Afscheidsinterview Sanne Heintzbergen
Tien jaar geleden kwam Sanne Heintzbergen binnen bij Revalidatie Nederland. Haar ambitie: met data de revalidatiezorg verbeteren. Inmiddels staat er een landelijke kwaliteitsregistratie voor uitkomstgegevens in de Medisch Specialistische Revalidatiezorg en leren instellingen steeds vaker van elkaars resultaten. Maar dat ging niet zonder slag of stoot, vertelt Sanne als we met haar terugblikken op de afgelopen jaren: ‘Ik zág mensen soms denken: waar heeft zij het over.’
Als beleidsmedewerker bij Revalidatie Nederland was een van haar eerste projecten het opzetten van een landelijke databank voor uitkomstmetingen in de Medisch Specialistische Revalidatie (MSR). Dat project groeide uit tot Stichting Revalidatie Impact, waarvan Sanne de afgelopen zes jaar directeur was. De stichting verzamelt en analyseert uitkomst- en behandelgegevens uit de revalidatiezorg. Door resultaten met elkaar te vergelijken, kunnen instellingen van elkaar leren en de zorg verder verbeteren.
Het project draaide niet alleen om data en techniek,
maar vooral ook om samenwerking.
Praten, en nog eens praten
Voor de landelijke aanpak moesten allereerst sectorbreed afspraken worden gemaakt, blikt Sanne terug. ‘Over wat we gingen meten, hoe gegevens uit verschillende systemen verzameld konden worden en hoe we uitkomsten eerlijk konden vergelijken.’ Het project draaide niet alleen om data en techniek, maar vooral ook om samenwerking. ‘Juist dat sprak mij vanaf het begin al aan. Ik werkte veel samen met andere mensen uit het veld die zich ook bezighielden met data en kwaliteit van zorg.’
Terwijl ze met een kleine betrokken groep professionals bouwde aan een kwaliteitsregistratie, bleek het creëren van draagvlak in de hele sector een uitdaging. ‘Mensen zagen het nut er niet altijd van in. Waarom zou je meten? Wat kunnen we nu echt met die gegevens?’ Daarom heeft Sanne veel, heel veel moeten praten over de kracht van data, behandeluitkomsten en eerlijke vergelijkingen. ‘Gelukkig doe ik dat graag,’ vertelt ze met een lach. ‘Ik vind het leuk om uit te leggen wat we doen en waarom het zo belangrijk is.’
Gedragen door de sector
In de eerste jaren stond Sanne regelmatig voor halfgevulde zaaltjes. Of – nog erger, vindt Sanne – voor Team-sessies met tientallen deelnemers op mute. ‘Ik zág mensen soms denken: waar heeft zij het over en waarom besteden wij onze tijd hieraan?’ Toch zette ze door. Langzaam maar zeker gingen steeds meer mensen de meerwaarde van uitkomstgegevens inzien. Daarbij was betrouwbaarheid een belangrijke factor, legt Sanne uit. ‘In het begin was er best wat wantrouwen over de cijfers. Door klein te beginnen en consequent goed gevalideerde informatie te leveren, groeide het vertrouwen in de registraties.’
Sanne Heintzbergen

Ook ontstond een groeiende groep artsen, behandelaren, bestuurders en kwaliteitsadviseurs die zelf de waarde van uitkomstmetingen ging uitdragen. ‘Ik weet nog goed het moment dat ik zelf in een zaal zat en een arts op het podium hoorde praten over het belang van meten. Vanaf dat moment werd het steeds minder “mijn verhaal” en veel meer het verhaal van de sector zelf.’
Een eigen plek
Wat begon als een gezamenlijk project van Revalidatie Nederland en de VRA om uitkomstmetingen landelijk op de kaart te zetten, groeide uit tot een structurele voorziening voor de sector. ‘We kwamen in een nieuwe fase terecht; we waren geen tijdelijk project meer. Er ontstond een behoefte aan een onafhankelijke organisatie die de registraties duurzaam door kon ontwikkelen’, vertelt Sanne. Dat leidde tot de oprichting van Stichting Revalidatie Impact, waarin Revalidatie Nederland, de VRA en de Patiëntenfederatie gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen. Sanne werd de directeur.
