12 februari 2026

Samenvatting richtlijn

Aangezien de laatste multidisciplinaire richtlijn Hartrevalidatie uit 2011 stamde was het tijd voor herziening. Gestart in corona-tijd (2020) en afgerond met een aantal live vergaderingen (2024) hebben we een mooi, uitgebreid stuk geleverd. Het blijkt dat hartrevalidatie binnen en buiten de medisch-specialistische revalidatie (MRS) regionaal verschilt. We mogen er trots op zijn dat er door de revalidatiegeneeskunde onder andere het ICF-model en cognitieve screening zijn toegevoegd. Onze toegevoegde waarde maakt de zorg voor deze patiënten duidelijk en toegankelijk.

Auteur
D.A.A.J.H. (DAFRANN) FONTEIJN

Revalidatiearts Reade

De richtlijn Hartrevalidatie richt zich op wat volgens de huidige maatstaven de beste hartrevalidatiezorg voor patiënten is. In de richtlijn komen de onderstaande onderwerpen en aanbevelingen aan de orde.

Voor wie?

Welke groepen patiënten (diagnosegroepen) komen in aanmerking voor (onderdelen van) hartrevalidatie?

Verwijs patiënten met de volgende absolute indicaties altijd voor hartrevalidatie:

Overweeg verwijzing naar hartrevalidatie voor patiënten met relatieve indicaties indien hartrevalidatie het beloop van de aandoening positief kan beïnvloeden,

Complexe medisch specialistische multidisciplinaire hartrevalidatie

Hoofdbehandelaarschap

Wanneer er sprake is van complexe hartrevalidatie (groep 3) dan is het advies om dit onder de verantwoordelijkheid van de revalidatiearts uit te voeren na verwijzing van een cardioloog. Hartrevalidatie voor groepen 1 en 2 worden onder verantwoordelijkheid van de cardioloog uitgevoerd waarbij, indien nodig, nauwe samenwerking met de revalidatiearts wordt gezocht. De richtlijnwerkgroep adviseert sterk om de samenwerking tussen cardioloog en revalidatiearts te intensiveren. Dit kan bijvoorbeeld door consultfunctie van de cardioloog bij een MSR-traject en een consultfunctie van de revalidatiearts bij een cardiaal complexe revalidatie
Bij status na reanimatie adviseren wij cognitieve screening (middels gevalideerde tool, zoals de Montreal Cognitive Assessment, MoCA), waarbij verwijzing naar complexe hartrevalidatie overwogen kan worden bij cognitieve problemen.

Fysiek

Fysieke capaciteit

Gebruik een vragenlijst indien de patiënt een inspanningstest niet kan verrichten.
Start de revalidatie met een inspanningstest met ECG-registratie en ademgasanalyse (cardiopulmonary exercise test, CPET) onder supervisie van een cardioloog, sportarts of inspanningsfysioloog.

Fysieke activiteit 

Met behulp van vragenlijsten of een acceleratometer kan de fysieke activiteit in kaart worden gebracht zoals de International Physical Activity Questionnaire (IPAQ) en de Short Questionnaire to ASsess Health-enhancing physical activity (SQUASH).

Psychosociaal

Screening psychische doelen
Contra indicaties bij psychisch functioneren

Overweeg een alternatief traject voor de reguliere hartrevalidatie bij patiënten met:

Psychische doelen

Sociale doelen

Screening sociale doelen

Dit kan in diverse vormen:

Sociale steun-interventies leiden tot reductie van angstsymptomen, hogere kwaliteit van leven, meer zelfvertrouwen en ervaren controle in het omgaan met de hartziekte, tevredenheid met de zorg bij zowel partner als patiënt en therapietrouw van de patiënt.

Lotgenotencontacten en ervaringsdeskundige interventies hebben een positief effect op therapietrouw, vertrouwen, mate waarin invloed op de ziekte wordt ervaren, ervaren sociale steun en betere organisatie van zelfzorg.

Werkhervatting

Geef interventies voor werkhervatting op maat (afgestemd op de belastbaarheid van de patiënt) op het goede moment aan werkende patiënten met hartproblemen op basis van het stappenplan voor werkhervatting. (NVAB-richtlijn Ischemische Hartziekten).

Bij werkhervatting van patiënten na reanimatie dient rekening gehouden te worden met eventuele cognitieve klachten. Indien nodig dient een revalidatieprogramma gericht op cognitieve problemen ingezet te worden.

Diversiteit

Sluit niemand bij voorbaat uit voor hartrevalidatie als er geen absolute contra-indicatie is.

Breng barrières in kaart die patiënten ervan weerhouden deel te nemen aan hartrevalidatie. Neem deze barrières zo veel mogelijk weg door programma’s op maat aan te bieden. Denk hierbij aan het inzetten van telerevalidatie en individuele begeleiding.

Besteed extra aandacht aan patiëntengroepen die bekend staan om geen deelname of vroegtijdige uitval, zoals ouderen, vrouwen en patiënten met een lage sociaal-economische positie (SEP).

