de bereidheid
mogelijkheden te benutten die
geen volledige zekerheid geven’
Terugkijkend op het succes van deze keuze was vooral mijn open houding doorslaggevend. Ik stond ervoor open om een kans te benutten die niet volledig in mijn oorspronkelijke plan paste. Dat besluit heeft mijn loopbaan in belangrijke mate gevormd. Het leerde mij dat professionele ontwikkeling niet altijd gebaat is bij het volgen van een vooraf uitgestippeld pad, maar dat juist het benutten van mogelijkheden die zich aandienen kansen voor ontwikkeling biedt. Soms vraagt dat om pragmatisme en de bereidheid om een stap te zetten zonder volledige zekerheid.’
Het starten en afronden van projecten is inderdaad soms best spannend als aios, vooral ook wanneer je als aios probeert een gezonde werk-privébalans te houden. Is het dan niet belangrijk op voorhand goed af te wegen wat je gaat doen, zodat je niet naderhand alsnog moet stoppen?
‘Tot een paar jaar geleden sloot ik mij aan bij de nadruk op een strikte en goede werk-privébalans, ook voor onze aiossen. Die aandacht was begrijpelijk en in veel opzichten ook nodig. In gesprekken met aiossen realiseerde ik me echter dat werk-privébalans in de praktijk vaak vooral wordt vertaald in het bewaken van uren. Dat is begrijpelijk, maar wanneer de balans primair in uren wordt gemeten, kan dat onbedoeld ontwikkelmogelijkheden beperken. Een strak en goed afgebakend pad biedt duidelijkheid en houvast, maar het risico is dat je professioneel vooral in één richting groeit, als een boom die weinig zijtakken ontwikkelt. Het duurde even voordat ik besefte dat er naast het balans-narratief ook een ontwikkelingsnarratief nodig is. Professionele groei vraagt soms om het aangaan van iets dat nog niet volledig voorspelbaar is. Juist daar kunnen nieuwe inzichten, energie en richting ontstaan. Hiermee geef je je carrière vorm vanuit een strategie gericht op groei en ontwikkeling, en dat geeft meer werkplezier dan een strategie die gericht is op het behouden van een werk-privébalans. Uiteindelijk levert dat een mooie brede boom op. Concreet betekent dit niet te snel ‘nee’ zeggen en de uitdaging aangaan, en de vaardigheid ontwikkelen om op gepaste wijze te stoppen met aangegane uitdagingen als ze je toch niet brengen wat je gehoopt had. Dat betekent niet dat je eindeloos uren moet maken of structureel over je grenzen heen moet gaan. Ik heb zelf ervaren dat het met deze strategie mogelijk is een goede werk-privébalans te houden, waarbij ik ruimte had om vier dagen te werken toen mijn kinderen nog jong waren. Gelukkig biedt ons specialisme goede mogelijkheden voor parttime werken. Een andere vaardigheid die bijdraagt aan het vergroten van autonomie is het doelgericht omgaan met taken en prioriteiten. Wat mij helpt om het werk behapbaar te houden, is efficiënt omgaan met werkzaamheden die ik minder leuk en interessant vind, zodat er ruimte blijft voor werkzaamheden die inhoudelijk uitdagen en voldoening geven. Die manier van werken, waar ik mezelf echt in heb moeten trainen, heeft mijn gevoel van autonomie sterk verbeterd. Centrale vragen hierbij zijn: moet dit gedaan worden, moet ik dat doen, en hoe doe ik het zo efficiënt mogelijk. Ik heb ervaren dat daar verrassend veel mee te winnen valt. Juist als aios heb je een frisse blik waarmee je deze vragen kunt beantwoorden, maak daar gebruik van.’

Hoe heb jij in jouw opleidingstijd de ondersteuning van je supervisoren en opleiders ervaren bij je eigen professionele ontwikkeling? En heb je bepaalde ondersteuning gemist die je aiossen wel gunt?
