Column ‘In Perspectief’

Auteur
EM. PROF. DR. J.H. (HANS) ARENDZEN

In den beginne was er niets…, althans niets voor de opleiding van nieuwe revalidatieartsen.
Het specialisme revalidatiegeneeskunde heeft, na oprichting van de vereniging in 1955, onmiskenbaar geworsteld met haar identiteit, erkenning bij aanverwante specialismen en vooral het vormgeven aan de opleiding. De eerste opleidingsplaatsen waren in revalidatiecentra, meestal buiten het zicht van de medische studenten in de academische ziekenhuizen. De eerste lectoren in de revalidatie aan de VU, het AZGroningen, de Erasmus Universiteit en in Leiden moesten de bekendheid van het vak en de opleiding een extra impuls geven. De opleiding bestond meestal uit twee jaar stage in een revalidatie-instituut, een jaar interne of reumatologie en een jaar naar keuze in de neurologie of orthopedie, onder verantwoordelijkheid van deze specialismen. In de jaren zeventig is veel gediscussieerd en geschreven over de opleidingseisen en pas in 1977 werden de voorstellen door de Specialisten Registratie Commissie (tegenwoordig RGS) geaccepteerd.

De opleiding bleek verre van uniform en de aiossen vonden het aangeboden onderwijs ongestructureerd en ondermaats. Het zijn de arts-assistenten geweest die aan het einde van de jaren zeventig hebben aangedrongen op meer formele en gestructureerde scholing. (Bron: W.K.N. van de Meij, ‘Een specialisme in beweging’, 2005).

Start basiscursus

De academische ziekenhuizen in Rotterdam, Groningen en Leiden hebben de handschoen opgepakt en begonnen met de opzet van een ‘basiscursus’, vaak over onderwerpen waarmee de opleider de meeste affiniteit had. Rotterdam bood de ‘methode van revalidatie’, die de aios meenam in het ordenen van de diagnostische en therapeutische mogelijkheden en de samenwerking binnen een revalidatieteam. In Leiden werd de orthesiologie en prothesiologie van de bovenste extremiteiten onderwezen en Groningen zoomde in op de amputatie en prothesiologie van de onderste extremiteiten.

Leerzaam experiment

Onder de bezielende leiding van prof. Wim Eisma en wijlen drs. Willem van der Tempel werden wij, assistenten in opleiding, betrokken bij een experiment waarin telkens de vraag werd gesteld: beschikt de revalidatiearts over specifieke kennis die andere specialismen (traumatologen, vaatchirurgen of orthopeden) kunnen ondersteunen? Kennis was vooral gebaseerd op persoonlijke ervaring. In het cursusboek werden optimale vorm, lengte, littekens aan de amputatiestomp gedetailleerd in beeld gebracht en voor het eerst maakten wij bewegende beelden van het lopen met een prothese, ook in slow motion. Samen met instrumentmakers van OIM werd de afstelling van een prothese gemanipuleerd, waarna het gangbeeld werd gefilmd. De antwoorden van vooraf gegeven quizvragen konden zo worden toegelicht.
Absoluut de meest leerzame ervaring tijdens mijn opleiding!

Boodschap

Zorg dat je actief betrokken wordt bij het onderwijs aan je collega’s, want dan leer jij het meest

Rubriek ‘In Perspectief’

In deze rubriek worden senior-revalidatieartsen door oud-hoofdredacteur Ben Drentje uitgenodigd om een column te schrijven voor NTR. Hierin zetten zij onderwerpen vanuit een historische achtergrond in een actuele context. Deze keer een bijdrage van prof. dr. Hans Arendzen