Telerevalidatie

Fit module

Bespreek de keuze voor een regulier of een op afstand begeleid beweegprogramma met de patiënt. De voorkeur, belastbaarheid en woonsituatie van de patiënt dient hierin als belangrijke afweging meegenomen te worden. Maak eveneens een inschatting of de patiënt voldoende gemotiveerd is voor één van beide opties.

Bied het op afstand begeleide beweegprogramma niet aan voor patiënten met residuale myocardiale ischemie en/of potentieel levensbedreigende hartritmestoornissen (met name ventriculair) bij matig tot hoge intensieve belasting (absolute intensiteit: MET-waarde 3-6). Er is momenteel te weinig bewijs om het op afstand begeleide beweegprogramma bij deze groep patiënten veilig aan te bieden.

Telerevalidatie is een geschikte vorm om gedurende een langere periode contact te hebben met een patiënt om daarmee gedragsmatig te werken aan het verbeteren van fitheid of het verminderen van risicogedrag zoals bijvoorbeeld inactiviteit. Het valt aan te raden om fysiek te starten in het hartrevalidatiecentrum, om uitleg te geven over doelen, vorm en intensiteit van bewegen, om daarna de begeleiding verder op afstand te doen.
Monitoring dient bij voorkeur plaats te vinden via een hartslag- en of bewegingssensor.

Bied, binnen een op afstand begeleid beweegprogramma, bij voorkeur alleen continue training aan. Er is momenteel te weinig wetenschappelijk bewijs voor het veilig uitvoeren van hoog-intensieve intervaltraining (HIT) in de thuissituatie.

Bied de PEP-module met telesessies aan ongeacht de diagnose.

‘Neem barrières zo veel
mogelijk weg door
programma’s op maat’

MDO

De uitkomst van de indicatiestelling voor interventies op basis van de intake en de beslisboom wordt besproken binnen het multidisciplinaire hartrevalidatieteam. Doelen worden geprioriteerd; indien nodig worden keuzes gemaakt of een bepaalde volgorde van interventies vastgesteld. Bij de besluitvorming hierover wordt nagegaan of er contra-indicaties zijn (zie module ‘Interventies contra-indicaties’) en wordt ook rekening gehouden met de belasting in tijd en energie die hartrevalidatie vergt van de patiënt naast het weer oppakken van zijn rollen (bijvoorbeeld werkhervatting). Naar aanleiding hiervan wordt een concreet interventieplan vastgesteld.

Nazorg

Nodig de patiënt (en naasten/mantelzorger) uit voor een eindevaluatiegesprek van de doorlopen hartrevalidatie, zodat de patiënt zich kan voorbereiden op het vervolgtraject. Maak zo nodig gebruik van herhaling CPET, vragenlijsten voor bijvoorbeeld kwaliteit van leven, om de progressie voor en na hartrevalidatie te bespreken.

Take home message

Gebruik het ICF-model om indicatie te stellen voor complexe hartrevalidatie in het kader van: ‘de juiste zorg op de juiste plek’.

Richtlijnendatabase

Zie richtlijnendatabase, richtlijn Hartrevalidatie.

Gerelateerde artikelen NTR

Vertaling van de classificatie voor musculoskeletale pathologie bij kinderen met cerebrale parese

Een gestandaardiseerde, duidelijk beschreven indeling van het ontwikkelen van musculoskeletale pathologie (MSP) bij kinderen met cerebrale parese (CP) biedt handvatten…

Samenvatting richtlijnmodule Neuropathische pijn bij dwarslaesie

Samenvatting richtlijn Neuropathische pijn wordt bij 40 tot 92% van alle volwassenen met een dwarslaesie als probleem aangegeven en heeft…

Herziene richtlijn Hartrevalidatie

Samenvatting richtlijn Aangezien de laatste multidisciplinaire richtlijn Hartrevalidatie uit 2011 stamde was het tijd voor herziening. Gestart in corona-tijd (2020)…

Actualisering richtlijn Complex Regionaal Pijnsyndroom

Samenvatting richtlijn De nieuwe manier van het actualiseren van richtlijnmodules is een cyclisch proces waar leden van de VRA bij…

Gerelateerde artikelen Revalidatie Magazine

‘Het netwerk richt zich op implementatie van A tot Z’

Het Knowledge Broker Netwerk CVA ondersteunt ziekenhuizen, revalidatiecentra en verpleeghuizen bij de implementatie van behandelrichtlijnen. In vijf jaar tijd is…

Medisch specialistische revalidatie afgebakend

Over wat medisch specialistische revalidatie precies inhoudt en welke patiënten daarvoor in aanmerking komen, lopen de meningen soms uiteen. Een…

Veiligheid managen

Twee jaar geleden selecteerde Revalidatie Nederland enkele onderwerpen die bijzonder belangrijk zijn voor patiëntveiligheid in revalidatiecentra. Dit om lidorganisaties te…

Positie PA en VS verstevigd

Consensusdocument taakherschikking Ook binnen de revalidatie is een taakherschikking gaande. Hierbij nemen physician assistants (PA’s) en verpleegkundig specialisten (VS’en) routinematige…