‘In mijn eigen opleidingstijd vond ik het vooral waardevol dat er veel gelegenheid was om te sparren met mijn supervisoren. Daardoor leerde ik niet alleen de basiskennis uit de cursussen toe te passen, maar vooral om te gaan met complexe en uitzonderlijke casuïstiek die zich niet één-op-één laat vangen in richtlijnen of leerboeken. Juist in die gesprekken leer je klinisch oordelen en ontwikkel je professionele zelfstandigheid. Dat heeft sterk bijgedragen aan het gevoel dat ik mijn vak echt begon te beheersen.
Wat in de huidige opleiding beter is vastgelegd dan in mijn tijd, is het niveau van zelfstandigheid van een aios. Mijn eigen ervaring was dat ik geleidelijk meer verantwoordelijkheden kreeg en steeds zelfstandiger ging werken, maar dat gebeurde impliciet. Met het huidige EPA-systeem is explicieter benoemd welke verantwoordelijkheden bij welk niveau horen. Dat maakt groei in zelfstandigheid inzichtelijker en beter bespreekbaar. Autonomie wordt daarmee niet alleen ervaren, maar ook concreet gemaakt en gefaciliteerd. Het vraagt wel dat je als aios actief gebruik maakt van je supervisor om die zelfstandigheid bewust verder uit te bouwen, en dat je supervisor daar ook bewust ruimte voor creëert.
Tegelijkertijd merkte ik tijdens mijn opleiding dat ik soms meer ondersteuning had kunnen gebruiken bij het positioneren van mezelf binnen de organisaties. In het begin vond ik het bijvoorbeeld lastig om kritische vragen te stellen over therapieën waar ik twijfels bij had, zeker wanneer die werden voorgesteld door meer ervaren collega’s. Het ontwikkelen van professionele assertiviteit, het leren verwoorden van twijfel en het aangaan van het gesprek, is een essentieel onderdeel van autonomie. Het gaat er niet alleen om wàt je weet, maar ook om hoe je die kennis inbrengt.
In de loop van de jaren heb ik die vaardigheden verder ontwikkeld, mede door ervaring en reflectie. Deze ontwikkeling is in de huidige opleiding beter geborgd. Ik heb het idee dat aiossen die skills steeds meer hebben. Het kan helpen om gericht te sparren met een mentor of coach over hoe je je binnen een organisatie beweegt en hoe je invloed uitoefent zonder de samenwerking te schaden. Tegelijkertijd is het ontwikkelen van deze vaardigheden nooit ‘af’ aan het einde van de opleiding. Professionele autonomie is geen eindpunt, maar een proces dat je je hele loopbaan moet onderhouden.’

Heb je zelf naast de ondersteuning van je supervisors of collega’s met een coach of mentor gesproken?
‘Toen ik op onze afdeling leiding moest geven aan vier hoogleraren die mij hadden opgeleid, vond ik dat een uitdagende verandering van rol in de organisatie. In die periode heb ik met een coach gesproken. Al snel werd duidelijk dat bepaalde persoonlijke overtuigingen mij belemmerden. Vanuit mijn opvoeding had ik sterk meegekregen dat prestaties gepaard moeten gaan met bescheidenheid. Die houding had mij ver gebracht, maar maakte het lastiger om een formele leidinggevende positie vanzelfsprekend in te nemen
De coach hielp mij om die terughoudendheid in perspectief te plaatsen. Een dergelijke positie krijg je niet zonder inhoudelijke en professionele onderbouwing. Dat besef gaf mij meer stevigheid in mijn rol. Professionele autonomie vraagt soms ook dat je accepteert dat je verantwoordelijkheid mag dragen en dat anderen vertrouwen in je hebben.’
In het nieuwe Landelijk Opleidingsplan (LOP) wordt meer aandacht gegeven aan maatschappelijke thema’s zoals vitaliteit, leefstijl en preventie. Dit zijn thema’s die bij de start van jouw carrière waarschijnlijk nog niet zo actueel waren. En hoe zie je de ontwikkeling van deze thema’s over de komende jaren?
