De revalidatiebehandeling

Iedere revalidatiebehandeling kent drie fases: assessment, de behandeling zelf en de monitoring/controle.
 

Assessment

Tijdens de assessmentfase wil het behandelteam zo goed mogelijk inzicht krijgen in uw problemen en mogelijkheden. De verschillende therapeuten van het team overleggen met u en stellen een behandelplan op.

Hoe uw revalidatiebehandeling eruitziet, is afhankelijk van uw specifieke situatie. Het behandelteam gaat met u na wat uw behoeften en mogelijkheden zijn. Welke beperkingen komt u tegen in het dagelijks leven, welke problemen leveren die voor u op en hoe kunnen die problemen worden opgelost? De uitkomsten hiervan komen samen in het behandelplan.  Omdat het de bedoeling is dat u weer zo zelfstandig mogelijk kunt deelnemen aan de maatschappij, is er veel aandacht voor onderwerpen als bewegen en mobiel zijn, uw verzorging, huishouden en woonsituatie, communicatie en over werk en vrije tijd. In het behandelplan staat ook, hoe u samen met de therapeuten aan deze doelen gaat werken: welke therapieën u gaat volgen, hoe vaak en gedurende welke periode. Het team bespreekt de behandeldoelen regelmatig met u en stelt ze zo nodig bij.    


De behandeling

Uw behandeling bestaat uit verschillende, op elkaar afgestemde therapieën. Dit kunnen zowel individuele als groepstherapieën zijn. Hoe lang de behandeling duurt, hangt af van uw specifieke situatie.
Het behandelteam komt regelmatig bijeen om de voortgang te bespreken. Wanneer het nodig is, stellen zij in overleg met u het behandelplan bij.  


Monitoring/controle

Aan het eind van uw behandeling bereidt u zich samen met de behandelaars voor op de volgende periode. Als u een tijd in het revalidatiecentrum hebt doorgebracht, bereidt u zich voor op uw terugkeer naar huis. De therapieën worden afgebouwd. In deze fase van uw behandeling nemen de behandelaars de mogelijkheden met u door. Zij helpen u om geschikte oplossingen te vinden. Het kan zijn dat u hulpmiddelen nodig heeft, of aanpassingen in uw woon- of werksituatie. Misschien kunt u extra hulp van wijk- of gezinszorg gebruiken, of is er een therapeut buiten het revalidatiecentrum die de behandeling voortzet.
Na de afronding volgt vrijwel altijd een controle- of evaluatiegesprek met de revalidatiearts.