Hoe we leren van data
Waar de eerste jaren vooral in het teken stonden van opbouwen, registreren en valideren, ontstaat nu steeds meer ruimte om de gegevens daadwerkelijk te gebruiken waarvoor ze bedoeld zijn, vertelt Sanne: ‘Van elkaar leren.’ Maar wat betekent dat in de praktijk?
Ze noemt de spiegelgesprekken die de stichting organiseert als voorbeeld. Daarbij vergelijken instellingen hun gegevens en gaan ze met elkaar in gesprek over verschillen. Tijdens een spiegelgesprek over revalidatie bij klinische CVA bleek bijvoorbeeld dat er grote verschillen waren in de duur van klinische opnames. Een van de instellingen werkte met duidelijke ontslagcriteria, waardoor patiënten sneller naar huis konden zodra zij bepaalde doelen hadden bereikt. Andere instellingen namen die werkwijze vervolgens over.
Een ander voorbeeld komt uit de kinderrevalidatie. Op basis van COPM-uitkomsten, een meetinstrument waarvan Revalidatie Impact de gegevens verzamelt, analyseert en terugkoppelt, bleek één instelling opvallend succesvol in het betrekken van ouders bij uitkomstmetingen. ‘De succesfactor bleek te zitten in de manier waarop zij met ouders communiceerden.’ Ook die aanpak werd gedeeld met andere instellingen.
‘Het zijn eerste stappen met mooie, concrete resultaten, maar dit is pas het begin’, zegt Sanne. ‘We zitten nu op het punt dat we steeds meer de vruchten kunnen plukken van al die inspanningen en nog meer van elkaar kunnen gaan leren.’
Het begon met een kleine groep professionals en groeide uit tot een breed gedragen initiatief.
Hoogtepunten
Gevraagd naar hoogtepunten, noemt Sanne allereerst de opname van zowel Revalidatie Impact Scores als het Nederlands CP-register (de kwaliteitsregistratie voor kinderen met cerebrale parese werd anderhalf jaar geleden ondergebracht bij Stichting Revalidatie Impact) in het Register voor Kwaliteitsregistraties van het Zorginstituut Nederland. ‘Een intensief traject van ruim twee jaar, waarbij we door flink wat hoepels zijn gesprongen. Maar het was het waard, want met deze registraties hebben we nu een juridische basis voor het verwerken van gegevens, verplichte deelname voor iedereen die de zorg levert én recht op structurele financiering.’
Ook hoog op het lijstje staan het eerste dashboard (‘Nu konden we voor het eerst echt laten zien waarvoor we al die data verzamelden’) en de spiegelgesprekken (‘Dat zijn de momenten waarop data gaat leven in de praktijk’).
Misschien nog wel het meest trots is Sanne op de verandering die zij in de sector zag ontstaan. ‘Het begon met een kleine groep professionals en groeide uit tot een breed gedragen initiatief. De sector omarmt steeds meer het belang van uitkomst en behandelgegevens. Dat maakt mij ontzettend trots.’
‘Durf meer met data’
Nu de basis van Revalidatie Impact stevig staat, voelt het voor haar als een logisch moment om het stokje over te dragen. Haar taken als beleidsmedewerker voor Revalidatie Nederland worden intern belegd en een nieuwe directeur voor Stichting Revalidatie Impact is inmiddels geworven.
Ze kijkt met een warm en trots gevoel terug op haar tijd bij Revalidatie Nederland en Revalidatie Impact. ‘Het is een fijne sector om voor te werken. Ik heb me altijd ontzettend gewaardeerd gevoeld, binnen het team en in de samenwerking met alle stakeholders.’
Heeft ze tot slot nog een boodschap voor de revalidatiesector? Ja, die heeft Sanne: ‘Durf meer met data. Want alleen als je weet wat je doet, kun je écht van elkaar leren en de zorg verder verbeteren.’
Auteur
Evelyn Fransen
Gerelateerde artikelen Revalidatie Magazine
‘Als je de zorg écht wilt verbeteren, moet je eerst weten wat je doet’
Betere kwaliteit van leven na revalidatie dankzij revalidatie impact scores
‘Met behulp van het Revalidatieregister kunnen we onze zorg écht verbeteren’
Gerelateerde artikelen Nederlands Tijdschrift voor Revalidatiegeneeskunde
PRIKBORD: Professionele ontwikkeling
De nieuwe Kwaliteitsvisitatie, van vinken naar vonken!