‘Deze thema’s waren altijd al aanwezig, maar zijn momenteel veel actueler dan in de tijd dat ik mijn opleiding deed. Dat heeft deels te maken met een bredere maatschappelijke ontwikkeling waarin preventie en leefstijl steeds meer worden gezien als essentieel voor duurzame gezondheid. Voor ons vak is dat een logische ontwikkeling, omdat revalidatie bij uitstek raakt aan functioneren, belastbaarheid en participatie.

Daarnaast sluiten deze thema’s aan bij wat veel huidige aiossen en coassistenten belangrijk vinden: aandacht voor vitaliteit, zowel bij patiënten als in het eigen professionele leven. Tegelijkertijd vraagt de zorg van de toekomst om flexibiliteit van professionals. Complexe zorg, multidisciplinaire samenwerking en veranderende patiëntbehoeften laten zich niet altijd vangen in strak begrensde werktijden.
In de praktijk wordt werk-privébalans nog vaak primair gemeten in uren. Dat is begrijpelijk, maar onvoldoende. Vitaliteit gaat niet alleen over het bewaken van grenzen, maar ook over inhoudelijke betrokkenheid, professionele energie en het vermogen verantwoordelijkheid te dragen in een complexe omgeving.
‘Vitaliteit gaat ook over inhoudelijke
betrokkenheid, professionele
energie en het vermogen
verantwoordelijkheid te dragen
in een complexe omgeving’
Ik verwacht dat deze thema’s de komende jaren verder geïntegreerd worden in ons vak en minder als afzonderlijke accenten worden gezien. Het evenwicht is wat mij betreft bereikt wanneer je als revalidatiearts op een duurzame manier kunt functioneren, met ruimte voor flexibiliteit waar dat nodig is, en tegelijkertijd voldoening ervaart in zowel je werk als je privéleven.’
Welke tip zou je aiossen geven om het maximale rendement te halen uit hun opleiding en zich zoveel mogelijk professioneel te ontwikkelen?
‘Het LOP biedt aiossen ruimte om zich breed te ontwikkelen, onder andere via generieke activiteiten en verdiepingsstages. De opleiding is duidelijk gestructureerd rondom EPA’s. Dat geeft helderheid, maar professionele ontwikkeling gaat veel verder dan wat je formeel kunt toetsen of vastleggen. Beperk je daarom niet tot het behalen van EPA’s, maar leer juist in de dagelijkse praktijk en omarm de dynamiek die daarbij hoort, zoals onverwachte wendingen, een spreekuur dat uitloopt, een consult dat anders verloopt dan gepland, een spanningsveld binnen het team. Juist in die situaties ontwikkel je klinisch oordelen, flexibiliteit en professionele zelfstandigheid.
Daarom is de hoeveelheid werkplekleren expliciet verankerd in het LOP. Die ruimte is niet vanzelfsprekend, maar het resultaat van bewuste keuzes in de inrichting van de opleiding. Juist in de praktijk ontwikkel je je het meest, vooral als je bereid bent van die momenten te leren. Uiteindelijk vraagt een professionele uitoefening van het vak niet alleen om kennis en structuur, maar om professionals die inhoudelijke diepgang combineren met flexibiliteit en eigenaarschap, en die werk-privébalans niet uitsluitend afmeten aan uren, maar aan de mate waarin zij hun vak duurzaam, met energie en overtuiging kunnen uitoefenen.’
Gerelateerde artikelen NTR
Het nieuwe Landelijk Opleidingsplan: meer centrale positie voor professionele ontwikkeling
Professionele ontwikkeling in het nieuwe Landelijk Opleidingsplan: van calimero tot kansrijke kerncompetentie
Professionele ontwikkeling over de grens: de European Robotic Rehabilitation School in Rome
Prikkelend perspectief op professionele ontwikkeling
Gerelateerde artikelen Revalidatie Magazine
Leren werken en onderzoeken op een plek dankzij het LINT
Meekijken door de ‘blog-bril’ van revalidatiearts Erwin Baars: ‘Laten we stilstaan bij de beleving van een patiënt’
‘Ik voelde me meer en meer collega’